Archipel

Een vrouw, een verhaal, een leven

Fragmenten uit een reizend en schrijvend leven.

De dag nadat Fleur Bourgonje op Texel aankomt om daar, in het dichtershuisje, de verhalen  voor haar nieuwe boek Archipel te gaan schrijven, breekt er een storm los. De schapen worden van de dijk gehaald, de ganzen verlaten hun broedplaats, alleen meeuwen en aalscholvers blijven boven de zee cirkelen. Tegen de avond wordt de veerboot uit de vaart gehaald. Bourgonje zocht de milde afzondering van een rustig eiland waar ze haar verhaal vol herinneringen gestroomlijnd op papier kon krijgen. In plaats daarvan krijgt ze storm, een opgelegde isolatie waaruit niet te ontsnappen valt, een nachtmerrie waarin ze gedoemd lijkt voor altijd te dolen. De rust is verdwenen. Ze had op Texel haar herinneringen willen opschrijven aan de eilanden waar zij gedurende haar leven had gewoond, zodat ze met dit patchwork van eilandverhalen een eigen vasteland creëerde. Want, zo wist ze, op al die eilanden lagen haar persoonlijke ervaringen, elk eiland had haar gevormd, was in haar gekropen, had haar gemaakt tot wie ze was. De bundeling van haar eilandverhalen zou een portret opleveren: dit is Fleur Bourgonje, geboren als de dochter van een hoefsmid in het Utrechtse kerkdorp Achterveld, uitgegroeid tot een vrouw, wier karakter medegevormd was door haar vele eilandverblijven. Ze wilde de afstand tussen die eilanden op Texel slechten om zichzelf als eenheid te zien.

De reis vanuit Achterveld begint natuurlijk thuis, in het kerkdorp. Ook als klein meisje werd ze al getrokken door water, in die tijd was het ‘De Vissenkom’, het grootst denkbare waterbassin op aarde, een vijver vol ontelbare kleurloze kleine visje en enkele karpers. De Vissenkom was het doel van de moeders die met hun kinderen aan de wandel gingen en die onderling gesprekken voerden over de tijd, kort daarvoor, dat er ‘moffen’ waren voor wie ze op de vlucht sloegen. Kinderwagens vol kinderen en kostbare dingen, en dan haastig weg, naar het water, waar de mof niet kwam. Mof, het was een woord waarbij de kleine Fleur zich niets anders kon voorstellen dan dat je met de ‘mof moest rennen voor je leven’.

En zo kleurt Bourgonje haar verhalen in, zeer persoonlijk, gevoelsmatig. Of ze haar lezers nu meeneemt naar Paaseiland Rapa Nui of naar Stromboli, Murano of The Claddagh, een van de oudste vissersplaatsen in Ierland aan de monding van de Corrib, waar ze op zoek gaat naar de restanten van foto’s uit 1913. En dan komt Texel weer in beeld, steeds keert ze schrijvend terug naar Texel en naar haar geboortedorp A.

Auteur

Fleur Bourgonje (1946) vertrok na haar middelbare school naar Parijs waar ze de Parijse studentenrevolte van 1968 meemaakte. Ze vertrok in 1971 naar Zuid-Amerika. In de tien jaar dat ze daar verbleef woonde ze in verschillende landen. Ze schreef reportages en artikelen. In 1985 debuteerde ze met de roman Spoorloos, over de positie van vrouwen onder de dictatuur in Chili en Argentinië. Bourgonje schrijft poëzie, verhalen en romans. Dit is haar dertigste boek. Ze ontving de Betje Wolffprijs voor haar gehele oeuvre.

Archipel is een bijzonder boek. Fleur Bourgonje formuleert zo mooi, bijna neuriënd van taal zonder aan mooischrijverij te doen, dat ze haar lezers dwingt langzaam en met verstilde aandacht te lezen. Een boek als een delicatesse. Schitterend geschreven.

Fleur BourgonjeArchipel. ISBN 9-789-492-241-66-5. 246 pagina’s, € 23,95. Utrecht: Uitgeverij Magonia 2024.

Geplaatst in Alle Boeken, Diversen | Reacties uitgeschakeld voor Archipel

Huub Oosterhuis

De biografie

De paus van Amsterdam 1933-2023.

In 2013 verscheen ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag de biografie van Huub Oosterhuis onder de titel De paus van Amsterdam (een bijnaam gebaseerd op ’s mans gezag in kerkelijke kringen). In 2023 verscheen naar aanleiding van het overlijden van Oosterhuis een geactualiseerde versie van de biografie. Deze biografie is grotendeels gebaseerd op interviews. De versie van 2023 begint en eindigt met een verslag van de uitvaartdienst in de Westerkerk.

Auteur

Marc van Dijk (1979) is journalist en schrijver. Met filosoof Daan Roovers publiceerde hij Wij zijn de politiek, met ethicusPaul van Tongeren Het wonder van betekenis en met politicus Marjolein Moorman Rood in Wassenaar.

Roeping en priesterwijding

Huub Oosterhuis was als kind een vrome jongen die elke dag met zijn vader naar de Thomaskerk ging. Dat hij vroom was blijkt uit zijn toenmalige opvatting over het ‘Mirakel van Amsterdam’. Het ging om een wonder met een geconsacreerde hostie. Iemand had deze uitgebraakt en in het vuur geworpen. De hostie bleef onaangetast. De kerk zag hierin het bewijs dat Christus werkelijk aanwezig is bij de eucharistie. Huub erkende dit wonder en schreef er een opstel over. Hij kreeg de tweede prijs. Na de lagere school wilde hij naar het kleinseminarie, de vooropleiding voor het priesterschap. Zijn ouders stuurden hem naar het Ignatiuscollege, een jongensschool geleid door jezuïeten. Zijn biechtvader was pater Jan van Kilsdonk. Hij zag in de jongen een priester. Huub had verscheidene malen de ervaring van ‘de roepstem’. Een God die riep, en die roepstem was een bevel, een onontkoombaar dwingende uitnodiging. Na twaalf jaar was zijn opleiding voltooid. Zijn wijding vond plaats op 31 juli 1964 in Maastricht.

