Ontspoord

Lone wolf dreigt met aanslagen

Een bomaanslag in Eindhoven. De dader dreigt met een vervolg. Is dit terreur of het werk van een gefrustreerde lone wolf?

In deze thriller maken we direct kennis met een man die in het boek aangeduid wordt als lone wolf. Zelf maakt hij zich bekend als ‘de Missionaris’. Hij wil bomaanslagen plegen. Niet als terrorist maar om aandacht te vragen voor maatschappelijke misstanden, bijvoorbeeld  hoogspanningskabels die door een woonwijk lopen en veel te laag hangen of het feit dat er dwars door de stad giftreinen rijden. Hij wil de bevolking redden.

Daarnaast gaat het over Gino Argus, een vroegere politie-inspecteur die in de VS carrière gemaakt heeft met sportscholen. Hij komt zijn ouders bezoeken en zijn vroegere vriendin. Zij raakt gewond door een bomaanslag en Gino wil de dader vinden. Dan is er nog de politie die ook jaagt op de pleger van de bomaanslagen.

Auteur

Sjoerd Punter (1943) studeerde sociologie. Als student was hij actief in de provobeweging. Hij redigeerde het vele malen in beslag genomen blad Scandal. In 1978 werd hij journalist eerst in Assen, later in Eindhoven. Hij schreef veel over muziek. Omdat hij vanwege de coronaveel tijd over had begon hij aan het schrijven van een thriller. Zo gebeurde het dat hij als 77-jarige nog debuteert met een roman.

De schrijver is een meester in het beschrijven van personages, altijd met een portie humor. Eén voorbeeld. Piebe Prins was een kantoorbleek mannetje met veel vergadervet. Hij droeg een goedkoop pak vol kreukels, dat hoognodig naar de stomerij moest. Zijn haar was in een wanhopige poging om de schedel te bedekken aan beide kante omhoog gekamd en met het een of andere smeersel vastgeplakt. Een kostelijke beschrijving die nog even doorgaat, maar de  uitdieping van de personages ontbreekt meestal. Eén van de hoofdpersonen, de Missionaris, blijft als persoon vaag en komt niet uit de verf en dat geldt voor de meeste personages. Ook voor de andere hoofdpersoon Gino Argus. De grote vraag blijft waarom hij ineens Nederland verliet, waarmee hij ook zijn geliefde zonder enige verklaring van de ene op de andere dag in de steek liet. Het enige wat duidelijk wordt is zijn plotselinge ontslag bij de politie, maar de echte motieven daarvoor ontbreken, er is slechts een incident met zijn chef.

De auteur is heel sterk in het beschrijven van situaties. Zo zijn er de bezoeken aan de ouders van Argus. Hij beschrijft een burgerlijk milieu waar niets veranderd is, ook de maaltijden van aardappelen met jus. Het enige dat veranderd is, is de politieke richting van zijn vader. Hij is veranderd van een idealistische socialist in een gefrustreerde aanhanger van Andries Wildeboer, waarin we duidelijk Geert Wilders herkennen. Prachtig en heel ironisch zijn de beschrijvingen van de vergaderingen van de politie. Wat een ongelofelijke knulligheid, heerlijk om te lezen.

Punter pakt ook uit bij het beschrijven van culinaire maaltijden. De maaltijd bij zijn Marokkanse vriend is een mooi voorbeeld. Het hoofdgerecht: lamstajine met kweeperen. Het gerecht bestond uit zeventien verschillende ingrediënten, vijf salades erbij en natuurlijk couscous.

Gino Argus is intelligent en sympathiek. Hij heeft Wim Vin aangenomen als privéchauffeur. Hun omgang is heel vriendschappelijk. Tijdens hun vele autoritten draait zijn chauffeur heel goede muziek, die niet onvermeld blijft. Punter wil hiermee kennelijk zijn kennis van muziek tonen.

Deze debuutroman is heerlijk om te lezen, vooral door de sublieme stijl. Het boek bevat wel veel uitstapjes naast de plot, waaronder veel maatschappijkritiek. Vermakelijk is ‘het duel’ van Gino Argus met de politie. De plot is ijzersterk en het slot is een ware climax. Het is te hopen dat de schrijver weer tijd vindt voor een nieuwe thriller.

Een veelbelovend debuut.

Sjoerd Punter – Ontspoord. ISBN 978-94-6365-294-0, 305 pagina’s, € 19,50. Leeuwarden: Uitgeverij Elikser 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Fictie | Reacties uitgeschakeld voor Ontspoord

Beter wordt het niet

De fatale oorlog

De EU lijkt in allerlei opzichten op het Habsburgse rijk. Kunnen we er wat van leren?

Net als de EU bestond de Habsburgse monarchie uit een groot aantal verschillende landen. Oostenrijk was ongetwijfeld de belangrijkste natie, maar uiteindelijk kreeg Hongarije in 1867 dezelfde status. Vandaar dat men ook wel spreekt van een dubbelmonarchie. Keizer Frans Jozef kon de eisen van Hongarije niet negeren en sloot een compromis waarbij de Hongaren dezelfde rechten kregen als de Oostenrijkers. Frans Jozef was keizer van Oostenrijk en koning van Hongarije. Tsjechië viel buiten de boot, wat daar veel ergernis veroorzaakte. Landen als Slowakije, Kroatië en Transsylvanië hoorden bij Hongarije. Evenals Tsjechië kregen de andere Slavische landen, de rest van wat later hoorde bij Joegoslavië, de status van Hongarije  ook niet.

In elk geval was het Habsburgse rijk een enorme lappendeken van verzamelde landen, talen, volken en culturen die net zo van elkaar verschilden als thans in de EU het geval is.

