Vechten voor Eva

Taaie tumoren

Moeder van twee jonge kinderen wordt geconfronteerd met een lijdensweg. Familie en vrienden halen alles uit de kast om haar van de dood te redden.

De arts vroeg of ze die moedervlek nooit eerder had opgemerkt, of hij buitensporig had gekriebeld, of ze er misschien iets bloederigs of bobbeligs aan had gevoeld. Eva schudde haar hoofd. Hij was altijd wel apart geweest, maar ook een gewoon onderdeel van haar lijf.

 

 

Eva’s broer Peter was specialist, maar geen oncoloog. De termen over melanomen die in Utrecht over Eva waren uitgestrooid herkende hij in de literatuur. De primaire tumor en het aantal metastasen in haar lymfeklieren bepaalden het stadium waarin ze zat. Stadium IIIc was het geworden. Van alle patiënten die in dit stadium behandeld worden, overleeft na vijf jaar niet meer dan vijf procent.

‘Ik ga Lottes verjaardag dus niet meer meemaken,’ mompelde ze. De kamer verstijfde terwijl Eva naar de grafiek staarde die Peter haar had gegeven. Manon, Eva’s hartsvriendin en de oude liefde van Peter, nam het hem kwalijk dat hij de grafiek aan Eva had laten zien. Wat had je aan dat soort kennis?

‘Stomme grafiek!’ schreeuwde ze. Manons oren sloegen ervan dicht. ‘Ik zit daar niet in! Ik heb daar niet aan meegedaan! Ik ben Eva! Ik ben geen lijntje in een stomme curve!’

Manon is een nieuwgierige doorzetster. Ze klampt zich aan alles en iedereen vast om voor Eva een levensreddende therapie vinden. Door toeval komt ze in contact met Richard. Hij is een zojuist ontslagen onderzoeker die wellicht een nieuw medicijn heeft gevonden in de strijd tegen kanker.

De eerste proeven zijn veel belovend. Het probleem is dat tumoren altijd resistent worden. Misschien zal deze immuuntherapie de kanker echt breken. Het immuunsysteem wordt actief door kankercellen verdoofd en er is steeds meer bekend over hoe dat mechanisme werkt. Als we daarmee verder kunnen gaan dan ligt de weg open naar een hele generatie nieuwe middelen tegen de keizer van alle ziektes.

In deze flow was het bedrijf waar Richard werkte overgenomen door een groot kankeronderzoeksinstituut in de Verenigde Staten. Richard, die meent al heel ver met zijn onderzoek te zijn gekomen, bedenkt samen met Manon een gevaarlijk plan om Eva aan het nieuwe medicijn te helpen.

Ondertussen wedden ze op meer paarden en haalt Manon Eva over zich in Amerika aan te melden voor een pilotproject waar het nieuwe medicijn wordt getest.

De oncoloog van Eva probeert wanhopig om de huidkanker te onderdrukken met klassieke chemotherapie.

‘Ik wil mijn kinderen keigraag groot zien worden, ‘ zegt Eva tegen Manon.  ‘Ik wil weten wat voor beroep ze kiezen en op wie ze verliefd worden. Ik wil niet dat ze in dezelfde valkuilen lopen als ik.’

Auteur

Joost Uitdehaag (1971) is onderzoeker bij een biotechbedrijf en schreef eerder Fulia, schervan van het verbond en Zonderlingen. In zijn roman Vechten voor Eva gaan twee verhaallijnen gelijk op en kruisen ze elkaar voortdurend op harmonieuze wijze. Enerzijds is er de strijd van een vrouw die samen met familie en vrienden vecht om elk sprankje hoop op leven. Ze verzucht: ‘Het is zo fijn om te ademen’. Anderzijds zijn er de spannende strijd van gedreven onderzoekers, de stringente wetgeving en de keiharde farmaceuten bij het op de markt brengen van een nieuw geneesmiddel. Wat betreft dit laatste levert de huidige covid-pandemie veel herkenning. Wat betreft het eerste kan ik als ervaringsdeskundige verzekeren dat de geschetste martelgang van Eva buitengewoon overtuigend wordt beschreven.

Een geweldig boek dat alle belangstelling waard is.

Joost UitdehaagVechten voor Eva.  ISBN 978-94-923-3766-5, 306 pagina’s, € 21,99. Amersfoort: Nimisa Publishing House 2021.

NB. Recensent Job ter Steege is sedert 2011 prostaatkankerpatiënt en heeft inmiddels verschillende bestralings- en chemotherapieën ondergaan.

Geplaatst in Alle Boeken, Ziekte | Reacties uitgeschakeld voor Vechten voor Eva

De moord op Windsor Castle

Hare Majesteit de Queen onderzoekt

‘Lilibet’ danst met een dode.

 

 

 

 

 

 

Koningin Elisabeth II heeft meerdere residenties. Maar haar favoriete kasteel is Windsor Castle. Daar heeft ze haar gelukkige jeugd doorgebracht, daar heeft ze leren paardrijden. Ze brengt elk voorjaar een maand in het kasteel door, haar Easter Court, om bij te komen van de hectiek die haar beroep met zich meebrengt. Prins Philip, haar geliefde echtgenoot, houdt hier ook zijn befaamde Dine and Sleep-evenementen voor een selecte groep gasten. Als Lilibet – zoals ze door hem wel genoemd wordt – bijna negentig is, is er opnieuw zo’n bijeenkomst.

De gasten krijgen een luxueus diner met verse groenten uit de kwekerij van zoon Charles, die met zijn Camilla ook van de partij is. Ze worden vermaakt op bijzondere wijze. Dat jaar is er een optreden van de beroemde jonge Russische pianist Brodsky en van een groep Russische ballerina’s. Na het diner wordt er gedanst. De jonge pianist heeft het zelfs gewaagd om Hare Majesteit ten dans te vragen. Het was zo verrukkelijk geweest dat de koningin haar artrose compleet was vergeten. Toen ze tijdig naar bed was gegaan keek ze terug op een geslaagde avond.