De studentenekklesia

In 1960 startte studentenpastor Van Kilsdonk in Amsterdam de Studentenekklesia. De oude Latijnse liturgie werd als onbruikbaar gevoeld. Van Kilsdonk verzocht Oosterhuis een nieuwe Nederlandse liturgie te vervaardigen. Ook zorgde Van Kilsdonk ervoor dat Huub een aanstelling kreeg. De eerste producten waren direct al een succes. Hij probeerde de psalmen, lezingen en gebeden tot een zinvolle eenheid te componeren. De verantwoordelijke bisschop Bekkers was enthousiast. Op het vernieuwde tafelgebed kreeg hij krtiek. Een belangrijk discussiepunt was de kwestie van het celibaat. In Nederland bestond bij sommige bisschoppen enig begrip voor de gehuwde priester, maar Rome bleef onverbiddelijk. In 1969 hield Oosterhuis in een kerkdienst een toespraak over het celibaat en over andere zaken van Rome waarop hij kritiek had. Hij werd ontboden bij de generaal van de jezuïeten in Rome en vervolgens uit de orde gestoten en ontslagen als studentenpastor. De studentenekklesia maakte zich los van de officiële kerk en koos voor een vrije opstelling. Ze stonden voortaan buiten de verantwoordelijkheid van de bisschop van Haarlem.

Liederen

Oosterhuis is vooral bekend om zijn liederen. Hij schreef er 700. Al heel vroeg begon hij met het schrijven kerkliederen. Zijn eerste kerklied Zolang er mensen zijn op aarde/ zolang de aarde vruchten geeft/ zolang zijt Gij ons aller Vader, wij danken U voor al wat leeft schreef hij in 1959. Vele liederen werden opgenomen in gezaghebbende kerkelijke zangbundels en ook in het protestante Liedboek voor de Kerken. Aanvankelijk werden de liederen ook gewaardeerd door de bisschoppen, maar alleen het vroege werk. In 2000 verscheen de Laus Deo nieuwe katholieke bundel, waaruit de liederen van Oosterhuis weggelaten waren. Bisschop Wiertz van Roermond gaf als voornaamste reden dat Oosterhuis de katholieke kerk had verlaten. Oosterhuis ontkende dat. Er was ook geen sprake van excommunicatie en het priesterschap was hem ook niet ontnomen. Hij wees erop dat de liederen ontleend zijn aan de Bijbel. Wiertz miste de kerkelijke traditie. De liederen van Oosterhuis bleven populair. De Acht Mei Beweging had zelfs een grote voorkeur voor zijn liederen. Het lied De steppe zal bloeien werd hun lijflied. De steppe zal bloeien/de steppe zal lachen en juichen.

De biografie besteedt veel aandacht aan het ontstaan van de liederen en de samenwerking met componisten als Bernhard Huijbers en Antoine Oomen. Bij Huubs uitvaartdienst werden ook liederen van hem gezongen. Een hoogtepunt was het lied Ken je mij? Wie ken je dan? Weet jij mij beter dan ik. De tekst is gebaseerd op psalm 139. Het werd gezongen door zijn dochter Trijntje.

Poëzie

Ook met poëzie begon Oosterhuis op jonge leeftijd. Zijn eerste bundel Uittocht verscheen in 1961. Dat kon pas na goedkeuring van twee censoren. Ze hadden bezwaar tegen een gedicht dat over het celibaat handelde. De bundel werd positief besproken door Kees Fens. Deze stelde vast dat Oosterhuis geen individuele geloofservaringen beschreef, maar dat er sprake was van gemeenschapszin. Centraal stond het dienend karakter van zijn dichterschap. Gerrit Komrij was heel kritisch. Hij was verbaasd over de populariteit van Oosterhuis. Deze was in die tijd de meest gelezen dichter van Nederland. De bundel Bid om vrede telde dertien drukken en was vertaald in tien talen. Komrij vroeg zich af hoe het mogelijk was dat de copywriter van de firma Christus & Co zo’n enorme afzetmarkt heeft. Komrij had veel invloed. Hij bepaalde ook de inhoud van bloemlezingen, waarin Oosterhuis’ gedichten niet werden opgenomen, met als gevolg dat hij in de Nederlandse literatuur nooit werd erkend. Oosterhuis ging zijn eigen weg. In 1972 startte hij met het project Poëzie Hardop. Het werd een groot succes.

Politiek

In 1971 begon Oosterhuis met de zogenaamde ‘politieke diensten’. Het waren diensten zonder eucharistie. Volgens Oosterhuis roept de Bijbel op je geweten te scherpen en op te komen voor de verdrukte medemens. Religie was volgens hem nauw verbonden met politiek activisme. Hij was heel actief bij de opvang van vluchtelingen, in die tijd uit Chili. Oosterhuis hield zich zowel persoonlijk als met de ekklesia bezig met de kansloze vluchteling. Hij had een band met de Socialistische Partij van Jan Marijnissen. Wat hem aantrok was dat de SP de menselijkheid als uitgangspunt hanteerde evenals het opkomen voor de ontrechten. Hij koos voor de SP omdat het de meest linkse partij was en dus van alle partijen het meest in overeenstemming met het evangelie. Zijn sympathie ging zo ver dat hij een keer als lijstduwer van de partij optrad.

Prins Claus

In 1968 organiseerden Prinses Beatrix en Prins Claus informele bijeenkomsten met kunstenaars, het Drakensteynproject. Oosterhuis werd uitgenodigd. Claus had grote belangstelling voor de projecten van ekklesia. Hij bemiddelde bij het verkrijgen van subsidies. Ook steunde hij persoonlijk de ‘politieke kerkdiensten’ en het project ‘De hele Bijbel gelezen en uitgelegd’. Tussen Claus en Oosterhuis ontstond een vriendschappelijke band en later trad Oosterhuis op als de pastor van Claus. Toen deze overleed werd Oosterhuis gevraagd om de overdenking te verzorgen in de uitvaartdienst. Een ontroerend onderdeel in die overdenking was de herinnering aan een Koninginnedag waarbij Claus en Oosterhuis samen naar een televisiereportage keken  van het koninklijke bezoek aan Meppel. Toen Claus zijn familie zag, zei hij: Daar zijn ze. Moet je ze zien! Ze doen het goed.

