Tussen kunst en cash

Geldwolven en schilderijen

Hebzucht en corruptie liggen op de loer in de kunsthandel. Over duistere spelletjes.

Handel in dure kunst is vaak gevangen in een web van ‘ons kent ons’, een onverbiddelijk gevecht om verf en pegels en een wankel evenwicht tussen vertrouwen en wantrouwen. Zeker is dat de zucht naar het grote geld gemakkelijk corrumpeert.

 

 

 

Zelfs een betrouwbaar adres als Sotheby’s neemt soms de gok om gestolen werk te gelde te maken. Onvoorzichtigheid wordt geweten aan de concurrentie met andere veilinghuizen, de omzeteisen of de privéomstandigheden van een acquisiteur. Het kan iedereen treffen.

Gezamenlijk inkopen gebeurt regelmatig, wanneer werken van gerenommeerde schilders op de veiling komen. Wee de kunsthandelaar, die achter de rug om, een opzetje heeft met een derde partij, als de eerste afspraak niet mocht slagen. Als dat uitkomt, heb je een erecode gebroken en wil niemand meer zaken met je doen.

In 2016 maakte kunsthandelaar Jan Six met Sander Bijl, handelaar in oude meesters in Alkmaar, zo’n een afspraak om een onbekende Rembrandt te verschalken. Toen dat niet lukte voor de onderling afgesproken prijs, bleek de elfde telg uit het bekende Amsterdamse kunstminnende patriciërsgeslacht handje klap te spelen met de Britse kunsthandelaar John Morton Morris. Met hem kocht Six stiekem het schilderij voor een hoger bedrag. Toen dat 17 maanden later uitkwam, waren de rapen gaar. Al is de leugen nog zo snel…

Het kostte Jan Six vriendschappen en zijn reputatie. Het zou trouwens niet de eerste keer zijn dat Six zo’n kunstje flikte. Het valt allemaal te lezen in Van kunst tot cash.

Beatrix Ruf werd in 2014 juichend binnen gehaald als nieuwe directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam. Het ging mis door belangenverstrengeling, waarbij Ruf meende dat het museum zo’n beetje haar privé galerie was. Bevriende schilders konden met hun werk gemakkelijk terecht, waardoor hun marktwaarde steeg. Ook hield Ruf, tegen de afspraken in, er stevige bijbanen op na waarbij ze het geld tegen de regels voor zichzelf hield. Haar BV behaalde in het eerste jaar dat ze directeur was, een winst van € 437.306. Een veelvoud van haar salaris. Na drie jaar vertrok ze, maar haar gezag en de haar getrouwen zouden nog van zich laten horen.

Auteurs

Pieter van Os (1971) is schrijver en journalist bij de NRC en De Groene Amsterdammer terwijl Arjen Ribbens (1957) journalist en kunstredacteur bij de NRC is. Beiden ontrafelen in dertien hoofdstukken malversaties, kunstroof, vervalsingen, ongewenste geldstromen en discutabele kunsthandel in Nederland.

De meeste pagina’s hadden zij nodig voor de kunstverkopen van de Oranjes. Deze familie is druk doende met illegale handel. Bij andere koningshuizen, zoals het Engelse, wordt de kunst die het vorstenhuis in bruikleen heeft, door de staat beheerd. Zo niet hier. De Oranjes beheren dit zelf. Prins Bernhard kon ongegeneerd kunst verkopen om zijn moeder, zijn bijzit en zijn bastaardkind te onderhouden. Wanneer men in geldnood verkeert, zowel vroeger na de dood van koning Willem II als in het heden, bijvoorbeeld in het geval van Christina wordt nationaal erfgoed beschouwd als een privaat spaarpotje. Schrijnende gevallen worden beschreven. Opmerkelijk is dat iedereen die het merkt, verandert in een met de hielen klakkende lakei. Bij Kamervragen vindt de regering van Rutte het te ingewikkeld om er iets aan te doen. Een RVD-veteraan zegt: ‘Snap het dan toch. Niet de familie wordt in de bescherming genomen, maar de monarchie’. Ach zo.

Verder komen het opsporingsprogramma van Arthur Brand aan de orde en uiteraard de succesformule Tussen kunst en kitsch. Opmerkelijk is de misser van een middeleeuws astrolabium dat Fred Kaps waardeerde op € 10.000 tot € 12.000 en werd geveild voor € 137.950.

Het zijn vaak spannende en onthutsende verhalen die in Tussen kunst en cash worden voorgeschoteld. Dit boek is niet alleen onderhoudend om te lezen, maar ook uitermate leerzaam voor het geval via de media verslag wordt gedaan van ontdekte, teruggevonden of al dan niet vervalste schilderijen. Men is dan enigszins geprepareerd.

Arjen Ribbens en Pieter van Os – Tussen kunst en cash. ISBN 978-94-931-6883-1, 314 pagina’s. Amsterdam: Uitgeverij Das Mag 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Kunst | Reacties uitgeschakeld voor Tussen kunst en cash

Tat Tvam Asi

Associatieve verhalen

Het ZKV als Snijders’ eigen stijlvorm.

Voor de twaalfde keer verschijnt er een bundeling Zeer Korte Verhalen – kortweg ZKV’s genoemd – van de auteur die zowel als dadaïst als filosoof wordt beschouwd. Een bekend criticus (Wim Brands 1959 – 2016) noemde de ZKV’s ooit maggiblokjes. Een mooie omschrijving: de lezer kruidt er zijn eigen gedachten mee, ervaart de teksten als pittig, zachtmoedig, troostrijk of ironisch, net waar hij op dat moment behoefte aan heeft. En bevalt een ZKV niet, dan slaat hij de pagina om en zoekt verder naar een ander. De bundels van Snijders zijn tenslotte niet zuinig ingedeeld. Tat Tvam Asi schenkt de lezer 337 korte verhalen, het is de dikste bundel tot nu toe.