Keizer Frans Jozef regeerde vanaf 1848 en stierf halverwege de Eerste Wereldoorlog in 1916. Ook al was een opvolger beschikbaar, door de oorlogshandelingen was het enorme rijk dat honderden jaren als buffer midden in Europa had gelegen zo verzwakt en geruïneerd dat de monarchie uiteenviel. De meeste landen meenden er goed aan te doen op eigen kracht er het beste van te maken. Keizer Karel I was van 1916 tot 1918 de laatste Habsburgse keizer van Oostenrijk en als Karel IV de laatste koning van Hongarije.

Zou de EU ook zo iets kunnen overkomen? De EU heeft hachelijke momenten meegemaakt, maar ook evenzoveel overlevingsdrift getoond. Net als in het Habsburgse rijk kent de EU ook veel jaloezie en grote meningsverschillen, maar als de Europese regeringsleiders aan de rand van de afgrond stonden besloten ze dat compromissen sluiten beter was dan springen. De landen werden dan weer hechter, maar ook bleken vervolgens nieuwe scheurlijnen zichtbaar. Wat mogen we van de toekomst verwachten?

Een opvallende gelijkenis vormt de defensiekracht. Net als de EU was het Habsburgse rijk niet in staat militair een echte vuist te maken. Men gebruikte de financiële middelen liever om intern de verschillende landen aan de monarchie te binden en iedereen tevreden te stellen, dan er een enorm militair apparaat op na te houden. Daarbij moet men beseffen dat het rijk van Frans Jozef intern nauwelijks grenzen of grenscontroles kende en dat de buitengrenzen maar matig in de gaten werden gehouden. Iedereen was zo’n beetje welkom en binnenlands verkeer werd al helemaal niet gehinderd. Pas met de komst van besmettelijke ziektes begon men ernst te maken met bijvoorbeeld de civiele grensbewaking met Turkije.

Intern maakte het niet uit waar je je vestigde. Toen de veelvolkerenstaat in 1918 uiteen viel, waren vooral de Joden de dupe. Zij hadden geen eigen land waar ze op terug konden vallen en ze welkom waren.

Auteur

Caroline de Gruyter (1963) schrijft al twintig jaar over Europa, onder meer vanuit Brussel en Wenen. Ze is columnist en correspondent van NRC Handelsblad. Dit boek is een journalistieke beschouwing over de levensvatbaarheid van de EU in het licht van de geschiedenis van het Habsburgse rijk.

In 1918 viel het hele breiwerk van vele staten in rafels uiteen en bleef er een zootje over. Het werd voor iedereen een tragedie. Wie ervoor pleit uit de EU te stappen, zou verplicht over de ontrafeling van 1918 moeten lezen. Het was qua economie en munteenheid een ravage. In elk geval maakt dit duidelijk dat je niet zomaar even uit de euro stapt.

De keizer dacht in 1914 aan Servië een paar militaire tikjes uit te delen en dat daarmee de kous af zou zijn, maar Duitsland ging zich met het conflict bemoeien en dat betekende het einde van zijn keizerrijk. Frans Jozefs letterlijk reactie op de Duitse oorlogsverklaring was: ‘So werden wir jetzt zugrunde gehen’.

Wie realist is moet toegeven dat de EU een verbond van naties vormt, waarover we geen grootse meeslepende verwachtingen kunnen koesteren maar dat het een samenhang van volken is, die zich voorlopig zal kenmerken door pappen en nathouden. Wie ervan af wil, loopt echter grote risico’s een weg van rampspoed in te slaan, waarbij terugkeer niet mogelijk zal blijken..

Voor iedereen die onze vreedzame samenleving ter harte gaat, is Beter wordt het niet het lezen zeer de moeite waard.

Caroline de Gruyter – Beter wordt het niet. Een Reis door de Europese Unie en het Habsburgse Rijk.  ISBN 978-90-445-4258-5, 248 pagina’s, € 22,50. Amsterdam: Uitgeverij De Geus 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Geschiedenis | Reacties uitgeschakeld voor Beter wordt het niet

Maxime

‘Je moet kiezen’

Drie jaar geleden verbrandde Maxime alle schepen achter zich, liet man en kinderen en de steek en vertrok halsoverkop met haar minnaar uit Nederland. Nu verlangt ze plotseling naar haar tweelingdochters. Maar is er wel een weg terug?

Als Maxime tijdens een popconcert in het buitenland wordt geconfronteerd met twee zwaar onder de invloed van drugs geraakte meisjes denkt zij opeens aan haar eigen tweelingdochters. Gaan die dezelfde fouten maken nu zij er niet is? Ze verlaat halsoverkop haar Franse minnaar Pierre en neemt de eerste trein naar Amsterdam. Thuisgekomen merkt ze dat niemand meer op haar zit te wachten en dat haar plaats door een andere vrouw is ingenomen. Ook haar dochters zijn niet echt blij haar weer te zien.

Pogingen om een uitkering en een woning te regelen stranden op de vaderlandse bureaucratie. Ze wordt van het kastje naar de muur gestuurd. De ambtenaar van de sociale dienst, een collega van haar ex, is niet gemotiveerd een poot voor haar uit te steken. Opeens bevindt ze zich aan de zelfkant van de maatschappij…

Auteur

De oud-politica Anneke van Dok-van Weele (1947) was onder meer journalist, gemeenteraadslid, wethouder, burgemeester, staatsecretaris en lid van de Tweede Kamer. Na haar terugtreden uit de politiek wijdde zich weer aan haar oude passie, schrijven. Ze debuteerde in 2014 met het jaar van de held, een originele roman over de gemeentepolitiek. Tijdens de Corona-lockdown schreef ze twee boeken, de thriller Getuigen in het duister  en de roman Maxime.

