Nescio

Leven en werk van J.H.F. Grönloh

Onthullende biografie van de nog steeds populaire schrijver van De Uitvreter, Titaantjes en Dichtertje.

Al heel lang houdt Lieneke Frerichs zich bezig met de schrijver Nescio, pseudoniem voor Frits Grönloh. Ze schreef veel artikelen over hem. Het oeuvre van Nescio is vrij beperkt, maar Frerichs wist de hand te leggen op nagelaten werk, zijn natuurdagboek en vele brieven. Zij was bij uitstek de aangewezen persoon om deze biografie te schrijven. Veel aandacht heeft zij besteed aan het leven van de schrijver: zijn jeugd, zijn grote liefde, zijn werk op kantoor, maar ook zijn omzwervingen in de door hem geliefde Nederlandse landschappen.

Naast een brave huisvader en een onberispelijke kantoorman was er ook de vriendschap met een aantal onburgerlijke, idealistische jongeren. Frederik van Eeden had de socialistische kolonie Walden gesticht. Nescio probeerde met zijn vriendengroep hetzelfde met de kolonie Tames. Jammer genoeg werd het een mislukking. Het zijn deze vrienden die regelmatig opduiken in zijn verhalen. Zijn schrijverschap ontwikkelde zich moeizaam, net zoals zijn pogingen om een uitgever te vinden. De biografie doet daar heel gedetailleerd verslag van. Pas toen hij gepensioneerd was, kwam de erkenning. Dat wordt beschreven in het hoofdstuk Erkend als groot schrijver. Een voorbeeld daarvan blijkt uit een uitspraak van de toen nog jonge schrijver Bert Schierbeek die hem onze grootste prozaschrijver noemde.

Auteur

Lieneke Frerichs (1944) is neerlandica en tekstediteur. Zij was tien jaar beleidsmedewerker bij één van de letterenfondsen en hoofdredacteur van het Verzameld werk van Karel van het Reve. Frerichs publiceerde veel artikelen over Nescio en was samensteller van de bundel Over Nescio. Ze bezorgde zijn Verzameld proza en nagelaten werk. Verder gaf ze uit: Natuurdagboek, Brieven uit Veere, Buitenland is geen land.

 

 

 

In de proloog Op reis met de pleziertrein wordt een treinreis beschreven die Frits Grönloh als veertienjarige met zijn vader onderneemt. In Berg en Dal beklimmen ze de Duivelsberg en genieten urenlang van het uitzicht. Grönloh zal deze reis nog vele malen herhalen. Hij was een groot liefhebber van de Nederlandse landschappen. Zijn leven lang ondernam hij zwerftochten door heel Nederland. Bij zijn favoriete landschappen speelde water vaak een grote rol. De biografieschrijfster kreeg de beschikking over een dagboek waarin Grönloh zijn waarnemingen nauwkeurig bijhield. Ze noemde het zijn Natuurdagboek. Hij verwerkte deze waarnemingen in al zijn verhalen.

In de biografie komt duidelijk naar voren dat Grönloh een gespleten persoonlijkheid was. Aan de ene kant was hij een goede scholier die direct aan het werk ging na zijn eindexamen van de Handelsschool. Al heel snel kreeg hij een baan op een kantoor in Oldenzaal. In 1904 trad hij in dienst van de Amsterdamse firma Holland-Bombay trading Company, waar hij een hele carrière maakte: van jongste bediende tot directeur. Hij was ook een keurige jongeman die zich verloofde met Aagje Tiket en in 1906 met haar trouwde. Frits was een trouwe echtgenoot.  Maar hij had ook andere kanten. Hij was ook een idealist, wereldverbeteraar en lid van de SDAP. Zijn grootste verlangen was om schrijver te worden, maar het schrijverschap kwam heel moeizaam tot stand. Het schrijven hield hij verborgen voor zijn kantoorcollega’s. Stel je voor dat men hem eigenaardig zou vinden. Die gespleten persoonlijkheid blijft een mysterie. Hoe was het mogelijk dat Nescio zijn kantoorwerk zo serieus nam, terwijl uit zijn boek De uitvreter blijkt hoe de personages Japi, Bavink en Koekebakker neerkeken op burgerlijke mensen.