Die tevredenheid wordt de volgende ochtend ruw verbroken als de koningin na het ontbijt van haar vertrouwde secretaris Sir Simon Holcroft hoort dat de jonge pianist dood op zijn kamer gevonden is. En was het nu maar een simpele hartaanval geweest, nee, de Rus lijkt gestorven door seksuele zelfverstikking. Of, zoals prins Philip, Elisabeth’s echtgenoot, gnuivend zeg: Arme kerel. Hij heeft er gewoon niet goed over nagedacht. Het laatste wat je wil is toch zeker met je jongeheer te kijk ontdekt worden in een koninklijk paleis. De opgeroepen politiearts en de horde rechercheurs komen echter tot een andere conclusie: de jonge Rus is vermoord. En het lijkt erop dat iemand uit Windsor Castle of één van de hoge gasten de moordenaar moet zijn. Dát laat Elisabeth II zich niet gezeggen. Haar blauwe speurdersbloed begint te stromen. Ze start een schaduwonderzoek met behulp van Rozie Oshodi, de assistent-secretaris van The Boss, zoals de majesteit heet voor het personeel dat haar op handen draagt. En The Boss komt met Rozie achter feiten die niemand voor mogelijk hield, laat staan her majesty’s rechercheurs en haar team van de veiligheidsdienst.

Auteur

S.J. (Sophia) Bennett (1966) is een Britse auteur van kinderboeken en romans voor jongvolwassenen. Haar debuutroman Threads won in 2009 de Times / Chicken House Prize. Ze won na eerdere nominaties met Love Song dat in 2016 verscheen de RNA Goldsboro Books Romantic Novel of the Year 2017. Bennett studeerde in Cambridge moderne Italiaanse literatuur en is onder meer Fellow van het Royal Literary Fund.

 

Nooit eerder werd er een levend staatshoofd ten tonele gevoerd in de rol van Miss Marple of enig andere befaamde Engelse detective. Niemand van de lezers is waarschijnlijk kind aan huis bij koningin Elisabeth II en haar echtgenoot (wijlen) prins Philip. Maar door de talloze films die zich afspelen binnen het Britse koningshuis, neem The Crown als schitterend voorbeeld, kun je tijdens het lezen alleen maar denken: zo is het, wat herkenbaar! Charles en Camilla zijn er, Elisabeth heeft het en passant over het ‘lastige meisje Ferguson’ en over Philips ‘tijd bij de marine’, toen zij het ook niet gemakkelijk had. En de lezer weet: zo is het, dit is allemaal echt gebeurd.

En dan duikt in dit ‘bekende’ decor opeens een pianist op die op scabreuze wijze het leven laat en díe ontspruit dan weer aan het brein van een speelse, verrukkelijke schrijfster. Het samenspel tussen echt en fantasie maakt van deze ijzersterke misdaadroman een prachtig dodelijk sprookje.

Heel bijzonder om te lezen. Grappig, onconventioneel en gekruid met heerlijke humor. De uitgever moet er op koningsdag maar eentje naar Paleis ten Bosch toesturen, beter dan de geijkte kruidkoek. Kunnen ze daar ook eens lekker lachen.

S.J. BennettDe moord op Windsor Castle. Vertaald uit het Engels (The Windsor Knot) door Susan Ridder, ISBN 978-90-4682-762-8, 286 pagina’s, €20,99. Amsterdam: Nieuw Amsterdam 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Detective / Thriller | Reacties uitgeschakeld voor De moord op Windsor Castle

De ene die alles ziet

Ogen open

Wie goed kijkt ziet meer dan op het eerste gezicht. Hans Aarsman neemt 52 persfoto’s onder de loep.

Een foto in de krant is meestal gauw omgeslagen naar de volgende pagina. Het is goed om op de rem te trappen en te kijken of je wel alles hebt gezien. Daarbij hangt het er vanaf over welk referentiekader de hersens van de ogen beschikken en hoe ze dus de foto zullen interpreteren en of de ogen worden vergezeld door andere ogen die meekijken en of er andere bronnen zijn die de ogen kunnen raadplegen. Alles komt langs. Lees onderstaande reportage:

 

Wie er dol op is om zijn ego op te poetsen, zal met bijzondere belangstelling kijken naar de hoofdtooi van het edelhertenmannetje. Zoals mensen die petten, hoeden, helmen of mijters op hun harsens zetten of met een hanenkam op hun knetter rondlopen.

Als je een roker bent, herken je eerder een aansteker. Zijn die woorden op de wand van de ontruimde woning allemaal van dezelfde schrijver? Het lijkt van niet. Of wel?

Hoe lang zal dat jongetje die vrachtwagen onder zijn arm volhouden te dragen? Die kan zijn vader beter dragen dan zijn handje vasthouden. Op de vlucht naar Macedonië.

Soms kijken mensen op een foto in de lens, soms niet en soms maar half. Hoe zat dat in 1977?

Members of the Iraqi forces work on October 18, 2016 on detonating landmines planted by the Islamic State (IS) group jihadists close to the Shaqouli village, about 35 kms east of Mosul, after they’ve recaptured it from the Islamic State (IS) group jihadists.
With the crucial battle in its second day, Iraqi commanders said progress was being made as fighters pushed on two main fronts against the jihadists’ last stronghold in Iraq. / AFP PHOTO / SAFIN HAMED

Het lijkt wel of die Iraakse soldaat twee rechterschoenen aan heeft. Hoe langer je kijkt, hoe meer het obsedeert. Het is niet te geloven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Als Trump op een kiek te zien is kijkt een aanhanger van hem er anders naar dan jij.

Is het nou een broertje of een zusje? Ik denk toch een broertje met een broek omdat hij precies hetzelfde kapsel heeft. Daar kom je dus niet uit. Zusjes hebben altijd langer haar dan broertjes.

Wanneer een auto op mensen inrijdt krijg je spektakel dat alleen op een foto is te zien.

Af en toe moet je wel érg goed kijken. Want hoe zie je nou dat dat een apotheek is?

Erdogan is een griezel en iedereen kijkt met hem mee naar een grote kaart. Behalve die ene die bagger schijt, omdat 40% van zijn soort al is ontslagen.