Geschillen met de moederkerk

Huub Oosterhuis was aanvankelijk een volgzame en gehoorzame rooms katholiek. Hij trad toe tot de jezuïeten en werd tot priester gewijd. Zijn pogingen om een begrijpelijke liturgie in de Nederlandse taal te maken werden gewaardeerd, evenals zijn liederen. Dat gold niet voor de poëzie. Hij kreeg bezoek van een visitator die hem toevoegde: Wij jezuïeten zijn niet zo gesteld op dichters. Eén van zijn grootste geschilpunten met de Rome was het celibaat. Nergens in de Bijbel vond hij daar aanwijzingen voor. Een ander belangrijk verschilpunt betrof de verlossingsleer en de eucharistie. De wezensverandering, transsubstantiatie waarbij het brood werkelijk het lichaam van Christus wordt en de wijn in zijn bloed verandert werd door Oosterhuis aangevochten. De woorden in het tafelgebed waren volgens hem verkeerd vertaald. Grote bezwaren had Oosterhuis tegen de houding van de kerk ten opzichte van totalitaire regimes in Zuid-Amerika. Het was voor hem een schok dat de meeste van zijn liederen niet langer werden gezongen. Hoewel de Bijbel de belangrijkste bron was voor zijn liederen, werden ze toch verworpen omdat ze niet gebaseerd waren op de kerkelijke traditie. Een andere reden was het feit in de liederen het woord Christus niet voorkwam.

Marc van Dijk schreef een uitstekende biografie over Huub Oosterhuis, die een helder inzicht geeft in het leven en de activiteiten van Oosterhuis. Deze aandacht is van belang omdat Oosterhuis als een van de grootste liturgische vernieuwers kan worden beschouwd. 

Marc van DijkHuub Oosterhuis. De biografie. ISBN 978-90-263-6549-2, 396 pagina’s, € 24,99. Amsterdam: Ambo | Anthos 2023.

Geplaatst in Alle Boeken, Religie, Rooms-Katholieke kerk | Reacties uitgeschakeld voor Huub Oosterhuis

De eigenwijze gravin

Vrijheid zonder schandalen

Eindelijk weduwe, heerlijk!

Als de bleue Eliza Balfour op 18-jarige leeftijd onder sterke druk van haar ouders met de twintig jaar oudere, rijke graaf van Somerset trouwt is er opwinding alom, behalve bij haarzelf. De graaf is rijk, maar dodelijk saai en Eliza heeft haar hart verpand aan zijn neef en die liefde is wederzijds. Ze is daarmee een bruid met een gebroken hart, geen beste start. Als haar echtgenoot tien jaar later, in 1819, overlijdt kan Eliza daar dan ook geen traan om laten. In de huwelijkse voorwaarden is indertijd vastgelegd dat zij bij overlijden van haar man 500 pond per jaar zal krijgen, ook al geen vetpot. De toekomst die haar wacht is grauw, ze zal terug moeten naar het huis van haar heerszuchtige ouders. Maar dan blijkt dat de overleden graaf zijn vrouw als extraatje ook drie landgoederen heeft nagelaten, vanwege haar deugdzaam gedrag. Voorwaarde is wel dat ze zo deugdzaam blijft als ze tot nu toe geweest is. De landgoederen leveren elk jaar ruim 9500 pond op, zodat ze mét de toegezegde 500 pond, nu 10.000 pond per jaar int. Dát verandert de toekomst, nu is ze schathemeltjerijk. Eliza besluit, met haar beste vriendin en nicht Margaret, het er flink van te gaan nemen. Ze reizen naar Bath. De dode mag over zijn graf regeren wat hij wil, maar voortaan stippelt ze haar eigen weg uit. Ze gaat schilderen, leren rijden en flirten. Eindelijk lacht het leven haar toe. En die vereiste deugdzaamheid komt later wel weer.

Op weg naar Bath krijgen de vriendinnen met hun koets een aanrijding met een andere koets. Daarin zitten de beroemde schrijver lord Melville en zijn zus Caroline. Melvilles grote genoegen bestaat eruit derden flink op de hak te nemen, Eliza voelt zich er uiterst ongemakkelijk onder.

Bovendien duikt in Bath ook de nieuwe graaf van Somerset op, de neef aan wie Eliza tien jaar geleden haar hart verloor. Zou ze hem terug kunnen krijgen? Wil hij haar nog? Eros heeft het druk in de modieuze badplaats.

Auteur

Sophie Irwin (1994) groeide op in Dorset. Ze volgde de Gryphon School in Sherbourne en studeerde Engels aan de universiteit van Oxford. Ze schreef een proefschrift over Georgette Heyer, daaruit bleek al haar voorliefde voor het genre boeken in de Regency-wereld. Haar lievelingsschrijvers zijn Heyer, Jane Austen, PG Woodhouse en Kevin Kwan. Irwin debuteerde in 2022 met Lady Kitty’s onfortuinlijke zoektocht.

Een heerlijk romantisch en vrolijk boek. De heldin verandert als een blad aan een boom en zodra ze haar zwarte weduwenkleding aflegt wordt de wereld eindelijk zo fantastisch als ze altijd droomde. Margaret geeft haar de nodige duwtjes in de rug met haar impulsieve woorden, een knettergek gezellig type.

Dit is een kasteelroman van het betere soort, de auteur heeft zich goed verdiept in de historische setting en de zeden en gewoonten in de betere kringen in de Regency-tijd – geen wonder met het proefschrift dat Irwin schreef – en de lezers krijgen dus niet alleen een heerlijk romantisch verhaal, maar ook een lesje geschiedenis als een kleurrijke film over die tijd. Knap gedaan, een echt gezellig romantisch boek.

Wie wie krijgt is snel duidelijk, maar hoe dat verloopt… lees zelf!