Hoogtepunten in deze biografie zijn de hoofdstukken De geboorte van De Uitvreter en De wereld van de Titaantjes. Grönloh bezat weinig verbeeldingskracht. Voor het schrijven van deze novellen putte hij uit zijn omzwervingen en de omgang met zijn vrienden. De auteur beschrijft minutieus hoe deze boekjes ontstonden. Er gingen vele probeersels aan vooraf. Deze verhalen hebben als thema bevrijden van alles wat mensen beklemt en gevangen houdt. Wat de Uitvreter betreft gaat het natuurlijk vooral om de figuur Japi. Hij komt voor het eerst voor in het verhaal Lenteavond. Hij is een kleurrijke figuur: schilder, bohemien en klaploper. Het personage Japi is niet afkomstig uit de vriendenkring van Grönloh. Frerichs denkt dat Japi-de-uitvreter Grönloh zelf is. Japi leefde zoals Nescio zelf had willen leven. Het hoofdstuk over de Uitvreter kent een vermakelijk slot. In 1956 denkt Grönloh terug aan zijn held Japi. Hij is naar eigen zeggen een oud, half invalide mannetje geworden dat piekert over zijn stofwisseling.

Ook van Titaantjes wordt door de auteur uitvoerig verteld hoe het ontstaansproces verliep. Dit boekje is zeer geleidelijk ontstaan en werd steeds aangepast. De personages zijn voornamelijk de vrienden met wie Grönloh optrok. Toen hij eindelijk tevreden was zorgde zijn vrouw Ossi voor een net handschrift. Grönloh bood het aan bij de Gids. De redactie had bezwaren: Hinderlijk zijn de goedkope aardigheden, waarvan God het onderwerp of het voorwerp is. De redactie had ook bezwaar tegen een felle passage in hoofdstuk negen. Heel ironisch beschrijft Nescio hoe nette heren met elkaar omgaan: nette heeren wier haar altijd even netjes zit, die nooit een kreukel in hun jas of een spatje op hun schoenen hebben. En ze zagen er weer uit alsof ze ’t nog altijd enorm goed wisten, en vonden dat ze vrijwel geslaagd waren in ’t leven. Grönloh weigerde om de tekst aan te passen. Titaantjes werd een jaar later opgenomen in het blad Groot Nederland.

De biografie bevat verscheidene hoofdstukken over zijn privéleven. Hij zelf was daar altijd gesloten over en zijn dochters hadden grote bezwaren tegen het publiek maken ervan Toen de laatste dochter was overleden kreeg Frerichs te maken met de kleinkinderen en kreeg de biografe de beschikking over honderden brieven uit het familiearchief. Daardoor kon ze hoofdstukken als: Kantoorwerk, Brits-Indië, Hospitaal, Bezettingstijd, Hongerwinter en Gepensioneerde aan zijn persoonlijke leven wijden. We maken kennis met de kantoorman die goed was in zijn vak en ook een strenge chef was voor het personeel. Indrukwekkend zijn de stukken die gaan over zijn hongertochten in de hongerwinter.

Verbijsterend is het hoofdstuk over zijn reis naar Brits-Indië. Hij verafschuwde de inlandse bevolking: Een zonderling zoodje. Ik vond het een weerzinwekkende gedachte die bruine vent, die raja, daar wandelend bij gelegenheid tussen ons blanke zindelijke Aphrodites en Juno’s. Hij maakt het nog erger: Mijn afkeer voor inlanders is nu compleet. Ik voelde mij zelf vernederd en getrapt. Iets van datzelfde voel ik in Europa ook als ik een Jood met een Europeesch meisje zie. Lieneke Frerichs doet nog haar best om het te verklaren, maar dat overtuigt me niet zo. Heel jammer om dit te moeten lezen.