Het is geweldig als republikeinen zich tegoed doen aan vette, zoute pizza’s met een defibrillator bij de hand.

Weer een dilemma. Heeft die jongen aan één voet een sok die aan flarden is of is het iets medisch? Waarom heeft hij aan de andere voet een keurige witte sok? Het is volstrekt onbelangrijk, maar als je blijft kijken sla je soms op hol.

Om de foto te bevatten moet je weten dat ex-vicepresident Pence zwaar gelovig is. Zwaar gelovig is erger dan diep gelovig.

Een paard komt met zijn kop gevaarlijk dicht bij een klein kind. Dat doet dat beest al 14 jaar. Zoiets moet je weten, want een paard heeft een hoofd en dat kind was 14 jaar geleden nog lang niet geboren. Bovendien is het vrouwendag en is moeder aan het demonstreren. Foto’s zijn rare dingen.

Een Cubaanse vrouw heeft in een autobus een grote taart zonder doos eromheen op haar schoot. Zonder doos gaat dat natuurlijk mis. Het is in de bus bovendien veel te warm. Zijn taartdozen op Cuba te duur of is het misschien een neptaart?

Super om te zien dat Harvey Weinstein tennisballen onder zijn looprek heeft gemonteerd.

Goed te weten dat ze in Thailand links rijden, dan begrijp je tenminste waarom rechts dat bloed stroomt.

Een schaar koop je als één schaar of als een setje van vijf. Leuk om te zien hoe dat in een Frans huishouden wordt opgelost.

Nog een topfoto is die van het afscheid van opperrechter Ruth Ginsburg. Wie direct verder bladert heeft het nog steeds niet begrepen.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over kleuren op een foto van ontreddering tijdens een tyfoon en een man die lesgeeft aan Chinese kinderen. Daar hebben ze toch alleen maar schooljuffen?

Auteur

Hans Aarsman (1951) becommentarieert in de Volkskrant foto’s. Hij doet dat al jaren. Hans Aarsman is fotojournalist. eerder publiceerde hij Ik zie ik zie. De mooiste bijdragen van 2014 tot 2021 zijn bijeengebracht in De ene die alles ziet. Wie onder leiding van een ervaren en deskundige z’n ogen wil leren gebruiken zal met dit kijk- en leesboek veel plezier in huis halen.

 

 

 

Hans AarsmanDe ene die alles ziet. De Aarsman collectie 2014-2021. ISBN 978-94-638-1078-4, 224 pagina’s, € 25,00. Amsterdam: Uitgeverij Podium 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Cultuur, Fotografie | Reacties uitgeschakeld voor De ene die alles ziet

De Veleda erfenis

Turbulentie binnen en buiten het Romeinse rijk in het Vierkeizersjaar 69

Gevechten op leven en dood.

Na het abrupte einde van het corrupte bewind van de Romeinse keizer Nero en de kortstondige regering van diens opvolgers Galba en Otho komt Vitellus, de voormalige lieveling aan de macht. De in Egypte verblijvende generaal Vespasianus claimt echter de troon voor zichzelf. Niet alleen zijn de Romeinen zelf tot op het bot verdeeld, maar de aan hen onderworpen volken ruiken hun kans om de vrijheid te herwinnen. Zo grijpt de Bataafse leider Julius Civilis de gelegenheid aan om in opstand te komen.

 

Tegen deze historische achtergrond plaatst de auteur de jonge zieneres Elfleda, die probeert na te gaan wat de wens van de goden is. Zelf wil ze zo min mogelijk bloed vergieten. Dat brengt haar in conflict met haar ‘baas’, de Veleda, een  mysterieuze priesteres die als een godin vereerd wordt, en met de oorlogszuchtige Civilis. Bovendien bevindt Elfleda zich in levensgevaar, want Vespasianus wil niets liever dan haar meevoeren tijdens zijn triomfale intocht in Rome om haar vervolgens ceremonieel te laten wurgen. Wil en kan de beroemde historicus Plinius de Oudere zijn voormalige minnares nog redden?

Auteur

Chris Houtman (1955) is een ervaren scenarioschrijver en televisiemaker. Nadat zijn herstel van een zware ziekte ging hij schrijven. Sinds zijn debuut met Akte van Berouw, een spectaculaire thriller, schreef hij de ene bestseller na de andere. Dit boek is het derde en laatste deel van de Veleda trilogie, historische romans die zich afspelen in en rond Rome, vanaf de nadagen van keizer Nero. Houtman heeft zich knap ingelezen in de geschiedenis en cultuur van het Romeinse Rijk, wat bijdraagt aan een authentiek aandoend verhaal.

 

In De Veleda-voorspelling en De Veleda-vloek leren we de jeugdige zieneres Elfleda kennen, ooit een serieuze kandidaat om de oude Veleda op te volgen, maar uiteindelijk viel de selectie op een ander. Dit derde deel: De Veleda-erfenis, is in principe ‘los’ te lezen, maar dan mist de lezer de meer dan interessante voorgeschiedenis.

Het boek is chronologisch opgebouwd en begint op 7 september van het jaar 69. Afwisselend zien we de verschillende hoofdpersonen Plinius, Elfleda, Vespasianus en zijn minnares Caenis zich bevinden in plaatsen als Rome, Germania, Noord-Italia en Alexandria of ze zijn onderweg.

Caenis is politiek heel actief. Ze gebruikt al haar niet weinige talenten ten dienste van Vespasianus’ aspiraties en leert hem om zich keizerlijk te gedragen. Civilis stelt zijn tomeloze energie volledig ten dienste van het onafhankelijkheidsstreven van de Bataven en gaat daarbij door roeien en ruiten. Elfleda probeert, tegen Civilis en de nieuwe Veleda in, zo veel mogelijk bloedvergieten te voorkomen. Plinius steunt Vespasianus, maar wil Elfleda niet opofferen. En dat alles wordt levensecht geschetst, onder meer met smakelijke vreet- en vrijpartijen.