Sophie Irwin – De eigenwijze gravin. Vertaald uit het Engels (A Lady’s Guide to Scandal) door Titia Ram. ISBN 9-789-022-599-464,383 pagina’s, € 21,99. Amsterdam: Boekerij 2024.

Geplaatst in Alle Boeken, Cultuur, Geschiedenis, Romantiek | Reacties uitgeschakeld voor De eigenwijze gravin

Leeuw

Was het maar bij die ene fietser gebleven…

Race tegen de klok voor Bennie Griessel en Vaughn Cupido.

Als een ervaren fietsster spoorloos verdwijnt en niet veel later haar lichaam gevonden wordt, voorzien van beten van dieren, denken de inspecteurs Bennie (Benno, Benna, pappie, partner of opa, volgens Vaughn) Griessel en Vaughn Cupido aanvankelijk dat het een eenvoudig op te lossen zaak is. De vrouw lijkt wel gedood door een luipaard, vertelt Werner, de man die haar lichaam heeft gevonden. Maar zo gruwelijk en tegelijk zo simpel is het niet. Ze heeft ‘een rotklap’; tegen haar hoofd gehad, haar helm is gedeukt, haar nek lijkt gebroken. Dat loopt je niet op in een ontmoeting met een wild dier. Ze komen er wel uit, denken ze. Ze werken al meer dan tien jaar samen, dus dat komt goed.

Ze hebben trouwens allebei ook nog andere zorgen aan hun hoofd. Privézorgen.

Griessel is ooit zwaar aan de drank geweest. Hij is afgekickt via de vereniging van Anonieme Alcoholisten en staat inmiddels 411 dagen droog. Bij de AA ontmoette hij – na een verbroken huwelijk – Alexa en die is al vier jaar clean. Ze hebben een geweldige relatie en nu wil Alexa trouwen, en wel op korte termijn. Tot Griessels schrik heeft ze de trouwdatum zelfs al vastgelegd. En die is best snel: amper een maand verder, op 12 juni,

Vaughn Cupido, de mooie jongen van hen twee, is bezig met een strijd tegen de calorieën want hij moet heel dringend 15 kilo afvallen. Zijn conditie is niet best, daar wil hij wat aan doen voor het hem opbreekt.

En dan blijkt dat de fietser niet de enige dode is. Er wordt kort daarna een advocaat gevonden die op misdadige, gruwelijke wijze is vermoord. Niet lang daarna valt er opnieuw een dode… En vanuit die dode loopt er weer een duidelijke lijn naar de advocaat. Stevig speurwerk toont aan dat het, zoals zo vaak bij misdaad, draait om geld, geld en nog eens geld. En niet zo’n beetje. Nu moeten er meerdere moorden worden opgelost terwijl de trouwdatum steeds dichterbij komt. Griessel krijgt het er Spaans benauwd van.

Auteur

Deon Meyer (1958) is een internationaal beroemde bestsellerauteur. Zijn verhalen en thrillers spelen zich allemaal af in het Zuid-Afrika van na de Apartheid. Meyer verenigt altijd maatschappijkritische thema’s met menselijk-psychologische thema’s. Meyers boeken zijn in 27 talen vertaald en verschijnen in meer dan veertig landen. Zijn thriller 13 uur werd in 2012 gekozen tot VN thriller van het Jaar. In 2017 was Deon Meyer de auteur van het geschenkboek voor de Spannende Boeken Weken met De vrouw in de blauwe mantel. Van Meyers boeken zijn in Nederland en Vlaanderen meer dan 250.000 titels over de toonbank gegaan.

Meyer studeerde aan de Universiteiten van Northwest, Free State en Stellenbosch. Ook haalde hij een Masters Degree in Creative Writing. Na zijn studietijd werkte hij als verslaggever bij Die Volksblad, een dagblad in Bloemfontein. Zijn werk werd onder meer bekroond met La Grand Prix de Littérature Policière en Le prix Mystère de la critique in Parijs. Ook in Duitsland, Zweden en de VS won hij vele prijzen. Twee van zijn boeken werden verfilmd. Veertien van zijn boeken zijn inmiddels in het Nederlands uitgebracht.

Bennie Griessel en Vaughn Cupido zijn een vast duo in Meyers werk. Zij zijn zo geliefd bij de lezers omdat zij niet alleen als politie-inspecteurs worden getekend, maar ook als twee mensen van vlees en bloed die voor ieder herkenbare menselijke trekken vertonen. Wat dat betreft vertonen zij wel enige gelijkenis met de Zweedse Martin Beck. De lezer herkent in de twee inspecteurs facetten uit het eigen, niet altijd zo spannende leven en voelt zich daardoor verwant met het duo. Dat maakt Meyers boeiend geschreven boeken tot de bestsellers die zij zeer terecht zijn.

Voor de liefhebbers van Deon Meyer, Benny Griessel en Vaughn Cupido: ook deze nieuwste mag u niet missen!

Deon MeyerLeeuw. Uit het Afrikaans vertaald (Leo) door Martine Vosmaer en Karina van Santen. ISBN 9-789-400-5-130-037, 512 pagina’s, € 24,99. Amsterdam: A.W. Bruna Uitgevers 2024.

Geplaatst in Alle Boeken, Deel van een reeks, Detective / Thriller | Reacties uitgeschakeld voor Leeuw

Dodenbrief

Een detective uit het oude Egypte

Tempelroof in Thebe.

Deze thriller brengt ons naar het Egypte van zo’n 1100 voor Christus. Het is de wereld van tempels. Het boek heeft twee verhaallijnen. In de ene staat Chai centraal, legeroverste en zoon van burgemeester Paser. In de andere spelen verscheidene zaken een rol. Er vinden moorden plaats, er worden tempels beroofd en er is sprake van een machtsstrijd. Dit alles speelt zich af in Thebe, een stad aan de Nijl. Het is de schrijver gelukt om een goed beeld te geven van het leven in die tijd.

Auteur

Prof. dr. Klaas A.D. Smelik (1950) studeerde theologie, Semitische talen, oude geschiedenis enarcheologie. Hij was verbonden aan zes universiteiten in Nederland en België en schreef een vijftigtal boeken. Het oude Egypte heeft zijn bijzondere belangstelling.