Het werk van Nescio is nog steeds populair. Van de bundel De uitvreter, Titaantjes, Dichtertje en Mene Tekel wordt dit jaar de 46ste druk uitgegeven. Wat maakt dit werk zo bijzonder? In de epiloog verwoordt Frerichs dat op meesterlijke wijze. Was het toon van melancholie, vermengd met wat ironie? De jeugdige opstandigheid van de personages? De verheerlijking van het Nederlandse landschap? Deze goed geslaagde biografie is geschreven in een meesterlijke stijl. Het is een grote verdienste dat de altijd zo bescheiden Nescio nu alle waardering krijgt en dat we hem als persoon zo goed leren kennen.

Lieneke Frerichs – Nescio. Leven en werk van J.H.F. Grönloh. ISBN 978-90- 282-1103-2, 656 pagina’s, 39,50. Amsterdam: Van Oorschot 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Biografie, Literatuur | Reacties uitgeschakeld voor Nescio

Moord op afspraak

Een ‘chirurgier’ vindt de dood

Op zoek naar een kwaad verleden.

Drie vrienden uit Groningen koesteren al op de middelbare school het plan om medisch specialist te worden,. Ze noemen zich ‘de chirurgiers’ en zijn onafscheidelijk. Als in de tweede klas een andere bolleboos zich bij hun clubje aansluit worden zij een kwartet. Drie artsen in spe, één econoom. Na hun studietijd in Leiden keren zij terug naar het Noorden en dankzij de relaties van de rijke vader van Roderick, een van de drie, krijgen ze allemaal een opleidingsplaats in het Gronings Medisch Centrum. Na een tijd sluit ook Stef zich weer aan als hij financieel directeur van het ziekenhuis wordt. Weer via relaties? Het zóu kunnen…

De vier leiden een welvarend leven. Maar dan wordt een van de drie medici vermoord, rücksichtslos voor zijn huis doodgeschoten. Waarom? Niemand heeft enig idee. Al spoedig is hij niet het enige slachtoffer. En die moord is met evenveel raadsels omgeven. Speelt het ziekenhuis een rol en zo ja, wat kan dat dan wezen?

De politie-inspecteurs Renee en Paul krijgen de zaak in onderzoek. Renee is in haar vrije tijd ook nog in een cold case gedoken. Ze is altijd druk aan het werk. Haar partner Frank, die al met tegenzin met haar meeverhuisd is van Amsterdam naar Groningen, krijgt daarover steeds meer de pest in. De relatie tussen de twee wankelt. Maar Renee werkt stug door. Ze moet en ze zal te weten komen wie de chirurg heeft doodgeschoten en waarom. En als er nog een dode valt stimuleert dat haar werkdrift alleen maar.

Auteur

Rob van Dorssen (1959) startte zijn schrijverscarrière nadat hij een wedstrijd won. Frits Spits, van het radioprogramma De Taalstaat schreef een competitie uit met de opdracht: ‘schrijf een roman in 140 woorden’. Van Dorssen mocht zijn inzending voor de radio komen voorlezen en Spits spoorde hem aan verder te gaan met schrijven. In 2018 debuteerde hij met Een huis vol vragen. Dit is zijn tweede boek. Rob van Dorssen promoveerde in 1988 op fotosynthese. Na zijn promotie verhuisde hij naar Groningen en daar werkt hij bij de Nederlandse Gasunie.

 

Gebruikelijk is dat de politie een moord oplost en na vele omwegen de dader vindt. Dat gebeurt hier uiteraard ook. Maar over het hoe, waarom en waarmee kunnen wij moeilijk uitweiden.

De auteur heeft een aardige plot bedacht, het verleden van de chirurgiers en de geldman speelt een rol. Maar op welke manier laten wij ongezegd. Lees en leef mee, en laat u verrassen door een vlot geschreven boek. En leef tussen het speurwerk mee met de romance tussen Renee en Frank. De liefde begint daar ernstig te tanen.

Een misdaadroman van het aangename soort.