Geschiedenis was mijn favoriete schoolvak, vanwege de mooie verhalen. En mooie verhalen vertellen kan Chris Houtman, en ook nog met een mooie en spannende plot. Hij maakt van de Romeinse geschiedenis een feestje voor de lezer, die er ongemerkt het nodige van opsteekt. Voor wie meer wil weten staan achterin het boek nog wat informatie en een literatuurlijst.

Een geslaagde afsluiting van een fijne trilogie.

Chris Houtman – De Veleda-erfenis. ISBN 978-94-0161-378-1, 480 pagina’s, € 21,99. Haarlem: Xander Uitgevers 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Cultuur, Geschiedenis | Reacties uitgeschakeld voor De Veleda erfenis

Wie niet horen wil

Kleuter slaat alarm

Na de scheiding proberen moeder en kind hun leven weer op de rails te krijgen. Plotseling gebeuren er rare dingen.

 

 

 

 

Jason en Tess hebben na zeven goede jaren toch een punt achter hun relatie gezet. Ondanks verdriet en boosheid doen ze hun uiterste best om de kleine Poppy van drie jaar zo veel mogelijk te ontzien. Nooit boos op elkaar worden waar Poppy bij is, nooit naar haar gunst dingen. Nooit proberen haar af te kopen, niet de dagelijkse structuur laten versloffen, nooit in haar bijzijn elkaar bekritiseren en altijd samenwerken waar het de opvoeding betreft en zo meer. Het is een hele waslijst en het lijkt erop of ze zich eraan houden.

Jason is inmiddels getrouwd met Emily die een flinke slag jonger is dan Tess. En dan getrouwd! Terwijl Tess en Jason in al die jaren niet verder waren gekomen dan partnerschap. Dat steekt Tess wel.

Jason is in het oude huis blijven wonen en Tess moest met haar salaris als onderwijzeres genoegen nemen met een veel kleinere woning. Maar goed, het gaat. Gelukkig heeft Tess Aiden leren kennen. Ze kunnen erg goed met elkaar opschieten. Toch is Tess voorzichtig. Zo blijft Aiden alleen bij Tess slapen als Poppy bij haar vader en Emily is. Behalve Aiden heeft Tess een hartsvriendin, Gina. Zij is de vrouw van Laurie en ze hebben een zoontje Jake. Die is even oud als Poppy en afwisselend brengen ze beiden naar school en halen hen weer op.

Op zekere dag komt Poppy van school met in haar tas een rare tekening. Met dik zwart krijt is er soort vuurtoren of een gewone toren boven op rotsen getekend. Als het tenminste een toren is. Een van Poppy’s driehoekige poppetjes, met armen en benen die er als stokjes uitsteken en een zwart gekrabbel rondom het hoofd, hangt scheef met zijn hoofd naar beneden.

Tess vraagt Poppy ernaar en die zegt: ‘Ik heb haar haar gemaakt.’ Tess probeert er achter te komen hoe haar dochtertje op het idee is gekomen, maar ze kan er geen vinger achter krijgen. Die nacht begint Poppy weer met bedplassen.

Tess vertrouwt het niet en gaat op onderzoek uit. Zou er bij Jason thuis iets zijn voorgevallen? Ze gaat bij hem langs maar wordt niets wijzer. Behalve dan dat er een wat wonderlijke broer sinds een week bij hen is ingetrokken. Die broer heeft een hond meegenomen.

Tess komt zover dat ze naar de politie gaat om aangifte te doen van… Ja waarvan eigenlijk? Van iemand die van een toren is geduwd? Of dat zo iets staat te gebeuren? Tess treft een meelevende agente die met haar verhaal meegaat en belooft haar ogen goed open te houden.

Er volgen meer incidenten. Poppy vertoont op school ongewenst gedrag. Ze bijt een kindje in de arm en scheldt een ander uit voor kuthoer. Via het schoolhoofd consulteert ze een psychotherapeut. Hij raadt Tess aan goed uit te kijken en de vinger aan de pols te houden. Dat zegt de politie ook. Want als Poppy getuige is geweest van een moord, dan zal de moordenaar het wel eens op de kleine meid voorzien kunnen hebben.

Auteur

Achter de naam Nicci French gaat het Britse echtpaar Nicci Gerrard (1958) en Sean French (1959) schuil. Dit wereldberoemde schrijversduo heeft een topreputatie vanwege hun talloze thrillers zoals Huis vol leugens en In hechtenis

 

 

 

De nieuwste Nicci French is wederom van bijzondere klasse. Tussen vele verdachten bevindt zich ergens een groot kwaad. Tess is daar zeker van. Ze trekt de stoutste schoenen aan en maakt de gekste sprongen om de angel uit haar leven te trekken en haar dochtertje voor onheil te behoeden. Haar opwindende gebeurtenissen sleuren de lezer mee. Deze thriller is een waarachtige slaaprover die niet kan wachten.

Nicci FrenchWie niet horen wil. Vertaald uit het Engels (The Unheard) door Eefje Bosch, Mechteld Jansen en Elise Kuip. ISBN 978-90-263-5212-6, 431 pagina’s, € 26,99. Amsterdam: Ambo | Anthos 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Detective / Thriller | Reacties uitgeschakeld voor Wie niet horen wil

Ik heb geleefd

Wat de dood je over het leven kan leren

ALS-patiënt Rob: ‘Nu kunnen we aan het gebak, straks moet het misschien door de blender’

Eenenzeventig verhalen van mensen bij wie Magere Hein voor de deur staat, zes verhalen van experts die dagelijks hebben te maken met de dood. Is dat niet wat te veel van het goede  of kwade? Je zou denken van wel, maar het is niet zo. Schrijfster Annemarie Haverkamp interviewde twee jaar lang mensen die binnen afzienbare tijd zouden komen te overlijden. Ze verheugden zich er niet op, maar ze konden er nuchter, vrolijk, cynisch, opgewekt of berustend over praten. Want ze hadden gelééfd en dan weet je: aan elk leven komt een einde.