In de eerste hoofdstukken gaat het om Chaj. Zijn huwelijk met Anchiry is heel slecht. Hij is als legeroverste vaak weg. Hun huwelijk is kinderloos. Anchiry is ziekelijk en sterft in afwezigheid van Chaj. Deze is bij zijn troepen. Daar ontdekt hij dat door de manschappen veel wapens zijn verkocht. Hij spoort de schuldigen op en bestraft hen stevig. Ondertussen wordt hij ‘s nachts geplaagd door de geestverschijning van zijn overleden vrouw. Hij probeert dat ongedaan te maken, onder andere door een dodenbrief aan haar te sturen.

In het tweede deel worden verscheidene moorden gepleegd. Op grote schaal wordt naar de schuldigen gezocht. Als er arrestaties zijn wordt dit gevolgd door harde verhoren en mishandelingen. De centrale figuur is hierbij Sèneb, schrijver in dienst van vizier Chaemwase. Hij is klein, maar ook slim. Sèneb wordt vaak uitgescholden voor dwerg. Hij zorgt ook voor humoristische taferelen. Er is in Thebe ook sprake van een machtsstrijd. Wie heeft de meeste macht?

Dodenroof is geen eenvoudig boek. Het bestuur is ingewikkeld. Er is de farao, er zijn vizieren, burgemeesters en schrijvers. Smelik heeft verzuimd wat uitleg te geven over de hiërarchie. Wat is precies de taak en de macht van een ‘vizier’? Dat geldt ook voor de  ‘schrijvers’. Op die manier laat het boek zich niet vlot lezen. Dan heb je als lezer te maken met zo’n 25 personages. Zij hebben ook lastige namen die je moeilijk onthoudt. Een paar voorbeelden: Amenhótep, Oeserchépesj. Gelukkig staat achterin het boek een verklarende lijst. Het is wel knap van de auteur dat hij een spannende thriller laat spelen in zo’n oude cultuur. Al lezend word je met de cultuur van het oude Egypte enigszins vertrouwd gemaakt.

Een leerzame detective.

Klaas A.D. SmelikDodenbrief. ISBN 978-90-8327-701-1, 297 pagina’s, € 20,95. Obdam: Uitgeverij Doornwater 2022.

Geplaatst in Alle Boeken, Cultuur, Detective / Thriller, Geschiedenis | Reacties uitgeschakeld voor Dodenbrief

Op alles wat ik ben

De mantel van de maagd als kinderjurk

Stempel van valse heiligheid.

Maria, heilige maagd, moeder van de goddelijke Zoon, Vrouwe van alle Volkeren en wat haar nog meer aan namen te beurt valt, beheerst het leven van de jonge Ellen. Haar echte moeder is een mens van twee gezichten: naar derden toe is ze vriendelijk, zodra iemand de deur achter zich dichtslaat uit ze kritiek. Maar bovenal is moeder bezeten door haar verering voor Maria. In de hal van het huis staat een levensgroot Mariabeeld. Moeder gaat ervoor door de knieën, neuzelt haar gebeden en liefkoost het gezicht van de figuur. Moeders nicht Hildegonda Hoefnaegel, ooit inpakster in een chocoladefabriek, beroept zich erop dat Maria haar is verschenen, niet éénmaal, maar keer op keer. Ze ging prompt in het klooster en spreekt sinds die tijd als zieneres namens Maria gelovigen toe. Ellens moeder, priesteroom Marius en anderen trachten de verschijningen via een opgericht Comité Vrouwe van alle Volkeren kerkelijk goedgekeurd te krijgen.

Tussendoor laveert Ellen. Ze is zowel schoolmeisje met de vriendschappen en de onzekerheden van een puber als een kind dat gevangen zit in de benepen sfeer van een behoorlijk hysterische moeder. Wil ze als schoolkind kijken naar de film Turks Fruit? Moeder vindt het maar niets: het is modieuze kitsch: Ik kan die film in drie woorden voor je samenvatten: ‘Hoer krijgt kanker’

Hoe sla je een kind monddood. Als Ellen later terugkijkt, kan ze de stempels van haar jeugd zetten: dubbelhartigheid, geloof, idolatrie, activisme en schuivende panelen. Ze ontmoet een idealistische, alternatieve, vrijgevochten jongen, wordt verliefd op hem. De burgerlijkheid van haar ouderlijk huis valt nu extra bij haar op. Jaren later verdiept ze zich als journalist in de invloed van kerk en geloof, het stempel dat blijvend van invloed is geweest op het vervolg van haar leven. Was het masker van Mariadevotie wel zo zuiver als het haar voorgehouden werd?

Auteur

Peter Brouwer (1965) is schrijver, vertaler en theatermaker. Hij studeerde Duitse Taal- en Letterkunde in Utrecht. Hij debuteerde in 2017 met Het Siamees moment, daarop volgde in 2021 Het oog van de kraanvogel. Hij publiceerde enkele dichtbundels en zijn werk is gepubliceerd in bloemlezingen, tijdschriften en feuilletons. Zijn werk is eerder bekroond of genomineerd.

Brouwer is geboren in Eindhoven en werd in deze zuidelijke rooms-katholieke omgeving vanaf zijn jeugd en in zijn opvoeding al geconfronteerd met geloof en rituelen. In deze roman legt hij de lat langs de waarachtigheid van rituelen en de invloed die zij kunnen hebben bij het vormen van de persoonlijkheid. Want ligt op alles wat ik ben in Ellens geval een vloek of de geur van heiligheid?

Brouwer baseert zich voor de figuur Hildegonda op de Amsterdamse zieneres Ida Peerdeman (1905-1996), zij haalde met haar verschijningsverhalen de media in de jaren veertig en vijftig.

Geloof kan troosten, steunen en bedriegen. Dat blijkt ook uit dit boek.