De woorden Tat Tvam Asi, zo leert de auteur ons, zijn afkomstig uit het Sanskriet. Ze betekenen Dat ben jij. Het is een zegswijze uit de Upanishads, de esoterische verhandelingen die binnen het hindoeïsme als heilig worden beschouwd. Het zijn teksten waaraan elke vorm van sektarisme ontbreekt. Wat dat betreft lopen ze parallel aan de ZKV’s van Snijders. Uw nuchtere recensent beschouwt de bundel als een boom vol rijpe appels. Appels die je plukt en eet, verwerkt tot een taart, moes en jam of tot wijn of likeur bewerkt. Voor elk wat wils.

Grasduinend door de bundel zoek ik naar een kennismaking met de mens A.L. Snijders. Als hij zijn bundel de titel ‘Dat ben jij’ meegeeft, wil ik ook graag weten wie mij meent te kennen en vraag op mijn beurt mij af: ‘En wie ben jij dan wel?’

Het oog valt op het verhaal over mede-columnist en cineast Jan Vrijman. Snijders noteert: Hoewel Jan Vrijman en ik bevriend waren, was de kern van onze vriendschap raadselachtig. We waren antipoden: hij durfde alles, ik niets. Hij beschouwde het leven als een onvoorwaardelijk experiment en deed alles wat hij wilde, terwijl ik het leven beschouw als een verhaal van anderen, niet van mezelf. Ik ben een onvervalste ironicus, hij haatte zulke mensen (…). Ik vond alles goed wat hij deed, hij noemde mij wel eens ‘zijn vader’. Daar begreep ik niets van, want hij was twaalf jaar ouder dan ik. En zo gaat hij door, en tekent een zelfportret gebaseerd op ontkenningen. Een zwaarmoedig verhaal. Om vervolgens, één pagina verder, zijn ZKV ‘Bollen’ te beginnen met Een halve eeuw geleden, toen ik op het land kwam wonen, was ik een bezienswaardigheid. De natuur heeft hem gegrepen. Snijders werd van stads- ook natuurmens. Zijn verhalen zijn mensen en dieren, groen en seizoenen.

Auteur

A.L. Snijders (1937) debuteerde in 2006 met een bundel zeer korte verhalen, ZKV’s. Daatna volgden onder meer De libelleman en  Doelloos kijken, Niemand schreef zoals hij, het ZKV werd zijn handelsmerk, zijn specialisme dat zowel de dichter als de prozaschrijver diende. Hij kreeg vele etiketten opgeplakt, tot dadaïst toe. Maar hij accepteerde er geen een en schreef verder, naar eigen wijze. In 2010 ontving hij voor zijn oeuvre de Constantijn Huygensprijs.

 

De verhalen uit deze bundel zijn geschreven in 2019 en 2920. Ze werden gepubliceerd op de Graslijst, de website van KRO/NCRV, in de Vlaamse krant De Standaard, in de VPRO-gids en De Berkelbode, de huis-aan-huiskrant voor Lochem en omgeving.

Snijders schrijft zorgeloos en associatief en verwacht van zijn lezers hetzelfde. Het staat de auteur vrij te interpreteren, daarmee daagt hij zijn lezers uit hetzelfde te doen. Hemel en mist raken elkaar, wie leest moet zijn eigen weg daarin zoeken.

Snijders schrijft voor een uitdijende groep liefhebbers, lees hem en word gegrepen. Het ZKV is gemaakt voor genieters.

A.L. Snijders – Tat Tvam Asi. ISBN 978-94-9318-305-6, 648 pagina’s, gebonden met leeslint €50,00, paperback €28,00. Doetinchem / Enschede: AFdH Uitgevers 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Korte verhalen | Reacties uitgeschakeld voor Tat Tvam Asi

2021 Kamp Alpha De nieuwe wereld

Geen plaats voor huisdieren

Volgens de regering heerst er pest in Nederland. Huisdieren zijn de besmetters, daarom worden ze verboden. In een voormalig bungalowpark mogen de bewoners hun huisdier bewaren. Er gelden strenge regels en er wordt geëxperimenteerd met een duurzaam leven.

Kamp Alpha, de nieuwe wereld is het tweede deel van een serie. Om dit tweede deel ten volle te snappen is het lezen van het eerste deel noodzakelijk. Voor een groot gedeelte speelt het eerste deel in het land, terwijl het tweede deel zich afspeelt in een voormalig bungalowpark.

 

In Nederland heerst een bacteriële infectie, volgens sommigen gaat het om de pest. De regering heeft zeer strenge regels ingesteld. De infectie wordt volgens hen veroorzaakt door huisdieren. Het houden daarvan is daarom verboden en de dieren worden massaal afgemaakt. Razzia’s worden gehouden om achtergehouden huisdieren alsnog te elimineren. Vlees is schaars. Dat geldt ook voor eieren. Besmette mensen moeten in quarantaine, maar ze verdwijnen vaak.

In deel twee treffen we mensen die in het kamp Alpha wel hun huisdier mogen houden. Het omslag laat een stuk prikkeldraad zien dat op gevangenschap duidt. Hoewel de leiding het leven in het kamp ideaal vindt, is de werkelijkheid anders. De bewoners worden bedreigd door strenge bewakers die gewapend rondlopen.

Auteur

Suzanne Esther (pseudoniem voor Esther Suzanna Mäkel, Amstelveen 1966) studeerde literatuurwetenschap en psychologie. Haar schrijverscarrière begon ze als columniste, nu is ze voltijds auteur. Van haar hand verschenen drie romans: Wervelstof, De Stem en 2020 Kamp Alpha.