Maxime geeft zich niet zo maar gewonnen. Met behulp van Gerard, een lotgenoot die ze tegen het lijf loopt, zoekt en vindt ze een goedkope pensionkamer en ze reageert op een advertentie waarin schoonmaakpersoneel wordt gevraagd. Samen met de Vietnamese ex-danseres Lien en de pinkloze Ron krijgt ze een ontzettend smerige schoonmaakklus. Haar weerzinwekkende baas laat enkele keren doorschemeren dat hij ‘beter werk’ voor haar heeft.

Terwijl Maxime zich probeert staande te houden aan de onderkant van de samenleving probeert ze daarnaast, met weinig succes, het contact met haar dochters te herstellen. Ze verneemt dat haar moeder op sterven ligt en spoedt zich naar het zorgcentrum, waar ze haar zuster en na een jarenlange afwezigheid, haar vader ontmoet. Een gesprek met de laatste helpt haar eigen situatie te analyseren.

Nadat ze samen met Lien voor haar baas als escort zich door een paar buitenlanders laat uitwonen in een Zandvoorts zomerhuisje herpakt ze zich en richt ze samen met Gerard, Lien en pianist Ron het muzikale gezelschap ‘De linkerpinken’ op, dat optreedt rondom de piano op het Amsterdamse Centraal Station. Opeens zijn ze bekend, maar dan gebeurt er een ramp…

Maxime beseft dat haar vader gelijk heeft en dat ze moet kiezen tussen Pierre en haar oude leven…

De hoofdpersoon maakt veel mee. Een goedgeschreven roman met veel vaart, waarin de lezer uitgebreid kennismaakt met de zelfkant van de Nederlandse samenleving.

Anneke van Dok – MaximeOver een misstap met grote gevolgen. ISBN 978-94-6406-020-1, 240 pagina’s, € 19,95. Anneke van Dok 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Fictie | Reacties uitgeschakeld voor Maxime

Stemvorken

Lesbisch paradijs

Twee vrouwen, gehuwd en moeder, ontmoeten elkaar. Tussen hen ontstaat een heel gepassioneerde relatie.

Het echtpaar Zwanet Vrauwdeunt en Albert Egbert heeft twee kinderen. Albert heeft al sinds zijn jeugd een vriendin. Hij wil dat Zwanet en zijn vriendin Corinne kennismaken met elkaar. Waarschijnlijk was het zijn bedoeling om een triootje te organiseren. Aanvankelijk verlopen de gesprekken tussen de dames nog wat stroef, maar in de loop van de avond vallen ze als een blok voor elkaar. Al gauw belanden ze in bed. Echtgenoot Albert wordt aan de kant gezet en mag alleen gluren door het sleutelgat. Geleidelijk ontdekken ze samen de geneugten van de vrouwenliefde. Het gaat niet alleen om een zeer bevredigende seksuele relatie, maar er ontstaat ook een diepe liefde. Het is Zwanet die na twintig jaar verslag doet van deze relatie.

Naast de relatie tussen Zwanet en Corinne is er ook de verhaallijn over de merkwaardige vrouw Pijkel. Zwanet heeft een baan bij de GG&GD. Zij moet op onderzoek uit als er melding wordt gemaakt van huizen waar stank uitkomt door zwaar verwaarloosde en vervuilde bewoners. Een andere oorzaak van stankoverlast kan de aanwezigheid van een dood lichaam zijn. In dit verhaal gaat het om een huis waar zich een dode man bevindt en ook nog een zwaar gestoorde vrouw. De vrouw gedraagt zich als een dier: ze kruipt over de grond, ze bijt en gromt en praat niet. Zwanet trekt zich het lot van deze vrouw aan. Ze zorgt voor plaatsing in een inrichting en behandeling door een goede psychiater. Dan is er ook nog Tibbolt Satink, een vreemde jongen die ook voor de nodige raadsels zorgt. Hij is de schoonzoon van Corinne. Van der Heijden verbindt met deze persoon zijn beide eerdere romanreeksen.

Auteur

A.F.Th. van der Heijden (1951) is een zeer gerenommeerde Nederlandse schrijver. Hij is de auteur van een groot en breed opgezet oeuvre waarin twee grote romancycli de essentie vormen: De tandeloze tijd en Homo duplex. Zijn roman Het schervengericht werd in 2007 bekroond met de AKO Literatuurprijs hij kreeg nog talrijke andere prijzen, waaronder de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre en de P.C. Hooftprijs. In 2010 verongelukte zijn zoon Tonio. Ter verwerking van dit verlies schreef hij de requiemroman Tonio. Van der Heijden leidt sinds de dood van zijn zoon het leven van een heremiet. Zijn schrijfwerk gaat wel door. Stemvorken is deel 8 van de reeks De tandeloze tijd.

Het grootste gedeelte van de roman is gewijd aan de vrijpartijen van de twee vriendinnen. Het is ongelofelijk hoe de schrijver hier als man zo over kan schrijven. De vrouwenlichamen worden tot in detail beschreven, evenals hun seksuele handelingen. Alles wat vrouwen kunnen doen om elkaar of zichzelf te bevredigen komt aan de orde met alle geuren, smaken en geluiden. Een klein voorbeeld: In de aanloop naar het kritieke moment produceerde ze korte, scherpe snurkgeluidjes. En slaakte toen een smartelijk loeiende zucht, als een misthoorn. Ze raken steeds bedrevener in het liefdesspel wat tot gevolg heeft dat de orgasmes steeds intenser worden. Overigens het woord ‘orgasme’ is denk ik het meest voorkomende woord in de roman. Het is allemaal te veel van het ‘goede’. Te veel, te vaak, te expliciet en door de vele herhalingen zo nu en dan saai.