De weg naar de eigen, persoonlijke waarheid kan pijnlijk zijn en confronterend. Brouwer maakt het zijn Ellen niet eenvoudig. Soms vind ik haar irritant, dan weer bekruipt mij medelijden, echt mijn sympathie winnen kan Ellen echter niet, hoe treurig haar bestaan naast die Maria-moeder ook is.

Voor liefhebbers.

Peter W.J. BrouwerOp alles wat ik ben. ISBN 9-789-493-368-026. 283 pagina’s, €23,50. Haarlem: In de Knipscheer 2024.

Geplaatst in Alle Boeken, Religie | Reacties uitgeschakeld voor Op alles wat ik ben

Doolhof van verraad

Paardenkeutels zijn geen vijgen

Een Rani Diaz-thriller.

Wanneer Mechelen wordt opgeschrikt door een brute moord is het, zoals ter plaatse gebruikelijk, aan hoofdinspecteur Rani Diaz en haar team om deze op te lossen. Amy, die recent tot dat team is toegetreden als inspecteur, krijgt een déja vu. Twintig jaar geleden werd haar vriendin Phoebe op dezelfde manier vermoord, de dader is nooit gesnapt. Zou hij of zij weer toegeslagen hebben of is er sprake van een copycat?

Rani, net uitgerust van een fijne vakantie en met haar hoofd nog bij privézaken, weet niet precies wat ze met Amy’s vermoedens aan moet. En dan gebeurt er weer een moord…

Auteur

Sterre Carron (Antwerpen, 1957) is het pseudoniem van een bijzonder populaire Vlaamse schrijfster van misdaadromans. Ze werkte jarenlang in de medische sector in Rwanda en Zaïre. Terug in België kwamen haar medische achtergrond en haar belangstelling voor criminologie goed te pas toen ze begon met schrijven. Sterre debuteerde in 2013 met Mara en publiceerde sindsdien twee titels per jaar, waardoor nu Doolhof van verraad de tweeëntwintigste thriller is met hoofdinspecteur Rani Diaz in de hoofdrol. In elk – prima ‘zelfstandig te lezen’ – boek wordt, naast de gebruikelijke porties misdaad, aandacht besteed een de persoonlijke omstandigheden van Rani en haar gezin, dat verder bestaat uit vriend Frederik, dochtertje Rune en tienerzusje Romy. De trouwe lezer volgt ook die ontwikkelingen op de voet. In 2023 werd Sterre Carron genomineerd voor de shortlist van de oeuvreprijs ‘De Max Gouden Vleermuis’. De serie wordt nog steeds voortgezet, maar de auteur heeft te kennen gegeven nu eerst eens een stand-alone thriller te gaan schrijven.

Het verhaal is, zoals we gewend zijn, weer uiterst gecompliceerd. Amy is ervan overtuigd dat de moorden te maken hebben met de dood van Phoebe, maar het team kan er maar geen vinger achter krijgen. Een en ander zet de persoonlijke verhoudingen enigszins onder druk. Hijgend lopen de teamleden achter de feiten aan en met hen de lezers. Ze worden door de vele plotwisselingen regelmatig op het verkeerde been gezet. Er is inderdaad spraken van een ‘doolhof van verraad’.

Intussen toont de commissaris zich regelmatig van zijn welwillende kant en dat is wel eens anders geweest. Loopt hij soms tegen zijn pensioen? En dan speelt er ook nog iets heel persoonlijks voor Rani en Frederik.

De doorbraak komt  plotseling, onverwacht maar zeker niet ongeloofwaardig. Als een bekwaam medicus hecht de auteur vervolgens alles keurig af.

Genieten!

Sterre CarronDoolhof van verraad. Een Rani Diaz thriller. ISBN 978-94-64789-15-7, 397 pagina’s, € 22,50. Temse (B): Phoenix Books 2024.

Geplaatst in Alle Boeken, Deel van een reeks, Detective / Thriller | Reacties uitgeschakeld voor Doolhof van verraad

Anna en Charlotte

Twee werelden, één Duitsland

Rijk en arm maar allebei sterke vrouwen.

In de derde week van oktober in het jaar 1899 worden er twee meisjes geboren: Anna Tannenberg en Charlotte Feltin. Anna woont in een dorp in het Spreewald, haar ouders moeten ploeteren om de kost te verdienen, maar haar moeder staat er desondanks op dat haar dochters een vak leren zodat ze hun eigen brood kunnen gaan verdienen. Daarom komt Anna, net als eerder haar oudere zus Emma, in de leer bij een naaister en leert van haar het vak. Als zij is uitgeleerd moet zij geld gaan verdienen. Anna stapt op de trein naar Berlijn en wil proberen of zij dáár een baan als naaister kan krijgen. Dat valt niet mee. Maar dan ziet zij een advertentie waarin het nieuwe Kaufhaus des Westen (KaDeWe) verkoopsters zoekt. Ze besluit daar haar geluk te gaan beproeven en niet alleen krijgt zij een baan, maar haar vakkennis als naaister en haar talent voor het ontwerpen van kleding brengen haar veel verder dan ze had durven hopen. Zij trouwt en krijgt een zoon, Felix.

Voor Charlotte ziet de wereld er heel anders uit. Zij is de dochter van de machtige landheer Richard die weliswaar graag een zoon als opvolger had gehad, maar ontdekt dat in Charlotte een ware en gepassioneerde landbeheerder ligt, die zijn bedrijf nog groter en rijker zal kunnen maken. Vader wenst dat Charlotte snel trouwt en kinderen krijgt. Hij heeft geen oog voor haar eigen wensen. Hij drijft zijn dochter een verstandshuwelijk in. Liefde voert bepaald niet de boventoon. Maar ze krijgt kinderen, een ervan is Gisela.

Twee meisjes, twee werelden. Ze leven allebei in Duitsland, dat weliswaar de oorlog heeft verloren, maar waarin in de crisistijd een nieuwe leider opstaat, Hitler. De lezer kent de gruwelijke geschiedenis die daarop volgt. Anna en Charlotte leven middenin het land dat armoe lijdt, waarin de bevolking als blinden achter de man aanloopt die hen een betere toekomst belooft. Joodse vrienden vluchten. Charlottes vader koopt voor een prikje het huis en de landerijen van zijn joodse zwager Salomon en doet alsof hij hem daarmee een dienst bewijst omdat de man nu het land uit kan vluchten. Zowel Anna als Charlotte zien van nabij wat het antisemitisme aanricht als zij zien dat mensen worden opgehaald en afgevoerd naar kampen.