Rob van Dorssen – Moord op afspraak. ISBN 978-94-9173-775-6. 244 pagina’s, €22,95. Groningen: Uitgeverij Nobelman 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Detective / Thriller | Reacties uitgeschakeld voor Moord op afspraak

Jan Janszoon, Admiraal van Salé

Van christelijk zeeman tot moslimpiraat

Haarlemse slavenhandelaar uit de zeventiende eeuw.

Als Jan in 1570 in Haarlem geboren wordt als zoon van óók een Jan, heet hij voluit natuurlijk Jan Janszoon, afgekort tot Jan Jansz. Later werd deze Jan bekend onder de naam Moerad Reys, een islamitische voornaam en een achternaam die ‘leider’ betekent ,ofwel ‘kapitein’. Die naamsverandering duidt al op de weg die Jan had ingeslagen, hij deed zaken met kooplieden uit de Arabische wereld. Omdat de Arabieren nu eenmaal liefst zaken deden met geloofsbroeders had Jan zich – als investering op toekomstige verdiensten – ook maar bekeerd tot hun geloof, met besnijdenis en al. Hij trouwde zelfs een Moorse vrouw, tenslotte wist niemand van zijn huwelijk met Zoetje in Haarlem met wie hij drie dochters had: Maria, Lysbeth en Trijn.  Maar ach, ‘God of Allah, hem maakte het niet uit. Wat telde waren de kansen op promotie, winst, aanzien.’ Daarvoor wilde hij graag als Moerad Reys door het leven gaan.

‘Op den Buyt verleckert’ als hij was breidde hij zijn activiteiten als zeeman uit tot die van zeerover, piraat en slavenhandelaar. Dat had hij in IJsland (1627) en Ierland (1631) ook al eens bij de hand gehad toen hij 124 inwoners – waaronder zestig kinderen – gevangen nam en naar de slavenmarkten in Barbarije deporteerde. Hij had ‘ervaring in de branche’.

Moerad Reys ofwel Jan Jansz was een zeeman met een klein geweten en een groot nautisch inzicht. De Turken namen hem in vaste dienst en bij hen klom de simpele Haarlemse jongen op tot admiraal. Als Moerad Reys werd hij bekend als moslimpiraat, opereerde hij in Barbarijse wateren en hield afwisselend verblijf in de havens van Salé en Algiers. Hij handelde in witte en zwarte slaven en stond al gauw bekend als ‘De admiraal van Salé’. Al met al geen lekkere jongen, maar wel een man wiens levensverhaal niet doodgezwegen mag worden.

Auteur

Arne Zuidhoek (1941) voer op Nederlandse koopvaardij-  en zeilschepen. Daarna volgde hij tekenlessen en studeerde aan de Rijks Academie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Als tekenaar en illustrator specialiseerde hij zich in maritieme onderwerpen. In 1991 en 1993 voer hij nog tweemaal de wereld rond, uitgenodigd door Nedlloyd en Shell. Zuidhoek schreef 80 boeken, allemaal met een link naar de maritieme geschiedenis. Zijn Engelstalige Pirate Encyclopedia werd bekroond, daarin staan ongeveer 7000 lemma’s van avonturiers die als vrijbuiters de wereld bereisden.

 

Jan Janszoon ofwel Moerad Reys kwam al eerder voor in De Reizen van Ólafur Egilsson. Ook dit is een historisch werk. Zuidhoek geldt als dé grote kenner en schrijver op het gebied van de geschiedenis van de zee. Wie meer over Moerad wil weten kan voornoemd boek als aanvulling lezen, maar dit blijft een losstaand verhaal.

Het boek is bij vlagen spannend, maar zeker geen avonturenroman. Daarvoor is het geheel te (semi)wetenschappelijk opgezet. Zuidhoek is diep de geschiedenis ingedoken, illustreert zijn verhaal met citaten, oude zeekaarten, etsen, gravures en foto’s. Het boek is prachtig vormgegeven.

Een opzienbarend stuk uit Nederlands’ zwarte geschiedenis waarvan weinigen zullen weten.

Zeer het lezen waard.