Gelukkig zorgen de nevenintriges voor meer handeling. Het verhaal van Pijkel die zich als een tijgervrouw gedraagt is nogal ver gezocht en de rol van Zwanet wat onduidelijk. Het is vreemd dat zij als buitenstaander altijd toegelaten wordt in de inrichting, zelfs in gezelschap van haar vriendin. De behandeling is ook heel apart zeker als Tibbolt Pijkel als therapie bezoekt en seks met haar heeft in aanwezigheid van Zwanet en de psychiater. Overigens Tibbolt is ook een wonderlijke figuur. We komen hem eerst tegen als charmante en deskundige boekverkoper. Maar hij werkt ook als gigolo en is bovendien een Feijenoordhooligan.

Desalniettemin hebben we hier te maken met een meesterlijke schrijver, wat duidelijk blijkt uit de superieure stijl. Zelfs bij de seksscenes gebruikt Van der Heijden mooie metaforen. Wat de inhoud ten goede komt zijn de tussentijdse beschouwingen over allerlei onderwerpen. Een ander pluspunt is de psychologische diepgang en dan vooral de karakterontwikkeling. Heel goed wordt het geleidelijke proces beschreven van vriendschap naar liefde. Bijzonder is ook dat de erotiek verbonden is met de liefde. Het gaat niet alleen om de seks maar er is ook sprake van een grote genegenheid, een unieke liefde.

A.F.Th. van der Heijden – Stemvorken. De tandeloze tijd. ISBN 978-90-214-2229-9, 888 pagina’s, € 29,99. Amsterdam: Querido 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Erotiek, Fictie | Reacties uitgeschakeld voor Stemvorken

Aangespoeld … in Oostende

Do’s en don’ts voor gepensioneerden die naar de Vlaamse kust willen ‘emigreren’. 

Je hebt van die mensen die altijd wat om handen moeten hebben. Als ze geen doel meer hebben, worden ze doodongelukkig. Een van die mensen is Walter Van den Branden.

 

 

 

Het begin van het getrouwde leven met Gusta speelt zich af in Antwerpen. Zowel Walter als zijn vrouw kiezen voor het onderwijs. Omdat zij uitmuntende resultaten op de Normaalschool (de opleiding voor leerkrachten) behaalde kreeg Gusta snel een baan in het stadsonderwijs. Eén van de vereisten was dat ze zich in Antwerpen moesten vestigen, maar daar stonden prettige privileges tegenover. Wanneer die verplichting niet langer van toepassing is verhuizen ze naar Lint, een gemeente ten zuiden van Antwerpen, waar hun twee dochters geboren worden.

Naast zijn werk stort Walter zich op het bewoonbaar maken van het huis. Ook de tuin dient een flinke opknapbeurt te krijgen. En dan zijn er nog de plannen voor het bouwen van een boot. Zoals hij zelf zegt: Gedurende vijf jaar spendeerde ik zowat alle vrije tijd aan de afwerking en de volledige inrichting…van ons motorjacht Jonas. Met deze boot vertrekken ze zo’n 25 jaar lang in de vakantie via binnenwateren naar hun appartement in Zuid-Frankrijk.

Auteur

Walter Van den Branden (1947) ging na in het onderwijs gewerkt te hebben het journalistieke pad op. Allereerst bij de Gazet van Antwerpen. Van 2009 tot 2016 was hij voorzitter van de Vlaamse Journalisten Vereniging. Tegenwoordig is hij hoofdredacteur van OMAG Citymagazine, een lifestyle-publicatie in West Vlaanderen.

Dan, als de dochters hun spreekwoordelijk dekseltje op hun potje gevonden hebben, rijst de vraag: ‘Wat doen we, gaan we de boel verbouwen of gaan we uitkijken naar iets nieuws?’ Het ligt voor de hand dat Walter voor de laatste optie gaat. Een advertentie in de krant voor een nieuwbouwproject in Oostende maakt hem opgetogen. Maar Gusta wil niet: te ver van de kinderen en kleinkinderen. Toch weet hij haar te overreden een keer te gaan kijken.

En ja hoor, het besluit om te verhuizen naar een appartement aan de kust wordt toch genomen. Op de eerste algemene eigenaarsvergadering komt de vraag wie het voorzitterschap op zich wil nemen. Walter heeft ervaring als voorzitter en, aangezien hij zich als enige kandidaat stelt, wordt hij tot opluchting van de andere eigenaren gekozen. Werk aan de winkel.

In dit boek heeft Walter zijn ervaringen met de verhuizing, het inrichten van het appartement en de nodige problemen die dat met zich meebrengt op papier gezet. Tevens geeft hij veel informatie over wat er in Oostende zoal te doen valt voor gepensioneerden. En dat blijkt best veel te zijn.

Wel is hij zo eerlijk om te verklaren dat criminaliteit ook Oostende niet vreemd is. Na een inbraak in de kelderbergingen kregen ze van de opgetrommelde politie, van wie ze een proces-verbaal wilden, het laconieke antwoord: ‘Moet dat? Zijt ge niet verzekerd? Veel moet ge hiervan niet verwachten. ‘t Is hier geen Miami Vice hé!’ Maar toch, spijt van hun ’emigratie’ hebben ze niet.

De burgemeester van Oostende heeft het voorwoord geschreven, zodat het werk twee doelen lijkt te hebben: de persoonlijke belevenissen en reclame voor de plaats Oostende. Desondanks is het een prettig boek geworden met veel foto’s. Voor oudere Belgen (en misschien Nederlanders) die erover denken om de stap naar de Belgische kust te maken, een aanrader.

Walter van den Branden – Aangespoeld … in Oostende. ISBN 978-94-640-7701-8, 192 pagina’s, € 25,00. Brussel: Uitgeverij Bitbook 2020.

Geplaatst in Alle Boeken, Diversen | Reacties uitgeschakeld voor Aangespoeld … in Oostende

De Plaaggeesten

Burenruzie loopt zwaar uit de hand

‘Nette buurt’ wil zo snel mogelijk af van onaangepaste nieuwkomer. Bill Braspenning doet er alles aan, maar hij valt zelf in de kuilen die hij voor zijn nieuwe buurman graaft.