Auteur

Katharina Fuchs (1963), pseudoniem van Katharina Sulzbach, studeerde rechten in Frankfurt en Parijs en werkte een tijd als advocaat. Inmiddels is ze fulltime schrijver. Anna en Charlotte is  gebaseerd op de levens van haar grootmoeders. De twee vrouwen – de oma’s – ontmoetten elkaar vlak voor de bruiloft van hun beider kinderen Felix en Gisela. Fuchs spitte hun levens uit en schreef daarmee de geschiedenis van twee sterke Duitse vrouwen die hun geboorteland tweemaal in oorlog zagen komen met alle rampzalige gevolgen van dien. Juist deze herkenbaarheid zorgde ervoor dat het boek, als historische roman van een geschiedenis die iedereen in Duitsland aan den lijve heeft ervaren, een immens succes werd.

Dit waargebeurde verhaal van twee sterke vrouwen uit twee volkomen verschillende werelden die elkaar uiteindelijk raken, is geweldig boeiend geschreven. Het is een schitterend, meeslepend verhaal, het pákt je en laat je niet los.

Ontroerend, boeiend geschreven, lees en blijf lezen!

Katharina FuchsAnna en Charlotte. Uit het Duits vertaald (Zwei Handvoll Leben) door Sylvia Wevers. ISBN 978-94-0162-004-8, 509 pagina’s, €21,99. Haarlem: Xander Uitgevers 2023.

Geplaatst in Alle Boeken, Geschiedenis, Tweede Wereldoorlog | Reacties uitgeschakeld voor Anna en Charlotte

Verzwegen kamp

Oorlog tegen de Belgen

Het kamp Rijen en de Tiendaagse Veldtocht.

Deze historische roman speelt in het jaar 1831. Nederland en België vormen één land: het Koninkrijk der Nederlanden. Koning Willem I is het staatshoofd. De Belgen komen in opstand. Zij willen zelfstandig worden met Leopold als hun eigen koning. Willem I wilde aan deze opstand een eind maken. Daarom mobiliseerde hij de Nederlandse troepen (37000 soldaten).

Het verhaal begint in Leeuwarden. Ook daar klinkt de oproep van de koning; Neemt de wapenen op tegen de onwillige Belgen en marcheert op naar de zuidgrenzen van ons rijk om onze eer te verdedigen. Een groep studenten, onder wie Hannes Wouda, geeft gehoor aan de oproep. Ze treden in dienst en gaan naar Kamp Rijen in Noord-Brabant. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Hannes Wouda en Joukje Hingstman. 

Auteur

Kees Uittenhout (1951) volgde de opleiding grafisch ontwerper. Met zijn vrouw had hij zijn eigen ontwerpbureau. Vanaf 2012 legt hij zich toe op het schrijven historische romans. Zijn eerste boek Gouden handel handelt over de slavernij In Suriname en Curaçao. Andere romans: Gunner’s Woede, Vaders, Zonen & Broers en KAF.

Joukje is een straatmeisje dat leeft van zakkenrollen. Ze heeft het geleerd van haar vader. Hannes en Joukje ontmoeten elkaar en worden stevig verliefd: een student met een dievegge. Het komt zo ver dat Hannes Joukje gaat assisteren bij het zakkenrollen. Dat gaat lang goed, maar ze worden toch een keer gesnapt. Er ontstaat een vechtpartij met koddebeiers, waarbij een van hen te water raakt en verdrinkt. Hannes wordt verdacht van moord. Hij ontsnapt door zich te melden bij het leger. Joukje wordt gearresteerd en opgesloten in een heel primitieve ondergrondse cel. De vrouw die ze beroofd heeft zorgt er voor dat ze opgenomen wordt in de strafinrichting Ommerschans. Het is geen gevangenis, maar de bewoners zitten wel opgesloten. Ze moeten zwaar werk verrichten en krijgen karige maaltijden. Joukje weet te ontsnappen en gaat Hannes achterna.

Hannes is student en afkomstig uit een rijk milieu. Hij woonde in een groot huis met veel personeel. Met een groep soldaten uit Friesland gaat Hannes grotendeels te voet naar Kamp Rijen in Noord-Brabant. De beschrijving van deze tocht is interessant en heel beeldend beschreven. Kamp Rijen bestaat uit een enorm groot tentenkamp waar veel soldaten verblijven. In Breda, Oirschot en Kamp Rijen bevinden zich 37000 soldaten. Ze worden getraind in afwachting van het bevel van de koning om de aanval te beginnen. Op 2 augustus 1831 is het zover. Klokslag vier uur klonk door Kamp Rijen de ten-aanval-roffel van de tamboers, die uitmondde in het spelen van het nationale volkslied ‘wien Neêrlands bloed’.

De vlucht van Joukje uit Ommerschans is een bijzonder gedeelte in het boek. De schrijver heeft er een spannend avontuur van gemaakt. Joukje gaat als een jongen met de naam Joris werken op turfschepen en gaat zo op weg naar het zuiden. Die hele tocht op weg naar Gilze Rijen is interessant omdat goed beschreven wordt hoe het vervoer in die tijd werkte en daarnaast wordt het tijdsbeeld uitstekend geschetst. Met de persoon Joukje heeft de auteur een boeiend personage geschapen. Ze ontwikkelt zich tot een zelfbewust persoon die zich in benarde omstandigheden heel goed weet te redden. De grote vraag is of het haar gelukt om haar geliefde Hannes terug te vinden. Dat maakt het boek spannend.

Treffend en realistisch wordt beschreven hoe het voor de nog onervaren soldaten is om echt op een vijand te moeten schieten. De lezer wordt niet gespaard. Er vallen gewonden en doden en de toestanden in de lazaretten is ten hemel schreiend.