Arne ZuidhoekJan Janszoon, Admiraal uit Salé. ISBN 978-90-8311-452-1, 165 pagina’s, €20,99. Maassluis: Uitgeverij De Brouwerij 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Geschiedenis, Reizen | Reacties uitgeschakeld voor Jan Janszoon, Admiraal van Salé

De slag om de Grebbeberg

Soldaat in de eerste dagen van mei 1940

Ooggetuige doet adembenemend verslag.

Als Hendrik van Heerde begin mei 1940 dienstplichtig soldaat is doet hij administratief werk bij de Staf van het Tweede Bataljon van het 19e Regiment Infanterie op de Grebbeberg. Dat onderdeel was het reserve-bataljon van de IVe Divisie en had haar stellingen onder andere langs de spoorlijn bij Rhenen. Uitgerekend dát gebied waar het Nederlandse leger met man en macht strijd levert om niet in handen te vallen van de Duitsers. Lang duurde die verbeten oorlog niet. Maar voor de bijna negenhonderd Nederlandse strijders lijken die van bloed en tranen doordrenkte meidagen een eeuwigheid te duren. De soldaten strijden tegen de Duitse bezetters en ze strijden tegen de dood. In beide gevallen verliezen zij. Nederland geeft zich over. De ruim 400 soldaten die de hel van de Grebbeberg overleven worden door de bezetter op de trein gezet naar Duitsland, naar een kamp in de buurt van Berlijn.

Hendrik van Heerde noteerde in een boekje wat hij allemaal meemaakte, zowel op de Grebbeberg en als in gevangenschap. Hij vertelt over vrienden en vijanden, die vaak op gruwelijke wijze de dood vonden. Hij vertelt ook, opmerkelijk nuchter, over zijn tijd als krijgsgevangene. De Duitsers vonden de Nederlandse soldaten ‘modelgevangenen’ en gunden hen regelmatig extra’s: ‘Geen kwade kerels,’ concludeert hij dan ook over zijn bewakers. ‘We moeten ons in heel wat omstandigheden behelpen, maar als men ons men ons helpen kan, laat men dat niet na.’ Van Heerde zat maar kort in het kamp. Na een paar weken werden hij en zijn kameraden alweer op de trein naar huis gezet. Van Heerde zou de herinneringen aan de zware strijd op de Grebbeberg levenslang bij zich dragen.

Auteur

Hendrik van Heerde (1905 – 1968)* was journalist en hoofdredacteur van het Kamper Nieuwsblad. Hij schreef onder het pseudoniem Havanha een serie van tien boekjes in dialect Garriet Jan en Annegien. Meteen nadat Van Heerde thuiskwam, dus kort na de meidagen van 1940, begon hij zijn herinneringen op te schrijven. Zo verscheen heet van de naald, in het najaar van 1940, zijn boek Tusschen vuur en ijzer, gebaseerd op zijn eigen dagboekaantekeningen. Het boek beleefde tijdens de oorlog al vele herdrukken. Van Heerdes boek komt nu, 81 jaar later, in een eigentijdse versie uit onder de titel De slag om de Grebbeberg, verslag van een ooggetuige.

 

Van Heerdes dochter Erna (74) vertelde bij verschijning van het boek dat haar vader na de oorlog nooit meer over zijn ervaringen gesproken had. Hij was wel van plan, vertelde zij, na zijn pensionering ooit eens een volwassen boek te schrijven. Over die dagen in mei? We zullen het nooit weten. Hij overleed voor hij de pen ter hand had kunnen nemen.

Dit boek is een heel uitzonderlijk oorlogsboek. Dat komt vooral omdat het niet, zoals de meeste oorlogsboeken, pas ná de oorlog is geschreven. De schrijver kon in de eerste meidagen uiteraard geen enkel idee hebben van wat Nederland tijdens de bezetting nog voor gruwelijks te wachten stond. De Slag om de Grebbeberg duurde drie dagen, van 11 tot en met 13 mei 1940. In die dagen vonden 420 Nederlandse en 250 Duitse soldaten de dood en er vielen honderden gewonden. Van Heerde schrijft daarover zelf: ‘Uit de hel van de Grebbeberg ben ik tot leven teruggekeerd.’