Burenruzies komen vaak voor. Voor de Rijdende Rechter zijn ze een vaste bron van inkomsten en bij de televisiekijkers leiden ze vaak tot veel hilariteit. Voor de buren zelf zijn ze een aanhoudende bron van ergernis.

 

We kunnen ons voorstellen dat de auteur heeft gedacht: men neme een ‘beschaafde’ buurt met ‘nette’ welvarende mensen en brengen daar een patjepeeër in. Voor de buurt een bron van ergernis, maar voor de lezer lachen gieren brullen.

In het uitgewerkte verhaal zien we de familie Braspenning, met de zelfgenoegzame ondernemer Bill aan het hoofd, tegenover de familie Van Putten, waarvan de vader een ‘gewone’ arbeider is, die maar net de vaste lasten van zijn nieuwe woning kan betalen. Bill is een vogelliefhebber, maar Arie van Putten is de eigenaar van een kwaadaardige kat, die overigens luistert naar de te vriendelijke naam Pluisje. Voeg hieraan toe de snobistische buurtbewoners, Van Puttens suikertante Geertruida die maar niet dood wil gaan, een gokzuchtige rechter, een onbekwame psychiater, dokter Brooshoofd (waarvan ken ik die naam toch?) en een vrolijke Rottweiler (ofwel rotkwijler) en je hebt alle ingrediënten voor een blijspel. Of voor een klucht, moet de schrijfster gedacht hebben en zij koos voor het laatste.

Auteur

Liesbeth de Jong kan niet autorijden en helemaal niet parkeren. Ze deed ooit aan het tv-programma De Allerslechtste Chauffeur van Nederland mee. Ze heeft wel humor en zelfspot en is haar hele leven al fan van Roald Dahl. Opeens besloot ze schrijver te worden. Dit humoristische boek is haar debuut.

 

 

Beide mannen hebben een hartgrondige hekel aan elkaar, maar Bill voelt zich wel aangetrokken door Aries vrouw Paula en dat laat de laatste niet koud. Haar diepe decolletés laten Bill dan ook niet onberoerd, tot grote ergernis van Arie. Als Bill (per ongeluk?) Paula’s achterste beroert zijn de rapen gaar…

Bill wil coûte que coûte Arie weer weg hebben, maar elke poging die hij bedenkt faalt en hij verspeelt daarmee veel sympathie. Het gaat hem niet beter af als hij zich samen met Van Putten laat overhalen om mee te doen aan een reality soap programma voor de televisie. En dan gaat er voor Braspenning echt alles mis wat er mis kan gaan. Heeft hij nog kans om uit zijn persoonlijke en zakelijke dip te komen?

Het verhaal is best goed opgezet, met een verrassende ontknoping.

De Jong haalt echt alles uit de kast. Hondendrollen, scheten, geslachtsdelen, bonbons met ingespoten laxeermiddel en andere onderbroekenlol moeten bijdragen aan de pret van de dijenkletsende lezers. Eigenlijk had ik het idee dat ik het scenario voor een slapstickfilm zat te lezen, of voor een vrolijke tv-serie. Voor een boek is het vaak best leuk, maar soms ook wat te veel van het goede.

Liesbeth de Jong – De Plaaggeesten. ISBN 978-94-49317281-4, 229 pagina’s, € 17,75. Harderwijk: Uitgeverij Gopher 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Humor | Reacties uitgeschakeld voor De Plaaggeesten

Overschot

Je leven overhoop door een verslaafde zoon

Ferry is duizenden euro’s schuldig aan zijn drugsdealers, die ook zijn vader onder druk zetten.

Makelaar Arend Meulenhoek krijgt dreigtelefoontjes van een man die claimt dat zijn stiefzoon Ferry duizenden euro’s schuldig is. Ferry wordt in elkaar geslagen en belandt in het ziekenhuis. Arend heeft nog een probleem. Hij heeft een meisje aangereden. Hij is onschuldig, want ze was onvoorzichtig. Toch ziet haar vriendje Arend als de moedwillige dader.

 

 

 

Auteur

René Appel (1945) is schrijver van Nederlandse misdaadromans en taalwetenschapper. Tijdens zijn academische loopbaan richtte hij zich op het bestuderen van de tweede-taalverwerving van allochtonen. In 1984 promoveerde hij en van 1994 tot 2003 was hij bijzonder hoogleraar. Hij schreef korte verhalen en was recensent voor misdaadliteratuur bij het NRC. In 1987 begon hij zelf met het schrijven van literaire thrillers en was de eerste die daarbij schreef in een zeer verzorgde, literaire stijl, Hij debuteerde met Handicap. Met De Derde Persoon won hij de Gouden Strop. In 2001 kreeg hij deze prijs nog een keer met Zinloos geweld. Overschot is zijn 25ste misdaadroman, het werd genomineerd voor de Gouden Strop 2021.

Het boek begint direct al spannend. Makelaar Arend Meulenbroek krijgt een dreigtelefoon van iemand die eist dat zijn zoon Ferry eindelijk moet betalen, maar liefst 18.000 Euro. De schrijver slaagt er meesterlijk in het taalgebruik dit personage te typeren: Hou je nou niet van de domme, Meulenbroek, daar heb ik een pesthekel aan, Het gaat erom dat-ie als de razende sodemieter gaat betalen. Ferry wordt betiteld met de woorden: die onbetrouwbare zakkenwasser, die leipekop. Deze onderwereldfiguur komt Arend ook opzoeken. Hij is vergezeld van Theo, een echte krachtpatser. Ze bedreigen hem en de prijs stijgt. Ferry ontkent aanvankelijk alles. Als waarschuwing wordt hij in elkaar geslagen. Hoe moet dit aflopen?