 

 

 

 

Evenals in deel één gaat het verhaal over een groep personen en krijgen we niet zo’n goed beeld van de sfeer in het land. Hoe ervaren de burgers de strenge regels? Wat we te weten komen ervaren we via de romanpersonages. In deel twee wordt gewerkt met 58 hoofdstukjes. Elk hoofdstuk heeft als titel het personage dat centraal staat. Zo is er Matthijs. Hij behoort bij een groepje daklozen en is verslaafd. Als ze de folder lezen over Kamp Alpha besluiten ze zich op te geven. Ze verlangen naar onderdak en voedsel.

Een andere groep, waarin Lisette en Arjan de centrale figuren zijn, heeft als taak de dieren te verzorgen. Zij voelen zich gevangenen. De hoofdstukken met deze personages vertonen de meest actie. Lisette wordt aangevallen door een bewaker. Er is sprake van een stevige worsteling. Reden te meer om te gaan vluchten. In dezelfde groep bevinden zich Arjan en Daniëlle. Beiden gedragen zich vreemd. Arjan is zijn geheugen kwijt. De oorzaak lijkt een soort sap te zijn.

Hoewel de personages goed worden beschreven, vaak met de nodige psychologische diepgang, blijven motieven achterwege. Vooral de tandarts Sophie en de laborant Warner blijven raadselachtig. Waarom krijgen ze van de leiding zo’n hoge positie? Sophie heeft zelfs de beschikking over een auto met chauffeur. Het blijft vaag waarom zij door de leiding zo serieus wordt genomen. Overigens blijft het ook onduidelijk wat uiteindelijk de bedoeling is van Kamp Alpha. Wat wil de regering met het land? In de tekst staat daarover het volgende: als Nederland als eerste de beschikking krijgt over zoveel mogelijk verschillende vaccins hebben zij de macht over leven en dood. Hoe wil de regering dit bereiken? Het is één van de vele vragen die onbeantwoord blijven. Andere vragen: gelukt het Lisette te ontsnappen? Hoe gaat het verder met Sophie en Warner? Wat wil de leiding met hen? Allemaal vragen die om een antwoord vragen: daarom is een deel drie noodzakelijk. We zijn benieuwd.

Suzanne Esther schreef een origineel boek dat af en toe thrillerelementen bevat. Wat meer informatie over de bevolking en de regering zou verhelderend zijn geweest. De roman bevat ook diepere thema’s over menselijke vrijheid, misleiding, democratie en tenslotte de plaats van dieren in onze samenleving. De auteur bewijst ook in dit deel dat ze kan schrijven. Ze hanteert een stevige, heldere stijl die prettig leest.

Suzanna Esther2021 Kamp Alpha De nieuwe wereld.  ISBN 978-90-831-2760-6, 292 pagina’s, € 19,95. Vijfhuizen: Poseidon Uitgevers 2021.

Geplaatst in Fictie, Geen categorie, Ziekte | Reacties uitgeschakeld voor 2021 Kamp Alpha De nieuwe wereld

Joodse huizen deel 7

Verhalen over vooroorlogse bewoners

Struikelstenen van papier.

De Duitse kunstenaar Gunter Demnig kwam op een briljant idee om alle slachtoffers van het nationaalsocialisme te gedenken. Geen blokken beton vol namen, geen meters hoge indrukwekkende fonteinen, geen pleinen met het beeld van een mens zonder hart als gebroken natie… nee, zijn monument zou slechts 10 x 10 cm groot zijn. En daarmee klein, maar nooit nietig. Zijn kleine stenen met koperen afdekplaatjes werden de beroemde Stolpersteine, in Nederland ‘struikelstenen’ genoemd, in Friesland stroffelstiennen, in Vlaanderen gedenkkasseien…

Er zijn, nadat in 1992 voor het stadhuis in Keulen het eerste steentje werd gelegd, over de hele wereld inmiddels duizenden Stolpersteine gekomen. Iedereen die zo’n bijna onooglijk koperen plaatje tussen de straatstenen ziet schrikt even op, zijn hersens ‘struikelen’: kijk, een Stolperstein, hier wordt een Nazislachtoffer herdacht. Demnig brengt deze gedenktekens aan in het trottoir voor de vroegere woonhuizen van mensen die door de nazi’s zijn verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfdoding zijn gedreven. Zijn idee werd wereldwijd overgenomen. Bijna elke stad kent Stolpersteine. Er is een lijst voorhanden.

Dit zevende deel van ‘Joodse huizen’ – deel acht is alweer in voorbereiding – is in wezen een papieren verzameling van zulke struikelstenen. Nazaten van vermoorde Joden, bewoners van huizen waarin vermoorde Joden gewoond hebben, buurtgenoten, verdiepten zich in de geschiedenis van de bewoners van dat huis. Soms waren de namen van de oude bewoners een verrassing, andere keren brachten straatgenoten hen op het spoor of wisten familieleden van de doden een deel van een geschiedenis op te dissen. De schrijvers van alle verhalen van de verschillende adressen zijn speurders in een nabij verleden dat weinig overlevenden liet. Dat maakt de verschillende ‘huis-verhalen’ in deze boeken emotioneel beladen. De verhalen zijn niet allemaal even goed geschreven, maar wel het lezen waard.

Redactie

Frits Rijksbaron (1944) copywriter en conceptmaker, is van meet af aan lid van de kleine redactie die de verhalen verzamelde, persklaar en leesbaar maakte. Een lastig karwei, met een zo divers gezelschap aan auteurs. De bundel verdient daarom alle lof.

Desondanks kun je je afvragen voor wie deze verhalen boeiend zijn. Voor de familieleden van vermoorde bewoners, voor de huidige bewoners van de oude ‘Joodse huizen’, voor hen die geïnteresseerd zijn in de cultuur van de diverse steden of specifiek in de cultuur van de joodse bevolking die voor de oorlog in Nederland leefde. Maar buiten die selecte groep?