Zo was ALS-patiënt Rob de man van de zelfspot en het cynisme. Je moest nú gebak en spareribs eten, want straks moesten ze misschien wel door de blender. En nu hij in de rolstoel zat had hij het cynisme nodig om overeind te blijven. De schrijfster ontmoette verschillende ALS-patiënten. Neem Piet, 68 jaar pas. Hij schat dat hij binnen een paar weken ‘voor het laatste zal roken’ , het zijn z’n eigen woorden. Hij bedoelt dat hij dan zal verworden tot as. Zijn vrouw zit al 25 jaar door een spierziekte in een rolstoel en nu is hij tóch nog degene die er het eerst tussenuit piept. Natuurlijk huilen ze samen. Toen zijn zoon een maand eerder meedeed met de City Swim in Amsterdam, een zwemtocht waarvan de opbrengst is bestemd voor ALS-onderzoek. Dat was janken hoor. Of in diezelfde tijd, zijn dochter vroeg hem mee te gaan toen ze een bruidsjurk ging uitzoeken. Ze trouwt pas over een jaar, dan is hij dood. Dat zijn van die dingen, dan schiet je vol. Maar op zijn uitvaart moet er gezellige muziek gedraaid worden. Dat wel.

Twee voorbeelden. Twee van die hele rij mensen die onverwacht door een dodelijke ziekte bij de kladden zijn gegrepen. ALS, kanker in vele variaties, zeldzame spierziektes, een mens kan op vele manieren leven en op vele manieren sterven. In de aanloop naar de dood is de een zieker dan de ander, vrolijk, weemoedig, dat heeft ook vaak met leeftijd te maken. Want laten we wel wezen, als je de acht kruisjes voorbij bent voelt doodgaan toch iets minder ‘oneerlijk’ dan wanneer je nog geen vijftig bent, een gezin met kinderen hebt, in het leven stond als een alleskunner die nu opeens niets meer kan. Praten dat kunnen ze wel. Hun woorden zijn het lezen meer dan waard.

Auteur

Annemarie Haverkamp (1975) won met haar debuutroman De achtste dag in 2019 De Bronzen Uil en in 2020 De Anton Wachterprijs. Ze is hoofdredacteur van Vox, het tijdschrift van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ook is ze columniste voor De Gelderlander en freelance journalist voor LINDA. Zij schreef de interviewserie Ik heb geleefd tussen 2018 en 2020 voor het Algemeen Dagblad.

 

 

Haverkamp laat niet alleen mensen aan het woord die de dood in de ogen kijken. Ze sprak ook met mensen die dat beroepshalve doen. Longarts Sander de Hosson voert regelmatig ‘slechtnieuwsgesprekken’. Hij schreef een boek over het bespreekbaar maken van de dood (Slotcouplet). Hij draait er niet omheen als hij zo’n gesprek voert, zegt ‘u gaat hier dood aan’, maar verder zegt hij ‘in mijn gereedschapskist zit vooral stilte’. Mensen onthouden alleen die ene zin, daar moet je niet omheen gaan draaien. Na uitleg komen ze later terug voor een volgend gesprek. Rouwdeskundige prof. Manu Keirse, hoogleraar psychologie in Leuven noemt ‘Verdriet de keerzijde van de liefde.’ Ook hij zegt: ‘In bijscholingen vertel ik huisartsen dat zij geen antidepressiva moeten uitschrijven aan iemand die intens verdriet heeft, maar een paar minuten de tijd moeten nemen om te luisteren.’ Ook hier: stilte.

Dat is ook de kracht van dit ontroerende boek. Haverkamp is aan tafel gaan zitten bij de mensen die ze heeft geïnterviewd en ze heeft geluisterd. Daarna heeft ze alle verhalen sober opgeschreven. Geen opsmuk, geen versiering, luister-taal, niet minder en vooral niet meer dan dat.

Een indrukwekkend boek vol taal-portretten van zeer hoge kwaliteit.

Annemarie HaverkampIk heb geleefd. Wat de dood je kan leren over het leven. ISBN 978-904885-614-5, 350 pagina’s, €26,48. Amsterdam: Lebowski Publishers 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Ziekte en dood | Reacties uitgeschakeld voor Ik heb geleefd

Later

Praten met overledenen

Horrorverhaal over een jongen die doden ziet en met hen kan praten. Door sommigen wordt hier misbruik van gemaakt.

Jamie Conklin is de zoon van een alleenstaande moeder. Zij is uitgeefster. Direct al in het eerste hoofdstuk worden we geconfronteerd met een bijzondere gave van Jamie. In hun flat is mevrouw Burkett overleden. Als ze de heer Burkett ontmoeten ziet Jamie zijn overleden vrouw. Hij raakt met haar in gesprek. De heer Burkett beklaagt zich over het feit dat de ringen van zijn vrouw zoek zijn. Jamie is de enige die de overledene ziet en hij vraagt haar waar de ringen zijn. Door de affaire met de ringen moet zijn moeder Jamie wel geloven. Hij mag het verder niemand vertellen.

De volgende dode is een verkeersslachtoffer. Jamie raakt overstuur, want deze dode is zwaar gewond aan zijn hoofd. Het derde geval betreft de dood van de belangrijkste schrijver van zijn moeder; Regis Thomas, die de ene na de andere bestseller schrijft. Zijn nieuwste boek is nog niet af en Jamie vraagt hem het verdere verloop van het boek te vertellen. De schrijver doet dat en Jamie’s moeder schrijft het op en werkt het uit. Zo kan de nieuwe Regis Thomas toch uitgegeven woorden.

Jamie’s gave kan behulpzaam zijn. Het wordt heel spannend als hij een vriendin van zijn moeder gaat helpen. Ze is rechercheur bij de politie en schakelt Jamie in bij haar werk, waardoor hij in contact komt met misdadigers.

Auteur

Stephen King (1947) heeft meer dan tweehonderd verhalen op zijn naam staan, waaronder ruim vijftig horror- en fantasyboeken. Alle titels werden wereldwijde bestsellers. Veel van zijn boeken zijn verfilmd. De bekendste film is The Shining.