Veel aandacht besteedt de schrijver aan de gezinssituatie. De brave makelaar Arend Meulenbroek runt samen met zijn vrouw Maud een makelaarsbedrijf. Ferry is een jongeman die geen werk heeft en zwaar verslaafd is. Arend probeert streng te zijn door geen geld te geven, maar Maud blijft haar zoon vertroetelen. Het huwelijk is goed, maar in de bejegening van Ferry zit veel conflictstof. Arend is bovendien niet de natuurlijke vader van Ferry, waardoor bij hem geen absolute liefde voor deze probleemjongen bestaat.

Een tweede verhaallijn is die van de aanrijding. Als Ferry zwaargewond door een mishandeling in het ziekenhuis is opgenomen rijdt Arend volkomen gestrest naar het ziekenhuis. Opeens duikt een fietsend meisje voor hem op, ze slaat al telefonerend of append onverwachts links af. Hij kan haar niet ontwijken en rijdt haar aan. Zwaargewond wordt ze naar het ziekenhuis vervoerd. De onschuldige Arend voelt zich wel schuldig. Hij gaat regelmatig naar het ziekenhuis en heeft contact met de ouders. Het vriendje van het meisje, Daan, beschouwt Arend als schuldige. Bij hun eerste ontmoeting zegt hij: O, jij bent dus die kerel die Larys bijna heeft doodgereden. Daan blijft Arend dreigend benaderen. Zo bevat het boek twee verhaallijnen met veel spanning.

Een derde verhaallijn is de makelaardij. De schrijver vond het kennelijk nodig om het werk van Meulenbroek heel precies te volgen. Huisbezichtigingen, onderhandelingen, alle aspecten van het werk van een makelaar komen aan bod. De enige spanning die hier ontstaat is als het gaat om een lastig echtpaar dat na elke bezichtiging het huis weigert. Bij een laatste onderhandeling zijn ze heel onredelijk. Dit heeft niets te maken met het eigenlijke onderwerp, er is geen enkel raakvlak.

We hebben hier te maken met een literaire thriller of psychologische thriller die typerend is voor René Appel. Bij hem geen politiespeurder of privédetective, maar de hoofpersonen zijn keurige, burgerlijke mensen. Ineens raken ze verzeild in vervelende omstandigheden. Dat is in dit boek ook het geval. Onverwacht krijgen Arend en Maud te maken met criminelen en we maken mee hoe zij reageren en hoe zij langzamerhand heel gestrest raken.

Het is weer een genoegen een thriller van René Appel te lezen. Echter voor doorknede lezers van het genre die houden van geweld en actie is dit boek misschien iets te tam. Jammer dat de schrijver het slot wat snel afraffelt. Het slot is overigens wel heel verrassend als afsluiting van een knappe plot.

René AppelOverschot. ISBN 978-90-263-5364-2, 295 pagina’s, € 20,99. Amsterdam: Ambo | Anthos 2020.

Geplaatst in Alle Boeken, Detective / Thriller | Reacties uitgeschakeld voor Overschot

Bik

Uitgesmeerd leven

Een Haagse man met Duitse relaties ziet hoe de oorlog lang uitdruipt in zijn bestaan, maar alles aan zijn einde komt.

Hij wordt gewoon Bik genoemd. Dat is zijn achternaam. Hij heeft wél twee geboortenamen Simon Johannes, maar van een normale roepnaam is geen sprake. Bik volstaat. Alle andere personages, zijn vader, zijn moeder, zijn zus en zijn broer evenals zijn nichtjes Ella en Irma en natuurlijk zijn geliefdes en zijn vrienden hebben wel voornamen. Zij zijn gelijktijdig of afwisselend de spiegels en klankkasten van zijn leven.

 

Irma zou zich haar oom Bik later herinneren als een onbezorgde man. In tegenstelling tot haar vader Jan die wel bezorgd was. Ze vertelt dat hij de enige was die ze kende, die een auto had. Soms mocht ze mee voor een ritje. Zoiets klinkt als heel lang geleden.

Een boek over een onbezorgde man? Deze mededeling van Irma wordt pas aan het slot van het boek verstrekt. Haar vader Jan is dan al in 1999 overleden.

Van de jeugd van Bik weten we niet veel. Hij gaat de autotechniek in. Hij is gefascineerd door auto’s. Daarvoor kun je in Duitsland goed terecht. En niet alleen voor auto’s. In 1936 waren de Olympische Spelen een groot succes, zowel vanwege de medailleregen die op de Duitse sporters was uitgestort, als ook zakelijk. Iedereen wilde naar Berlijn om contacten te leggen en handel te drijven. Bovendien werd in 1937 Berlijns zevende eeuwfeest gevierd. Het kon  niet op.

Niet alleen in Berlijn was het polonaise. In München werden 650 moderne kunstwerken uit 32 musea bijeengebracht voor een nazi-overzichtstentoonstelling ‘Entartete Kunst’. De reizende expositie trok twee miljoen bezoekers in vier maanden.

Bik is in Duitsland. Hij heeft een vriendin Irmina met wie hij een concert van de Comedian Harmonists bezoekt. Inmiddels werden drie van de zes leden van dit close harmony gezelschap vervangen omdat ze Joden waren. Bik meent dit te kunnen horen. Er wordt iets minder perfect gezongen.

Bik is geïnteresseerd in de ontwikkeling van de ‘Kraft durch Freude’-wagen, de latere Volkswagen Kever. Een auto voor de gewone man. Het voertuig moet 100 km per uur halen, een gezin kunnen vervoeren of drie soldaten en een mitrailleur, een lucht gekoelde motor hebben, zodat hij buiten kan staan, 1 op 14 kunnen rijden en 900 Rijksmark kosten.