Het boek lijkt op een soort patchworkdeken. Sommige lapjes zijn effen van kleur, andere zijn  schitterend van patroon, afhankelijk van de ‘kleur’ van de bewoners. Elk lapje in zo’n deken is onmisbaar voor het geheel, maar ze trekken niet altijd veel aandacht en zijn niet altijd even interessant.

Zo is het verhaal van Roosje Querido-Lever die met een hondenkar met manufacturen langs de deuren ging in de Utrechtse wijk C, terwijl echtgenoot Levi Querido met zijn lapjeskraam  op de markt stond, geweldig om te lezen. Maar eigenlijk vond ik het verhaal van Alphons Diepenbrock mooier: hij componeerde er lustig op los in zijn zolderkamer in Amsterdam-Zuid. Zijn inspiratie haalde hij uit de prachtige vergezichten over de weilanden waar hij op uitkeek. Maar toen, in 1915, werden de huizen van De Lairessestraat gebouwd die hem zijn uitzicht ontnamen. Weg weidse blik. Weg vreugde. Hij raakte in een depressie en zijn muziek werd steeds somberder. Door die huizen ja, in De Lairessestraat. In één van die gewraakte panden, op nummer 37, kwam de familie Weyel te wonen. Hun kleinzoon schrijft het verhaal over hun huis, inclusief de droevige anekdote over de componist.

Grasduin maar door de boeken over de Joodse bewoners en beschouw ze vooral als papieren Stolpersteine, ooit leefden hier mensen die werden vermoord door de nazi’s, niet eens heel lang geleden.

Frits Rijksbaron, Esther Shaya en Gert Jan de Vries (red.) – Joodse Huizen Verhalen over vooroorlogse bewoners. Zevende boek. ISBN 978-990-6446-131-6, 222 pagina’s, €21,00. Amsterdam: Amphora Books 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Tweede Wereldoorlog | Reacties uitgeschakeld voor Joodse huizen deel 7

Joodse ‘burgemeester’ in oorlogstijd

Ongelooflijk oorlogsverhaal

Hoe de Amsterdamse Ab(raham) Izak Roos in de Tweede Wereldoorlog veranderde in Theodorus Marinus van Leur en wist op te klimmen tot ‘burgemeester’ van Amerongen.

In de jaren dertig drijven Ab Roos en zijn vrouw Rosalie een zaak in fruit en vis en comestibles aan de Amstelveenseweg in Amsterdam. In 1937 wordt hun oudste zoon Jaap (Jacob) geboren en in 1939 de tweede zoon, Sal (Salomon). Ze zijn ondertussen verhuisd naar de Amsteldijk, vlak bij de Berlagebrug, waar ze boven de winkel wonen. De families van Ab en Ro zijn ook naar Amsterdam-Zuid verhuisd. De zaken gaan goed, maar op 10 mei 1940 verandert hun leven gigantisch: Duitsland is zonder aankondiging Nederland binnengevallen.

Op 1 juli worden de eerste anti-Joodse maatregelen ingevoerd. De belofte dat de Joodse bevolking ongemoeid blijft wordt niet nagekomen. Tijdens een razzia worden 427 Joodse jongens opgepakt. Dit is de aanleiding tot de Februaristaking. De Duitsers slaan hard terug: de hele Amsterdamse gemeenteraad onder burgemeester De Vlugt wordt ontslagen en de positie van de Joden wordt steeds slechter.

Vanaf oktober 1941 worden vele bedrijven geliquideerd en de tegoeden vloeien in de Duitse staatskas. De winkel van Ab en Rosalie is nog even gevrijwaard van liquidatie omdat er levensmiddelen worden verkocht. Maar net als vele anderen zijn ze niet langer de baas over hun eigen zaak: dat is een Duitse bewindvoerder. Dan worden Joodse mannen te werk gesteld in werkkampen. Als ook Ab een oproep krijgt probeert hij via de neef van zijn schoonvader, die directeur van de Joodse Raad is, aan een Sperre (een tijdelijke vrijwaring) te komen. Het wordt hem niet gegund.

Auteur

Aan de hand van een zakboekje en door het doorspitten van allerlei archieven heeft Jaap, de oudste zoon van Ab en Rosalie Roos, met hulp van journalist Leonie Sinnema dit document tot stand gebracht. Hoewel hijzelf onderdeel van de gebeurtenissen was kwamen er heel wat hem onbekende feitelijkheden aan het licht. Zoals in zoveel Joodse gezinnen die de oorlog overleefd hebben werd er weinig gesproken over wat ze hebben moeten doorstaan.

Ook de familie Roos ontkomt niet aan deportatie naar Westerbork. Ab weet met zijn gezin uit het kamp ontslagen te worden. Bij terugkeer in Amsterdam blijkt hun huis bewoond te worden door een NSB’er. Ze moeten onderduiken; Ro komt in Amstelveen terecht; de beide jongens komen uiteindelijk in het noorden van het land.

Ab huurt een kamer bij de postbode en diens vrouw in Amerongen. Met een vals persoonsbewijs op naam van de overleden Theodorus Marinus van Leur weet Ab zich onmisbaar te maken in het Utrechtse dorp. Door een band te bouwen met de Ortskommandant krijgt hij steeds meer invloed, zodanig dat hij in feite een soort burgemeester wordt. Hierdoor kan hij, onder de ogen van de Duitsers, de ondergrondse van dienst zijn.