 

 

Tot welk genre behoort dit boek? Je zou het kunnen karakteriseren als een thriller met horrorelementen. De horror komt naar voren bij de doden die door Jamie worden gezien. Ze presenteren zich in dezelfde staat als waarin ze zijn overleden. Bij vermoorde mensen ziet Jamie alle verwondingen: er is zelfs een keer sprake van een gespleten schedel. Hij kan hier vaak niet tegen, wat zich uit door braakneigingen. De personen die er bij zijn snappen dit niet, want zij zien het niet. Heel griezelig is het lichaam van Kenneth Therriault. Zijn hoofd is opengebarsten alsof iemand er een voetzoeker in had afgestoken. Terwijl de meeste doden na een week verdwijnen, gebeurt dit niet met Therriault. Hij is bezeten door de aanwezigheid van een demon en blijft Jamie achtervolgen. Dit is zeker de spannendste verhaallijn in het boek.

De schrijver heeft gekozen voor een hoofdpersoon van vrij jonge leeftijd (8 – 13 jaar). Het is heel wonderlijk en ongeloofwaardig dat zo’n jongen zo koel reageert op zijn ontmoetingen met doden. Voor de meeste leeftijdgenoten is het zien van een dode al behoorlijk eng. Aanvankelijk kan hij er ook met niemand over praten. Zijn moeder zegt alleen dat hij het geheim moet houden. Tegelijkertijd wordt er wel geprofiteerd van zijn gave, zowel door zijn moeder als door haar vriendin. Jamie raakt er wel aan gewend. Met ‘normale ’doden heeft hij geen moeite. Hij vindt het wel komisch om bijvoorbeeld een begrafenis bij te wonen en dan de dode te zien zitten op een grafsteen, aandachtig luisterend naar de grafredes. Het is ook wel komisch dat de doden hem ook zien en naar hem zwaaien. Heel anders gaat het bij Therriault. Deze volgt hem, het lijkt op stalken. Hij persoon probeert hem op school in de war te maken, zodat hij zijn proefwerken verprutst.

Het kenmerk van een echte Stephen King is horror en spanning. Die spanning ontbreekt in het eerste gedeelte van het boek. Het gaat dan nog om normale doden die op een natuurlijke wijze zijn overleden. Dat wordt anders als het om vermoorde, verminkte misdadigers gaat. We hebben dan echt met horror te maken. Het boek is eigenlijk een verzameling van losse verhalen. Er wordt niet naar een climax toegewerkt. Toch blijft ook deze Stephen King een boeiend boek. De superieure stijl van de schrijver werkt daar zeker aan mee.

Stephen King – Later. Vertaald uit het Engels (Later) door Annemarie Lodewijk. ISBN 978-90-225-9280-9, 272 pagina’s, € 20,99. Amsterdam: Boekerij 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Horror | Reacties uitgeschakeld voor Later

Orakel

Offer van velen

Onheil van vroeger herhaalt zich in onze tijd. Zal een nieuwe Hans Brinker ons redden?

Duizenden jaren werd heel Noordwest Europa bedekt door het hoge bladerdak van oerbossen. Het was een donker en onaantrekkelijk jacht- en leefgebied met soms levensgevaarlijke vulkaanuitbarstingen met lavapluimen van wel 40 kilometer hoog zoals 12.000 jaar terug in de Eiffel.

 

 

Uitzondering was de delta van ons land en nog meer het gebied tussen Holland en Engeland van 100 bij 260 kilometer dat Doggerland heette. Het was aantrekkelijk door de vele stromingen, meren en een weids heuvellandschap. Een noordelijk Atlantis dat bewoond werd door een menigte diersoorten, waaronder mammoeten, als ook door mensen. Door calamiteiten zou de zeespiegel meer dan honderd meter stijgen. Grote zoetwaterbekkens in Amerika braken, gigantische ijsmassa’s smolten, maar ook enorme grondverschuivingen die tsunami’s veroorzaakten, zorgden ervoor dat heden alleen de Doggersbank , zo’n tien tot vijftien meter onder de spiegel van de Noordzee, overbleef.

Nog steeds kijken vissers er niet van op als ze een hertengewei ophalen. Toen ze een gave kop van een mammoet uit het duizenden oude jaren slib naar boven takelden, was dat toch wél bijzonder.

Luca Wolf en Emma Reich fietsten naar school. Het was december en nog schemerig. Ondanks de mist waren zij de eerste die het zagen. Het gevaarte leunde ietwat verscholen tegen de duinen in een bollenveld. Ze waren, beiden dertien jaar oud, op weg van Katwijk naar Noordwijk, naar het Northgo College.

Het grote schip lag in een gebied dat Allemansend werd genoemd. Op de achtersteven stond de naam: ORAKEL. Later zou blijken dat het rond 1700 was gebouwd. Het zag er echter puntgaaf uit.

Toen na de twee kinderen de eerste volwassenen arriveerden bleek Luca volkomen hysterisch. Emma had plotseling een groot luik open zien staan en wilde naar binnen klimmen. Hoe Luca haar ook probeerde tegen te houden, het was hem niet gelukt Emma van een klimpartij door de opening af te houden. Ze was in het pikdonkere gat verdwenen en niet meer teruggekomen. Wel luidde er een scheepsbel nadat ze het schip was binnen gegaan. Luca had zijn vader gebeld, maar ook anderen waren op het schip afgekomen. Na Luca’s opgewonden verhaal klommen zij het luik binnen om Emma te zoeken. Net als bij Emma klonk de scheepsbel, hoorde men her en der in het geruim nog wel enig geluid, dat echter spoedig wegstierf. Er kwam niemand terug.

Luca’s vader verscheen. Ook hij wilde het schip in. Luca bezwoer hem in elk geval een touw om te binden dat Luca zou vasthouden zodat hij de weg kon terugvinden. De bel luidde waarna Luca voelde dat hij alleen nog maar een stuk touw in zijn handen had. Ook de vader van Emma verdween in het schip. Net als vijf agenten. Het was waanzinnig. Die scheepsbel niet in ’t minst.