Bik moet zijn liefde voor Irmina delen met Ulli. Deze Ulli is oud, hij is in de 70. Ulli had haar opa kunnen zijn, maar de oude baas is charmant en bemiddeld. Irmina laat zich het graag aanleunen.

De oorlog is al uitgebroken als Bik terugreist naar Den Haag. Zijn vader heeft zich aangemeld bij de NSB. Bik wordt met een vriendelijke brief uitgenodigd langs te komen bij de Gestapo. Ze hebben een voorstel.

Na de oorlog blijft de schaduw van die ellendige tijd lang over het gezin hangen. Bik verlangt naar Irmina, maar heeft toch in Nederland zijn eigen leven. Soms een succesje en soms pech.

Irma vond haar oom een onbezorgde man. Dat valt te betwijfelen. In elk geval is er de steeds zuigende Sehnsucht. Vooral bij het klimmen der jaren verzucht Bik: Het valt niet mee een oude man te zijn. Je moet er zin in hebben en Hoe graag zou ik nog eens op een rijdende tram springen. Op het achterbalkon.

Auteur

Cor Gout (1946) is neerlandicus, filosoof, zanger en programmamaker. Bik is zijn debuut. In deze roman bekruipt het gevoel hoe gemakkelijk het leven je overvalt, door je handen glipt en dat je het zelf eigenlijk ook niet hebt bedacht. We lezen hoe innerlijk vuur uiteindelijk uitdooft en dat je er voor anderen uit kan zien als een onbezorgde man.

 

 

 

Zeker voor wie gevoel voor reflectie heeft en beschikt over emotionele antennes is dit prachtig uitgegeven boek een besliste aanrader.

Cor Gout – Bik. ISBN 978-94-93214-21-7, 165 pagina’s, € 23,50. Haarlem: In de Knipscheer 2021

Geplaatst in Alle Boeken, Diversen | Reacties uitgeschakeld voor Bik

Waarom moet ik u tegen jou zeggen?

Hoe beleeft Duitse immigrante de oorlog?

Tegen de achtergrond van een Gronings grensdorp in de Tweede Wereldoorlog wordt het verhaal verteld van een Nederlandse verzetsstrijder en een Duitse immigrante..

 

 

 

 

 

In een grensdorpje in Groningen woont het gezin van Minnie, een Duitse immigrante en haar man Douwe. De roman begint op 21 maart 1945, een paar maanden voor de bevrijding. Het is de dag dat Douwe wordt opgepakt. Hij is verraden. In het vervolg gaan we terug in de tijd en wordt vanuit het perspectief van Douwe verteld over zijn verzetswerk. Hij is onder andere betrokken bij een overval op een distributiekantoor. Tegenover zijn vrouw vertelt hij niets over het verzetswerk.

Uitvoerig komt Minnie aan het woord over haar rol als moeder en huisvrouw. We krijgen inzicht hoe moeilijk het voor haar was om in die tijden haar gezin te voeden en te kleden. Ze heeft de zorg over drie kinderen. De oudste zoon bevindt zich op een onderduikadres. Minnie heeft het extra moeilijk omdat zij van Duitse afkomst is. Het tweede deel speelt van 1965 tot 1968 en gaat over Minnies leven als weduwe.

Auteur

Karin Driegen studeerde kunstgeschiedenis en gaf tekenlessen op middelbare scholen. Ze vertrok naar Engeland en werkte als redactrice bij een uitgever. Inmiddels woont ze met haar man en twee dochters in Zuid-Engeland waar ze zich geheel wijdt aan het schrijven van romans.. Waarom moet ik u tegen u zeggen? is haar debuutroman. Ze schreef het boek als een eerbetoon aan haar grootouders. Haar oma was een Duitse immigrante en haar opa een verzetsheld die werd gearresteerd en gefusilleerd.

 

Het boek begint direct met het meest dramatische deel van het boek: de arrestatie van Douwe terwijl hij thuis is met zijn gezin. De gevangenneming vindt plaats door zeven zwaarbewapende landwachters. De arrestatie is bijzonder dramatisch beschreven. De jongste dochter schopt een van de mannen tegen zijn scheenbeen, een andere dochter gaat naar de piano en speelt een lievelingspsalm van vader. Douwe wordt streng ondervraagd en gemarteld. Hij komt terecht in de gevangenis in Groningen waar Minnie een keer naar toe gaat om eten en schone kleren te brengen. Verder horen ze niets meer. Ook na de bevrijding weten ze lange tijd niet wat er met hem gebeurd is.

Het tweede deel heeft een heel ander karakter. De spannende en indringende gedeeltes ontbreken. Het is nogal fragmentarisch en bevat veel grote tijdsprongen. De schrijfster wilde perse Minnies gehele leven beschrijven. De nadruk ligt op het familiegevoel. Minnie geniet van haar kleinkinderen. Haar zoon Hans is een aanhanger van de vredesbeweging. Minnie sympathiseert daarmee en gaat op hoge leeftijd met haar familie naar de grote vredesdemonstratie tegen kruisraketten in Den Haag.

Een heel sympathiek gedeelte gaat over haar naaiactiviteiten. Van haar kinderen krijgt ze een naaimachine waarmee ze voor veel mensen kleding vervaardigt. Haar talent komt het best tot uiting als zij voor een boetiek gaat werken. De modieuze zelf ontworpen kleding is een verkoopsucces.

Er is ook sprake van spanning in dit gedeelte. Op de omslag staat de afbeelding van een doosje pottertjes. Daarin zit een briefje dat veel onrust bij Minnie veroorzaakt. Later ontvangt zij een brief die veel onthult. Minnie houdt de inhoud geheim. Pas aan het eind wordt de inhoud van de brief onthuld. Enkele dringende vragen ten aanzien van Douwe worden dan beantwoord.