Na de oorlog begint de zoektocht naar de twee zonen. Sal is in Friesland gebleven, Jaap is in Groningen terechtgekomen. Beiden hebben een andere naam gekregen, dus het niet makkelijk ze te vinden. Toch lukt het en kan het gezin weer aan elkaar proberen te wennen. Theo van Leur wordt weer Ab Roos. Veel van hun familieleden komen echter niet meer terug.

Jaap Roos is nu 83 jaar. Hoogstwaarschijnlijk zullen er niet meer veel boeken over de Tweede Wereldoorlog worden geschreven door mensen die die periode aan den lijve hebben meegemaakt. Zelf heeft hij als kind een deel van de oorlog bij onderduikouders in Haren bij Groningen doorgebracht. Het verhaal over wat zijn vader Ab voor elkaar heeft weten te krijgen, heeft hij dan ook vooral uit papieren uit zijn vaders nalatenschap en archieven.

Wat wel vreemd is, is dat het verhaal van Ab Roos al in diverse kranten onder andere het NIW (Nieuw Israëlitiesch Weekblad) in 2004, is opgetekend. Hierover wordt in de noten niet gerept. Toch blijft het de moeite waard te lezen hoe een jong Joods gezin de oorlog heeft overleefd.

Jaap Roos – Joodse ‘burgemeester’ in oorlogstijd. ISBN 978-90-6446-119-4, 160 pagina’s, € 20,00. Amsterdam: Amphora Books 2020.

Geplaatst in Alle Boeken, Tweede Wereldoorlog | Reacties uitgeschakeld voor Joodse ‘burgemeester’ in oorlogstijd

Nooit meer spertijd

Verhalen om nooit te vergeten.

Doorvertelde oorlogsverhalen, gedichten en kunstwerken.

Wegens de coronacrisis staan ook dit jaar de herdenking van 4 mei en de viering van 5 mei op een lager pitje dan gewoonlijk. Dit boek helpt ons er toch bij stil te staan.

Vanwege de 75ste viering van de Bevrijding van Nederland verscheen een bijzondere bundel met verhalen, herinneringen, gedichten en afbeeldingen van kunstwerken. De verhalen en gedichten zijn samengesteld door de Stichting Schrijfgenootschap Barneveld. Ook kunstenaars en scholieren werkte mee aan dit project.

De doorvertelde verhalen van ooggetuigen werden met zo veel inlevingsvermogen opgetekend dat de lezer als het ware de oorlogstijd wordt ingetrokken. Je kunt niet ontsnappen aan de beklemmende en vaak levensgevaarlijke sfeer waarin je dierbaren probeerden te overleven.

Zo werden beide ouders van de latere fotograaf en filmer Ton Lokker door de Duitsers opgepakt. Een collega-tandarts van Tons vader trok bij hen in om voor de kinderen te zorgen. Jarenlang hing hij op 17 april, de dag die Barneveld werd bevrijd, de vlag uit.

Het schrijnende verhaal van Maria Boonzaaijer over de weggevoerde Joodse studente Rifka snijdt je door de ziel, net zoals het verdriet van de oma van Gerard Eijk over het opgepakte jochie Hans, dat nooit terugkwam.

In Schoutensteeg 1 lezen we hoe een dapper meisje van zestien de discussie met een Duitse officier aanging en met succes eiste dat hij zijn commandant zou bellen. Tante Jacq en tante Net runden een kindertehuis, waarin ze Joodse onderduikkinderen verborgen. Ze werden verraden en tante Jacq werd opgepakt.

De Indonesiër Raden Mas Said Rachmad Koesoembroto studeerde in Nederland toen de bezetting begon. Hij zette zich in voor de redding van Joodse kinderen en moest onderduiken. Na de oorlog ging hij terug naar Indonesië, waar hij zich tegen de koloniale machthebbers keerde. Zijn loyaliteit aan Soekarno werd hem na de staatsgreep van 1965 fataal.

De Tsjech van Italiaanse afkomst Matous Lorenzini werd na de annexatie van Sudetenland gedwongen dienst te nemen in het Duitse leger. In Nederland deserteerde hij en sloot zich aan bij het verzet.

De vader van drie kleine zoontjes verloor zijn gehoor tijdens een ‘hongertocht’ op zoek naar eten voor zijn gezin. De Utrechtse bakker Karel Boonzaaijer nam er geen genoegen mee dat één van zijn medewerkers door een razzia was opgepikt en trotseerde de Duitsers.

Het bovenstaande is slechts een selectie uit de vele lezenswaardige verhalen. In Vluchten voor vrijheid vertelt een 14-jarige scholieren het (verzonnen?) verhaal van de vlucht uit Noord-Korea van de 10-jarige Sara.

De bundel wordt afgesloten met het ooggetuigenverslag van de inmiddels 86-jarige Gerrit de Graaff.

De verhalen worden afgewisseld met gedichten en foto’s van kunstwerken. Van alle schrijvers, dichters en beeldend kunstenaars is achterin deze bijzonder fraaie bundel een kort cv met een foto opgenomen onder de titel Personalia.

Een waardevolle herinnering om te hebben, te lezen en door te bladeren.

Gerard Eijk en Maria Boonzaaijer (redactie) – Nooit meer spertijd. Verhalen om nooit te vergeten. ISBN 978-94-920-5565-1, 139 pagina’s, € 17,50. Nijkerk: Nabij Producties 2020.

Geplaatst in Alle Boeken, Tweede Wereldoorlog | Reacties uitgeschakeld voor Nooit meer spertijd

Hitlers vrede

Pact met de duivel

Hitler en zijn generaals weten na de Slag om Stalingrad dat ze de oorlog zullen verliezen, Sommigen kunnen het toch nog niet geloven, maar anderen nemen hun maatregelen..