Auteur

Thomas Olde Heuvelt (1983) schrijft thrillers die ook internationaal op veel belangstelling kunnen rekenen. Zijn grote doorbraak was Hex terwijl Orakel na Echo zijn derde thriller is.

 

 

Terwijl het nieuws over het vreemde schip en al die verdwenen personen nog nauwelijks kans heeft om zich te verspreiden, duikt een geheime organisatie op die er alle belang bij heeft het schip en alle getuigen af te schermen van de media. Zo worden Luca, die zich zal ontwikkelen tot een soort Hansje Brinker, zijn zusje en zijn moeder tijdelijk ondergebracht in een vakantiehuisje. Kan je zo’n schip geheim houden?

In dezelfde tijd vindt er op een boortoren een pittig ongeluk plaats. Het is dezelfde boortoren waar men even daarna de puntgave kop van een mammoet uit zee vist en deze vondst voorlopig ergens op de boortoren parkeert.

Orakel is een meeslepende thriller waarin de klauwen van het verleden heftig uitslaan naar argeloze Nederlanders in deze tijd. Iedereen die zijn of haar verbeelding de nodige armslag verleent zal van deze thriller smullen.

Wie in de dood aan wrok vasthoudt, zal geen rust vinden. biedt de schrijver als leidraad aan.

Thomas Olde Heuvelt- Orakel. ISBN 978-90-225-9110-9, 456 pagina’s, € 20,99. Amsterdam: Boekerij 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Detective / Thriller | Reacties uitgeschakeld voor Orakel

Knikkerkoning

Hippies in de jaren 70

Twee jongeren ontsnappen aan hun verstikkende opvoeding en zoeken vrijheid in Amsterdam.

Knikkerkoning is een roman in drie delen. In het eerste deel wordt de jeugd beschreven van de twee hoofdpersonen Anne en Otto. Otto groeide op in Drenthe. Hij was een begaafde jongen die in veel zaken de beste was, bijvoorbeeld in knikkeren, schaken, dammen en gitaar spelen. Hij had een strenge vader die in Indië KNIL-militair was. Als Otto op een keer zo is mishandeld dat er bloed aan de muur zit en besluit hij naar Amsterdam te gaan: het beloofde land van hippies en flowerpower.

Anne groeit op in Finland. Haar moeder verwacht veel van haar dochter, wat ze als beklemmend ervaart. Als ze een keer met vakantie gaat naar Amsterdam besluit ze daar te blijven. In het tweede deel wordt beschreven hoe beiden worden opgenomen in de kringen van de hippies en de krakers.

Anne en Otto ontmoeten elkaar in het Vondelpark. Ze gaan samenwonen in een kraakpand. In het derde deel zijn ze getrouwd en hebben ze een dochter. De dochter Jane vertelt over de verslaving van haar moeder aan drank en pillen.

Auteur

Kira Wuck (1978) is dochter van een Finse moeder en een Indonesische vader. Ze studeerde aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Haar poëziedebuut Finse meisjes verscheen in 2012. Ze won er de Van der Hoogtprijs mee. In 2016 verscheen haar verhalendebuut Noodlanding. In 2018 verscheen haar tweede poëziebundel De zee heeft honger. Vier jaar werkte ze aan de autobiografische roman Knikkerkoning. Dat de roman autobiografisch is wordt benadrukt door twee foto’s achterin het boek. Er is een foto van het Finse gezin waarvan zij deel uitmaakte en een trouwfoto van haar ouders, Anne en Otto,

De grootste verdienste van dit boek is het schetsen van een tijdsbeeld. Van binnen uit wordt beschreven hoe het toeging bij de hippies in de jaren 70. Zowel Anne als Otto voelen zich verlost van een beklemmend milieu en ervaren vooral vrijheid. Als Anne met haar vriendin voor het eerst in het Vondelpark komt ziet ze de hippies die op kleden liggen, elkaars haar kammen, vrijen of slapen. Ze hoeven niet te studeren, ze hoeven van niemand iets. De meisjes worden direct opgenomen in de groep. Anne zegt Het is net alsof we opnieuw zijn geboren.

Bij Otto verloopt de kennismaking met Amsterdam wat anders. Zijn eerste handeling is een slaapplaats zoeken. Die vindt hij in de slaapboot. De volgende dag gaat hij met zijn gitaar naar de tunnel onder het Rijksmuseum om Bob Dylon-songs te spelen. Hij maakt kennis met Ron, een hippieachtige figuur die hem vraagt: Wie wil je zijn? In Amsterdam kun je iedereen zijn. Ron gaat met Otto naar een tweedehandskledingzaak waar ze een passende outfit aanschaffen. Hij slaapt bij Ron en samen roken ze hasjiesj. De volgende dag helpt Ron hem bij het kraken van een flat.

Toevalligerwijs worden zowel Anne als Otto opgevangen door Ron. Dit is een raadselachtige figuur. Aan de ene kant is hij zeer behulpzaam, maar aan de andere kant heeft hij soms kwaadaardige kanten. Voor Otto is hij het meest behulpzaam. Maar zijn plannen met Anne zijn slecht. Het lijkt er veel op dat hij opereert als pooier. Het is merkwaardig dat de roman hierover zo vaag blijft. Het gedrag van Anne is heel vreemd. Gewillig laat ze toe dat Rob haar ‘verhuurt ’aan een man. Hij geeft haar een pilletje, dat maakt haar nog gewilliger. De andere dag krijgt ze geld van Ron. Al die tijd is er bij haar geen verzet en over haar gevoelens vernemen we niets. Dit geldt ook voor de andere personen. De persoonsbeschrijvingen zijn oppervlakkig, het is kenmerkend dat het boek zwijgt over gevoelens. Het lijkt of deze personen constant in een roes verkeren van drank en drugs.