Er zijn al vele boeken verschenen over de Tweede Wereldoorlog. In deze roman komen aspecten naar voren die nog niet eerder zijn beschreven. Weinig oorlogsboeken spelen zich af in Groningen. Met name de heftige bevrijdingsstrijd zal voor velen nieuw zijn. Wat dit boek uniek maakt is het aangrijpende levensverhaal van hoofdpersoon Minnie die in de twintiger jaren uit Duitsland emigreerde en als Duitse nooit helemaal werd geaccepteerd. De schrijfster toont met dit portret een geweldig inlevingsvermogen. Zij stelt de lezer in staat mee te leven met dit personage.

Een indrukwekkende roman.

Karin DriegenWaarom moet ik u tegen jou zeggen? ISBN 978-90-903-2706-8, 262 pagina’s, € 17,95. Soest: Uitgeverij W.K.D. 2020.

Geplaatst in Alle Boeken, Tweede Wereldoorlog | Reacties uitgeschakeld voor Waarom moet ik u tegen jou zeggen?

Martin H.

Gokken, coke en vrouwen

Van politieman tot moordenaar van Klaas Bruinsma. Een spin in het web van de onderwereld.

In 1993 wordt Martin Hoogland veroordeeld tot twintig jaar cel voor de moorden op maffiabaas Klaas Bruinsma en drugsdealer Tonny Hijzelendoorn. De laatste woorden van Bruinsma waren gericht tot zijn moordenaar. Hij zou tegen Martin gezegd hebben: ‘Als jij nu naar huis gaat, liggen je vrouw en kinderen met doorgesneden keel in hun bed.’ Hoogland trekt daarop meteen zijn zware vuurwapen en schiet Bruinsma door het hart. Hij wordt een aantal meters naar achteren geworpen en gaat neer. Martin schiet nog drie keer. Een ware overkill. Bruinsma is morsdood.

Martin wordt in 1956 als Martin Klijn geboren. Later zal hij de achternaam van zijn stiefvader aannemen. Na de MAVO komt hij bij de politie terecht. Hij meldt zich in 1973 bij wat nu de Politieacademie heet. Het avontuur lokt hem en Martin wil niets liever dan werken bij Amsterdams meest beruchte bureau: Bureau Warmoesstraat. Hij zal vanaf augustus 1976 maar 10 maanden deel uitmaken van dat corps.

Martin Hoogland maakt kennis met de onderwereld in zijn meest brede vorm. Drugs, gokken, prostitutie, smeergeld, corruptie, vele vormen van geweld, moord en niet in de laatste plaats een chaotisch en corrupt politiecorps

Toen Hoogland aantrad waren hoofdinspecteurs als Jelle Kuiper en Joop van Riessen al bezig deze augiasstal te reinigen, maar de banden tussen politie en criminelen waren zeer hardnekkig. Het was voor politiemensen eigenlijk niet mogelijk \om niet gecorrumpeerd te geraken. De enige maatregel die werkte was, iedere agent die werd betrapt te ontslaan of over te plaatsen.

Dat laatste gebeurde met Hoogland nadat hij bij een drugsdeal een deel van de buit zou hebben geëist als zwijggeld. Het was een erg onoverzichtelijke situatie, maar het gevolg is wel dat Martin wordt overgeplaatst naar het hoofdbureau aan de Elandsgracht.

Hierna ontwikkelt de carrière van de politieman Hoogland zich steeds meer als een schoolvoorbeeld van een agent die voortdurend verstrikt raakt in de verlokkingen van de onderwereld. Op 1 februari 1984 neemt hij gedwongen ontslag. Het corps is hard toe aan opschoning. Men is teveel door allerlei zaken negatief in het nieuws gekomen, waaronder de bekendste waren: de brand in Casa Rosso waarbij dertien mensen om het leven kwamen en de Heineken ontvoering.

Auteur

Vico Olling (1971) is journalist en sinds 2004 chef redactie bij Panorama. Hij is verantwoordelijk voor de misdaadverhalen. Hij werkte verder mee aan boeken over de Heineken ontvoering, de Hells Angels en Willem Holleeder.

 

 

 

 

Ollings boek over Martin Hoogland is buitengewoon aantrekkelijk door de bijna eindeloze verhalen over de politie en het ‘milieu’. Nadat Hoogland weg is bij de politie neemt hij wel zijn kennis en kunde mee en is daarmee een aantrekkelijke partner voor de zware jongens. Die vormen geen club, maar zijn verdeeld in groepen die elkanders concurrent zijn en elkaar soms op leven en dood bestrijden.

Martin Hoogland voelt zich uiteindelijk het meeste thuis bij de Servische Joegoslaven. Een schietpartij op 6 december 1986 waarbij hij laat zien niet alleen twee wapens bij zich te dragen, maar ook bereid is ze te gebruiken, geven hem enorme status bij de ‘Joego’s’. Martin wordt een belangrijke spil in de cocaïnehandel en reist zelfs naar Colombia om contacten te leggen.

Ook in de onderwereld vangen hoge bomen veel wind. Zo ondervindt Martin Hoogland dat hij niet straffeloos concurrenten kan executeren en wordt hij zelf in 2004 tijdens een proefverlof vermoord.

Wie wil weten hoe dit allemaal zijn beslag kreeg en ook verder geïnteresseerd is in het kat-en-muisspel tussen politie en misdadigers en tussen criminelen onderling, zal geen bladzijde teleurgesteld worden in het flamboyant geschreven boek.

Vico Olling – Martin H. Van politieman tot moordenaar van Klaas Bruinsma. ISBN 978-90-468-2892-2, 253 pagina’s, € 20,99. Amsterdam: Nieuw Amsterdam 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Misdaad | Reacties uitgeschakeld voor Martin H.