 

 

 

Eind november 1943 hielden Stalin, Roosevelt en Churchill in Teheran een topconferentie in Teheran, de hoofdstad van Iran. Het doel van de besprekingen was om een geallieerde strategie te bepalen tegen het Duitsland van Hitler. Als inzet gold de kwestie of er in het westen van Europa een tweede front moest worden geopend. Daarnaast was het belangrijk om de steun van Stalin te behouden, ook al zou het westen daarmee de staten in oostelijk Europa opofferen.

Het zou de eerste keer zijn dat Stalin bij zo’n conferentie aanwezig was. De dictator eiste een veilige plek van samenkomst. Die was lastig te vinden, want Stalin leed aan vliegangst. Het werd de Engelse ambassade in Teheran. Stalin accepteerde dit omdat hij het grootste deel van de reis kon afleggen in zijn gepantserde trein en maar een klein stukje hoefde te vliegen. Met een fles wodka onder handbereik moest dat lukken.

Duidelijk is dat alle drie partijen hun belangen hebben. De nazi’s vrezen een tweede front in Frankrijk. Hun oostfront in Rusland is bezig in te storten en ook in het zuiden verloopt de oorlog voor Hitler ongunstig.

Stalin wil graag de oorlogsdruk verminderen, want hij vreest een opstand van zijn soldaten zoals hij zich dat in 1917 herinnerde.

President Roosevelt en Churchill maken zich zorgen over de afloop van de oorlog wanneer ze oog in oog zullen komen te staan met een nieuwe levensgevaarlijke vijand: Rusland. Moeten ze het misschien met Hitler op een akkoordje gooien? Stalin was toch schuldig aan de massamoord op duizenden Polen bij Katyn? Hij is toch geen haar beter dan Hitler!

Binnen de partijen zijn er bovendien allerlei stromingen en machtsbeluste personen die hun eigen ambities najagen. Vooral in de geledingen onder Hitler gist het. Sommigen willen de Führer liever kwijt dan rijk. Echter ook bij de geallieerden lopen er allerlei haantjes rond die de oorlog zien als een mogelijkheid om er zelf beter uit te komen.

Auteur

Philip Kerr (1956-2018) werd beroemd door zijn thrillers waarin Bernie Gunther als privédetective zijn weg vond in het Derde Rijk. Met name zijn Berlijnse trilogie is een gerespecteerd meesterwerk.

Hitlers vrede is een magistrale roman waarin zonder Bernie Gunther, maar nu met andere kleurrijke figuren de Tweede Wereldoorlog in een onverwacht licht wordt gezet.

 

Centraal staat een persoonlijke assistent van president Roosevelt, Willard Mayer. Hij is professor in de filosofie, kent Europa goed en spreekt vloeiend Duits. Hij blijkt voldoende eigenschappen te hebben om het gemis van Gunther te doen vergeten.

Daarnaast is er de schitterende rol van Walter Schellenberg. Hij is toegevoegd aan de staf van Himmler. Heinrich Himmler ziet de bui van Hitlers nederlaag hangen en wil de conferentie in Teheran aangrijpen om de Führer uit de weg te ruimen.

Zoals we van Kerr gewend zijn blijft hij heel scherp bij de waar gebeurde feiten. Daarbij maakt hij dankbaar gebruik van raadsels die nooit helemaal zijn opgelost of historische ruimte die domweg nooit werd ingevuld.

Hoogtepunten zijn de conversaties van Schellenberg met Hitler en de aanslagen op Willard Mayer. De spanning spat daarbij van de pagina’s.

Donker en gruwelijk zijn de verhoren van Beria, het hoofd van de Russische geheime dienst. Hij wordt door Stalin tamelijk cynisch ‘onze Himmler’ genoemd. Wanneer Beria in Teheran een Oekraïner aan de tand voelt schiet hij gemakshalve eerst iemand van zijn eigen staf door het hoofd om te laten zien dat het ernst is. Zowel Duitsers als Russen sidderen voor deze beul.

Verder dartelen er door deze roman de nodige Mata Hari’s, waardoor het gezegde Cherchez la femme weer eens aan waarachtigheid wint.

Deze ijzingwekkende oorlogsthriller en tevens inktzwarte komedie verschijnt voor het eerst in Nederland als een waardig afscheid van een groot schrijver.

Philip Kerr – Hitlers vrede Vertaald uit het Engels (Hitlers Peace) door Jan Pott. ISBN 978-90-225-9276-2, 496 pagina’s, € 22,99. Amsterdam: Boekerij 2021.

Geplaatst in 'Faction', Alle Boeken, Geschiedenis | Reacties uitgeschakeld voor Hitlers vrede

Tand des tijds

Het CDA in de nieuwe eeuw

Het post-Lubbers tijdperk

Het Christen-Democratisch Appèl (CDA) heeft in de veertig jaar van zijn bestaan veel ups en downs meegemaakt. De periode tot 1998 is geboekstaafd in het inmiddels klassiek geworden boek De rogge staat en dun bij*. Het lot van de partij daarna is minstens zo enerverend. Hoog tijd voor een vervolg op De rogge dus.

 

 

 

 

Auteur

De historicus Pieter Gerrit Kroeger publiceerde samen met de journalist Jaap Stam in 1998 De rogge staat er dun bij. Uit dit boek bleek dat hij als geen ander is ingevoerd in het reilen en zeilen van het CDA. Hij kan daar boeiend en smakelijk over vertellen. Sinds het verschijnen van De rogge wordt hem door de media, terecht, de rol van CDA-watcher toegedicht. In deze hoedanigheid werd hij de afgelopen jaren regelmatig geconsulteerd wanneer er weer wat in de partij was voorgevallen.