Deze historische roman brengt goed in beeld wat zich afspeelde tijdens de Tiendaagse veldtocht. Het is het voorbeeld van een zinloze oorlog die beslist wordt door hoge heren. Vele jonge mannen worden uit hun dagelijkse leven opgeroepen en een aantal sneuvelt of wordt invalide. Het boek laat deze harde werkelijkheid heel geloofwaardig zien.

Een indrukwekkende en verhelderende historische roman.

Kees Uittenhout – Verzwegen Kamp. ISBN 978-94-6365-594-1, 528 pagina’s, € 27,50. Leeuwarden: Uitgeverij Elikser 2023.

Geplaatst in Alle Boeken, Geschiedenis | Reacties uitgeschakeld voor Verzwegen kamp

De onbedoelden

Confrontatie met een gemist verleden

Baby-tweeling wreed gescheiden.

In 1988, kort nadat de als baby geadopteerde Aafke haar 21ste verjaardag heeft gevierd, kondigen haar ouders Fons en Ineke aan dat ze met haar willen praten. Een bijna plechtige aankondiging, dat is Aafke niet gewend in het warme, liefdevolle gezin waarin ze – met haar oudere eveneens geadopteerde zusje Brechtje – is opgegroeid. Maar het verhaal dat haar ouders vertellen zet haar wereld op z’n kop: ze heeft een tweelingzusje. Haar ouders konden indertijd niet twéé kinderen adopteren, maar de nonnen van de Vroedvrouwenschool in Heerlen waar ze was geboren, hadden hen verzekerd dat dit geen probleem was. Voor het babyzusje zou snel genoeg een ander liefdevol gezin gevonden worden. Het meisje kwam terecht bij Koos en Fien. In beide gevallen ging de adoptie slinks, via de achterdeur van het tehuis, alsof er toch iets niet helemaal klopte.

De tweelingzusjes heetten Annet en Saskia, hun nieuwe ouders veranderden de namen in Aafke Annet en Annemarieke.

Bij Aafke thuis was er altijd open gesproken over de adoptie. Maar níet over het feit dat ze een tweelingzus had. Fons en Ineke hadden plechtig moeten beloven dat ze dat hun dochter pas zouden vertellen als ze 21 was. Koos en Fien was niet eens verteld dat ze een ‘halve tweeling’ hadden. De mededeling slaat bij Aafke in als een bom. Ze heeft haar zusje Brechtje op wie ze stapelgek is, dat er nóg een zusje is – en dan een met wie ze de plaats in de baarmoeder heeft gedeeld – is een klap en een wonder tegelijk. Ze besluit op zoek te gaan naar het zusje. Ze vindt haar vrij snel, kunnen het goed vinden samen. Het zusje heeft het minder goed getroffen met haar adoptiefouders. De liefde die Aafke ten deel viel is haar niet vergund geweest bij de stuggere Koos en Fien. Annemarieke is jong getrouwd met haar jeugdliefde Niek, ze heeft zich van jongs af aan ‘gespleten’ gevoeld, noemt zichzelf Anne Marieke, alsof ze twee meisjes, twee zusjes met twee verschillende karakters is. Aafke en Anne Marieke besluiten samen op zoek te gaan naar de moeder die hen heeft afgestaan, naar de vader die hen verwekt heeft. Vader was ‘een Griek’, meer horen ze aanvankelijk niet. Het is een wel erg summiere omschrijving, maar ze laten zich niet weerhouden. Hun moeder Claudia moet meer kunnen vertellen, maar die is niet scheutig met haar mededelingen.

Auteur

TradeMark fotografie

Cobi van Baars (1967) woont in Cuyk. Na afronding van het Peelland College in Deurne studeerde ze Nederlands in Nijmegen. Ze studeerde cum laude af op de relatie tussen literatuur en beeldende kunst. Van Baars is naast schrijver ook schilder.

Ze debuteerde in 2017 met Schipper & Zn. Daarop volgden in 2019 Over het krakende ei enin 2020 Branduren. Al haar boeken werden uitstekend ontvangen. Met dit nieuwe boek kwam Van Baars terecht op de shortlist voor de Libris Literatuur Prijs 2024.

Het boek is gebaseerd op een waargebeurd verhaal.

In de jaren zestig was het, zeker in het katholieke zuiden, nog een grote schande om ongehuwd zwanger te raken. Diverse kloosterordes hadden tehuizen onder hun beheer waar de vrouwen hun kind konden baren, het afstaan en dan terug konden naar hun ouderlijk huis om daar te doen of zij nooit zwanger waren geweest. Die moederhuizen zijn decennia later in een bijzonder kwaad daglicht komen te staan, de nonnen waren bepaald geen liefdevolle verzorgers maar buitten de jonge meisjes flink uit.

De Vroedvrouwenschool in Heerlen waar de tweeling werd geboren had kennelijk ook de functie van kraamkliniek, waar leerling-vroedvrouwen praktijkervaring konden opdoen. ‘Meneer pastoor’ bemiddelde, in het geval van Annemarieke, bij de slinkse adoptie.

Van Baars vertelt het verhaal van de tweeling met veel empathie, sympathie en psychologisch inzicht. Een indringend verhaal. Het is schrijnend om je te realiseren wat de immense rol van het toeval is geweest: bij welk ouders kom je terecht, wat als de meisjes niet gescheiden waren, wie was verantwoordelijk voor niet alleen de gebeurtenissen in het leven van de tweeling, maar ook voor de eenzame Claudia en niet te vergeten voor het feit dat vader in Griekenland nergens van wist omdat zijn zus de post onderschepte.

De onbedoelden is een aangrijpend, prachtig geschreven verhaal over een wreed gescheiden tweeling, wier leven werd bepaald door toeval en de katholieke fatsoensrakkerij van de jaren zestig. Een verhaal wat u niet mag missen.

Cobi van BaarsDe onbedoelden. ISBN 9-789-025-4747-13, 222 pagina’s, €22,99. Amsterdam: Atlas Contact 2024.

Geplaatst in Alle Boeken, Cultuur | Reacties uitgeschakeld voor De onbedoelden