Een bevreemdende gebeurtenis is het huwelijk van Anne en Otto. Ze hebben elkaar ontmoet bij Gritto, eveneens een pooier. Anne wordt door hem mishandeld en Otto bevrijdt haar en ze gaat bij hem wonen. Als Otto door de politie wordt opgepakt voor een hele serie vergrijpen moet hij naar de gevangenis. Vrienden zeggen dat Otto met Anne moet trouwen. Als de rechter dit hoort zal hij Otto niet veroordelen. Ze gaan inderdaad trouwen en Otto krijgt vrijspraak. Een wat ongeloofwaardige gang van zaken. Ze gaan op huwelijksreis naar Parijs. Het is onduidelijk hoe ze dit kunnen betalen. Het toppunt van ongeloofwaardigheid is hun bezoek aan Brigitte Bardot.

De beschrijving van enkele jongeren die als hippie leven in de jaren 70 is vooral realistisch. In andere boeken wordt deze periode vaak geïdealiseerd en geromantiseerd. Wuck toont ook de zwarte kanten van het hippiebestaan: de verslaving en de criminele activiteiten: Otto komt in de gevangenis, Anne raakt ernstig verslaafd. Aan de andere kant ervaren ze een ongekende vrijheid. Zo krijgen we een wat genuanceerder beeld van de hippietijd.

Kira Wuck – Knikkerkoning. ISBN 978-94-6381-005-0, 207 pagina’s, € 20,99. Amsterdam: Uitgeverij Podium 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Autobiografie | Reacties uitgeschakeld voor Knikkerkoning

De tussenzus

Schouwtoneel

In een samengesteld gezin blijken uiteenlopende ambities een verrassende dynamiek op te leveren.

Tommy is de achttienjarige zoon van Manfred Boezerman, senator, en Katinka, een veelbelovende dichteres die helaas tien jaar geleden bij een zeilbootongeval is verdronken. Vader Manfred heeft inmiddels al jaren een latrelatie met Esther. Haar dochter Cleo van zeventien woont sinds drie jaar bij Manfred en Tommy, want Cleo en haar moeder kunnen elkaar niet uitstaan. De vader van Cleo woont in Suriname waar hij op zoek is naar rijke Nederlandse dames. Verder is hij uit beeld. Vader Manfred is overigens vrijwel nooit thuis, want behalve bij Esther in bed heeft hij een eindeloze reeks goed betaalde bijbanen die hem verhinderen bij zijn zoon te zijn..

Afgezien van een Peruaanse huishoudster zijn Tommy en Cleo dus meestal met z’n tweeën. Hoewel Cleo er een paar eigengereide voorkeuren op na houdt kunnen de twee het aardig met elkaar vinden en bezoeken ze dezelfde middelbare school.

Cleo heeft een obsessieve liefde voor wapentuig. Ze bezit allerlei schietijzers waarvan ze zegt dat ze niet meer werken, maar dat geldt zeker niet voor de stevige luchtbuks waarmee ze urenlang op blikjes schiet.

Tommy breekt op zijn achttiende zijn schoolcarrière af en gaat als tussenjaar vrijwilligerswerk doen bij een kringloopwinkel. Hij wordt bijrijder van de ophaaldienst. Zijn vroegere docente Nederlands Mascha Radovic benadert hem om mee te schrijven aan een toneelstuk voor de jaarlijkse toneelvoorstelling van zijn oude school. Mascha doet dit in de hoop aan hem informatie te ontfutselen over zijn moeder, de dichteres over wie ze haar proefschrift wil schrijven. Tommy gaat in op het voorstel omdat hij zo kans ziet zijn vader Manfred. die altijd maar van huis is, als waardeloze opvoeder belachelijk te maken.

Tezelfdertijd raakt vader Boezerman echter plotseling betrokken bij een financieel schandaal waardoor hij gedwongen wordt al zijn publieke functies op te geven. Hij komt werkeloos thuis te zitten en verstoort in hoge mate het dagelijks leven van Tommy, Cleo en de Peruaanse huishoudster.

Cleo’s grootste wens als wapenfetisjist is om een echte bomgordel te mogen dragen. Ze spoort Tommy aan om voor haar in het toneelstuk een rol te schrijven waarin ze zo’n gordel om heeft. Uiteraard moet die nep zijn, maar toch…Ze krijgt zo’n rol, maar moet dan wel gedurende het toneelstuk, dat maar één keer wordt opgevoerd, haar mooie haar laten afscheren. Cleo vindt dat geen probleem.

Auteur

Vincent Kortmann (1975) volgde de vierjarige opleiding aan de Schrijversvakschool Groningen, schreef korte verhalen voor het Hollands Maandblad en debuteert nu met zijn roman De tussenzus.

 

 

 

Hoofdpersoon is Tommy die zijn toekomst in eigen hand wil nemen, maar voorlopig te schaften heeft met de toneelavond van zijn oude school, zijn egotrippende vader en zijn eigenzinnige tussenzus Cleo.

De lezer wordt vergast op vele verrassende en vaak uiterst hilarische situaties. Daarbij houdt de soms potsierlijke voorbereiding van de toneeluitvoering de vaart en de spanning er behoorlijk in. Sommige passages zijn kolderiek informatief. Zo komt Tommy aan de weet dat toiletpotten meestal verstopt worden door condooms en damesverband, maar dat in verzorgingstehuizen vooral leesbrillen de afvoer van stront belemmeren. Dat metalbands op scholen soms IRJB:heten: I refuse Blowjobs of I roasted Baby Jesus en dat het leven één hockeyfeest is, dus uiterst teleurstellend. Hoogtepunt zijn misschien de billen van de keepster, als je tenminste van lekkere hammen houdt.

De tussenzus is een heerlijk boek. De roman zit goed in elkaar, het aantal personages is overzichtelijk, Er zijn geen storende verhaallijnen en geen losse eindjes terwijl een fraaie spanningsboog nergens inzakt. Echter, het belangrijkste is de humor, waarmee het verhaal is doordrenkt. Aanbevolen voor wie op zoek is naar een roman met een goed geschreven gulle lach..

Vincent Kortmann – De tussenzus. ISBN 978-90-2545785-3, 272 pagina’s, € 21,99.  Amsterdam: Atlas Contact 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Fictie | Reacties uitgeschakeld voor De tussenzus