Omdat PG, zoals hij ook wel wordt genoemd, zelf ‘gewoon’ CDA-lid is zouden antropologen hem omschrijven als een participerend observator. Hij was onder meer adviseur van de Europese Commissie en verschillende bewindslieden, waaronder CDA- onderwijsminister Wim Deetman. Ook was hij jarenlang hoofdredacteur van het blad Science Guide. Hij steekt zijn mening over het gebeurde niet onder stoelen en banken en legt uitvoerig uit, bijvoorbeeld door het gedetailleerd analyseren van verkiezingsresultaten, waarom hij bepaalde ontwikkelingen als heilzaam, dan wel desastreus voor zijn partij ziet.

Partijleiders

Dit boek behandelt gedetailleerd een periode van meer dan twintig jaar waarin het CDA onder zes verschillende leiders verschillende hoogte- en dieptepunten kende. Op het omslag staan Sybrand van Haersma Buma en Jan Peter Balkenende. Deze twee partijleiders waren het langst aan het roer in de beschreven periode, Balkenende van 2001 tot 2010 en Buma van 2012 tot 2019. Hun voorgangers en opvolgers Elco Brinkman, Ennaüs Heerma, Jaap de Hoop Scheffer, Maxime Verhagen en Hugo de Jonge hielden het aanzienlijk korter uit.

Hoofd- en bijrollen

Om na te gaan wie een belangrijke rol speelden in de beschreven periode is het aardig na te gaan wie in het personenregister worden vermeld met het woordje passim achter hun naam. Het is namelijk geen doen om al de pagina’s waarop zij zijn vermeld afzonderlijk weer te geven . Het betreft Jan-Peter Balkenende, Marja van Bijsterveldt, Wouter Bos, Sybrand van Haersma Buma, Wim van de Camp, Piet Hein Donner, Camiel Eurlings, Pim Fortuyn, Jaap de Hoop Scheffer, Ruud Lubbers, Ad Melkert, Angela Merkel, Pieter Omtzigt, Ruth Peetoom, Maxime Verhagen, Jack de Vries, Geert Wilders en Gerrit Zalm  Wat opvalt is dat de Duitse Bondskanselier Merkel en de politieke tegenstanders Bos en Zalm en het politieke fremdkörper Fortuyn dus naast een aantal prominente CDA-ers regelmatig in dit boek opduiken. Hiermee hebben we een mooi overzicht van de hoofdrolspelers en de vertolkers van de belangrijkste bijrollen. Tussen de regels door komt soms Kroegers eigen rol aan de orde.

Wir schaffen das

Een kort, maar lang niet volledig overzicht over de besproken zaken: De totstandkoming van paars. Het CDA als oppositiepartij. De coup van partijvoorzitter Marnix van Rij. De opkomst, het premierschap en de vier kabinetten van Jan Peter Balkenende. De opkomst van Pim Fortuyn. De politieke carri1ere van Camiel Eurlings. Balkenende versus Bos. Lubbers’ laatste kunstje als informateur van een minderheidskabinet VVD-CDA met gedoogsteun van Wilders’ PVV. Het roemruchte congres uit 2010 in de Arnhemse Rijnhal. Het opzeggen van de gedoogconstructie door Wilders. De oppositie onder Buma tegen Rutte II. De verkiezingscampagne van 2017, die voor Buma net een dag te lang duurde, aldus partijvoorzitter Ruth Peetoom. Het sterke optreden en het Europees profiel van Wobke Hoekstra (de nieuwe Ruud?) als minister van Financiën in Rutte III. De plannen van partijvoorzitter Ploum om Hoekstra tot partijleider uit te roepen en hoe de Corona, drie maanden voor de lockdown, alles veranderde. Het boek eindigt met het duo De Jonge-Omzigt en een hartstochtelijk pleidooi voor een pro-Europees CDA: ‘Laat Pieter zijn karwei afmaken’, zowel in Straatsburg, Brussel, Den Haag én Enschede. Een soort Hollands ‘wir schaffen das’.

Breed Europees perspectief

Het is een uitermate boeiend verhaal waarin de ontwikkelingen worden geplaatst in een breed Europees perspectief. De lezer kan genieten van mooie anekdotes, petites histoires (zoals Balkenende’s door de Fransen gewaardeerde kennis van de chansons van Carla Bruni) en prachtige typeringen, zoals het vleesetend politiek dier Maxim Verhagen. Met de mythe van Pim Fortuyn wordt korte metten gemaakt: hij was en bleef meer wonderdokter dan politicus. De auteur vertelt smakelijk hoe de hoogleraarspretentie van ‘professor Pim’ werd doorgeprikt.

Eigen mening

Kroeger steekt, als betrokken CDA-lid, zijn persoonlijke mening over de door bepaalde personen uitgezette koers van de partij niet onder stoelen en banken. Zo heeft volgens hem heeft het CDA electoraal niets te zoeken in samenwerking met populistisch rechts. Hij staaft zijn mening met een (voor de lezers wel erg) uitgebreide analyse van verkiezingsresultaten. In deze lijn ligt ook zijn oordeel over het resultaat van het Arnhemse congres: de rampzalig gebleken gedoogconstructie.

Waarnemend partijvoorzitter Tineke Lodders krijgt onder uit de zak voor het veel te snel dumpen van onderhandelaar Elco Brinkman in 1994, mede waardoor de weg naar paars open kwam te liggen. Voor dit verregaand amateurisme zou het CDA vele jaren nog een zware prijs betalen. Het CDA belandde in de oppositie en wist geen raad met de eigen rol. Wim van de Camp: We moeten leren de oppositie leuk te vinden.

