Ossenkop

Slagerszoon is bezeten van vlees

‘Elsschottiaans’: De tragiek van de onmacht.

Rensing junior heeft het ambacht van slager in zijn genen meegekregen. Vader Rensing heeft zelf het vak ooit van zijn vader geleerd, ging met hem mee naar de veemarkt, leerde er het goede van het mindere vee onderscheiden – de kneepjes van het vak, die alleen vaklieden goed beheersen – en nam net als zíjn vader later ook zijn eigen zoon Rensing mee dat pad op. De jongen werd als slager grootgebracht, de slagersvakschool vervolmaakte hem. Als kind was de jonge Rensing altijd een eenling geweest. Hij werd nooit voor feestjes gevraagd, had geen vriendjes. Toen zijn moeder, alle protesten van haar zoon ten spijt, ter gelegenheid van zijn achtste verjaardag toch eens een partijtje organiseerde, kregen de vier jonge gasten geen snoepzakje mee naar huis maar de lens van een koeienoog, een geweldig cadeau vond junior. Vies vonden de ouders van zijn klasgenoten, die de lenzen vol afgrijzen in de vuilnisbak gooiden. Zo ging het ook op de vakschool. Rensing junior deed het nooit goed in het dagelijks verkeer. Hij was een slager, de beste die er was, en daarmee was hij tevreden. Uiteindelijk krijgt hij, gestuurd door vader, een onwennige verkering met een slagersdochter. De toekomst ligt gebeiteld.

Als Rensing senior overlijdt neemt zijn zoon de zaak over. Hij heeft grote plannen en wil moderniseren. Nóg meer klanten trekken vanuit de wijde omtrek. Zijn vrouw Jacomine tracht haar jonge echtgenoot te temperen. Er komt een supermarkt in het dorp en daar zou hij wel eens veel concurrentie van kunnen ondervinden. Rensing wuift stuurs haar woorden weg. Onzin. Hij is toch de beste? Hij gaat naar de bank, leent geld voor de modernisering van de zaak. En blijft op de veemarkt dure slachtkoeien kopen van de hoogste kwaliteit. Dat breekt hem op. Hij slaat waarschuwingen van Jacomine in de wind. En hij teert langzaam in op zijn vermogen. Maar hij wil geen klanten trekken door aan supermarktkoopjes te doen. Mensen die dáár hun vlees gaan halen zijn Rensings kwaliteit niet waard. Die mogen wegblijven, wat hem betreft. En dan doen ze dan ook. Rensing voert een verbeten strijd tegen de nieuwe wereld en als ook Jacomine hem verlaat wordt waanzin zijn deel van leven.

Auteur

Manik Sarkar (Groningen 1973) is literair vertaler en schrijver. Als vertaler werkte hij onder meer aan boeken van Philippe Claudel en Joël Dicker. Sarkar publiceerde verhalen in onder andere Papieren Helden en Wobby. Hij is ook docent op de Vertalersvakschool. Ossenkop is zijn eerste roman.

Rensing is de verpersoonlijking van een man die zijn eigen kwaliteiten kent, maar niet weet hoe hij zichzelf moet verkopen zonder hoogmoedig over te komen. Het gevolg is dat hij zich zwijgend terugtrekt, zich onbegrepen en ondergewaardeerd voelt. Deze houding vergroot zijn eenzaamheid en daaraan gaat hij tenslotte ten onder. Want de tederheid die hij slechts voelt ten aanzien van zijn slachtvee maakt hem tot een eenling die vertrapt wordt door wrede voeten.

‘Ossenkop’ is werkelijk bijzonder, een regelrecht droomdebuut. Manik Sarkar heeft in zijn manier van schrijven ‘Elsschottiaanse’ trekjes, buitengewoon mooi van taal, puur, voorzien van enige ironie en zonder aan mooischrijverij te doen.

Wat een schitterend boek!

Manik SarkarOssenkop. ISBN 9-789-048-8626-96. 172 pagina’s, €22,99. Amsterdam: Hollands Diep Uitgevers 2024.

Dit bericht is geplaatst in Alle Boeken, Fictie. Bookmark de permalink.