 

 

De vervanging van partijleider Ennaüs Heerma door Jaap de Hoop Scheffer zette geen zoden aan de dijk. Tot veler ontzetting misbruikte partijvoorzitter Marnix van Rij zijn functie om de positie van De Hoop Scheffer te ondergraven: te braaf, te weinig effectief in de oppositie. We lezen in het boek hoe Van Rij zelf lijsttrekker wilde worden, maar zijn coup mislukte. Een en ander resulteerde uiteindelijk in het terugtreden van beiden. De verontwaardigde fractie koos unaniem de vrijwel onbekende financieel expert Jan Peter Balkenende tot nieuwe fractievoorzitter. Het is fascinerend te lezen hoe dit alles in zijn werk ging en hoe het triumviraat van Wim Deetman, Gerrit Braks en Léon Frissen er met de steun van onder meer Wim van de Camp en Hans Hillen dat Balkende min of meer onmiddellijk werd aangewezen tot partijleider. De schrijver vergelijkt hem met Dries van Agt. Beiden hadden zelfspot, een in de Haagse politiek zeldzaam verschijnsel.

Een en ander viel min of meer samen met de opkomst van Pim Fortuyn, die als sloophamer van paars fungeerde. Het CDA zag de opkomst van Fortuyn allereerst als een krantzinnig avontuur, dat de eigen partij niettemin ongekende en ook wel ongekende kansen bood.

Kroeger fileert Fortuyn onbarmhartig (hij was en bleef meer wonderdokter dan politicus) en vertelt smakelijk hoe de hoogleraarspretentie van ‘professor Pim’ werd doorgeprikt. Vervolgens beschrijft hij gedetailleerd Balkenende’s weg naar de macht, mede mogelijk gemaakt door de deconfitures van Ad Melkert (PvdA) en Hans Dijkstal (VVD).

De onervaren premier Balkenende kreeg een doorgewinterde fractieleider naast zich het vleesetend politiek dier Maxime Verhagen. Ook het jeugdige stemmenkanon Camiel Eurlings maakte deel uit van de fractie. Diens carrière wordt door de schrijver uitvoerig gevolgd. Een nieuw collega was een briljante econometrist uit Florence, een dossiervreter en cijfertjesfreak Pieter Omtzigt.

Tijdens de formatie van 2002 zette Balkenende tegen de Chaotische LPF’ers Cees van der Knaap en Jack de Vries in Als een soort remmende en alerterende combinatie van valium en cocaïne gelijk. Het kabinet, waaraan ook de VVD deelnam ging ten onder naar onderling gekrakeel binnen de LPF. Gerrit Zalm trok, in goed overleg met Verhagen, de stekker eruit. De laatste zorgde ervoor dat Balkenende in de beeldvorming gezien werd als de goedbedoelende, consensusgerichte premier, die het slachtoffer was geworden van een bende Janmaat-types en chaos op rechts en van de intriges van verbitterde paars-liberalen rond Zalm, de geldminster van de verguisde Wim Kok en zijn kwartje.

Na de verkiezingen van 2003 mislukte de formatiepoging tussen het CDA en de PvdA van Wouter Bos omdat de laatste net als veel van zijn rode voorgangers, een mooiweerprofeet was de wegliep als het lastig en concreet moest worden. Het kabinet-Balkenende II bestond uit CDA, VVD en D66.

Jan Bast Mandos zou uitgroeien tot een nieuwe Jan de Koning, klankbord, raadsman en verkenner achter de schermen van partijvoorzitter Marja van Bijsterveld. Hij bewaakte onder meer de loopbaan van Camiel Eurlings, het gezicht van de nieuwe generatie.

Buma

Mijns inziens heeft is Sybrand Buma te kritisch beoordeeld. Onder bijzonder moeilijke omstandigheden heeft deze samen met voorzitter Ruth Peetoom een totaal verdeelde partij weer weten te verenigen. En met de kennis van nu blijkt het verkiezingsresultaat van 2017 helemaal zo gek nog niet (het boek verscheen vlak voor de Kamerverkiezingen van 17 maart 2021).

 

 

Conclusie

Het is eigenlijk onmogelijk dit rijke, meeslepende en prettig leesbare boek recht te doen. Lees het zelf! Het is een must voor iedereen die geïnteresseerd is in de recente Nederlandse politiek in het algemeen en de Christendemocratie in het bijzonder.

Pieter Gerrit Kroeger – Tand des tijds. Het CDA in de twintigste eeuw. ISBN 978-90-446-3366-5, 538 pagina’s, € 24,99. Amsterdam: Prometheus 2020.

Een iets ingekorte versie van deze recensie verscheen in het blad Bestuursforum.

Geplaatst in Alle Boeken, Geschiedenis, Politiek | Reacties uitgeschakeld voor Tand des tijds

De Genade

Bizarre kijk op verdwijningszaak kunstcriticus 

Slachtoffer doet achteraf eigen verhaal.

Op een stralende februaridag ligt er een nieuw dossier op het bureau van rechercheur Breukmans. Het gaat om de verdwijning van Karel Versluys, een kunstcriticus en docent aan een kunstacademie, van wie sinds twee weken niets meer is vernomen. Het lijkt een zaak als alle andere; Breukmans gaat op onderzoek uit. Lees verder

Geplaatst in Alle Boeken, Fictie | Reacties uitgeschakeld voor De Genade

De doden voorbij

Legendarische bierkoning herleeft in Leuven

Kunst gevaarlijk in moordenaarshand.

Sinds een paar jaar spreken Walter, Maarten en Leopold, heren op gevorderde leeftijd, dagelijks met elkaar af in hun stamcafé Gambrinus in het centrum van de stad Leuven.

Walter Hogenhuys is expert en hartstochtelijk verzamelaar van oude handschriften en boeken en ook Maarten Jakobs is sinds zijn pensionering handschriften collectioneur. De drie mannen doceerden decennialang aan dezelfde faculteit en na hun pensioen is hun vriendschap hechter geworden. Lees verder

Geplaatst in Alle Boeken, Detective / Thriller | Reacties uitgeschakeld voor De doden voorbij