Deze krijgsgeschiedenis vol helden en emoties is een onmisbaar boek voor wie weten wil hoe de Tweede Wereldoorlog in Nederland begon. Dit is geschiedenis op zijn best, authentiek en zonder sensatie.

Hendrik van Heerde – De slag om de Grebbeberg. Verslag van een ooggetuige. ISBN 978-90-8975-763-0, 216 pagina’s, €17,50. Meppel: Just Publishers 2021.

  • Van Hendrik van Eerde was slechts een trouwfoto beschikbaar.
Geplaatst in Alle Boeken, Tweede Wereldoorlog | Reacties uitgeschakeld voor De slag om de Grebbeberg

Het licht van Luna Park

Een intrigerende geschiedenis verweven met twee vrouwenlevens

Stella zit in een impasse. Dan ontdekt ze een brief van haar moeder.

 

 

 

 

 

1926 Een op de afdeling verloskunde geplaatste leerling-verpleegster, Althea Anderson, vindt het onverdraaglijk dat premature baby’s als ongewenst worden beschouwd en dat er geen medische zorg aan ze wordt verleend. Geheel in strijd met de machtspositie van mannen ten overstaan van vrouwen pleit ze bij haar meerderen voor een uitweg die maar op één locatie wordt geboden: op Coney Island, Luna Park. Haar inbreng wordt afgedaan als ongepast en voor straf volgt er een overplaatsing naar de nachtdienst van de eerste hulp. Als tijdens haar laatste dag bij verloskunde een jonge vrouw twee maanden te vroeg bevalt en het kindje ten dode is opgeschreven neemt ze een ingrijpende beslissing …

Je dochter ter dood veroordelen bereidt je kennelijk niet voor op de realiteit ervan. Maar mijn medeleven gaat uit naar de vrouw die net als ik lijdt onder het feit dat ze zich niet kan uitspreken.

1950 Een jonge vrouw, gehuwd met een oorlogsveteraan, loopt vast in haar baan als lerares. Ze worstelt met het overlijden van haar moeder, haar steun en toeverlaat. Door de toenemende druk van haar man om samen het ouderschap aan te gaan beseft ze dat ze eerst het verleden moet doorgronden eer dat ze aan haar toekomst kan beginnen.

Het verlies van mijn moeder leidde tot een scheur in mij die nooit meer wordt gevuld. Er was al een ontbrekend deel in me, een fantoomledemaat dat naar haar reikte toen ze niet meer bereikt kon worden.

Auteur

Addison Armstrong studeerde in 2020 af aan de Vanderbilt University met zowel diploma’s in zowel onderwijs als in in taal- en letterkunde. Ze woont momenteel in Nashville, waar ze haar master in leesonderwijs doet. Het licht van Luna Park is haar debuutroman.

 

 

 

Het verhaal wordt in de eerste persoon door beide vrouwen afwisselend verteld. Door de prachtige schrijfstijl te combineren met een fascinerende, vrij onbekende geschiedenis die de basis heeft gelegd voor onze huidige kennis in de neonatologie levert Armstrong een intelligent en intrigerend verhaal dat menigeen zal bekoren. Als vrouw, worstelend met het verleden en het heden in de 21ste eeuw, is het lezen over twee sterke vrouwen die leefden in de twintigste eeuw voor mij   een confronterende bron van herkenning.

Andere vrouwen die hun studie staakten om te trouwen of kinderen groot te brengen werden met iets van opluchting bekeken, alsof ze eindelijk toch nog toegaven aan hun ware, natuurlijk roeping; de gedachte dat ik de verpleging misschien wel mis komt bij niemand op.

Een indrukwekkend en intrigerend debuut.

Addison ArmstrongHet licht van Luna Park. Vertaald uit het Engels (The Light of Luna Park) door Karin Pijl. ISBN 978-90-443-6204-6, 303 pagina’s, € 23,99. Amsterdam:  The House of Books 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Fictie | Reacties uitgeschakeld voor Het licht van Luna Park

Een goede moeder

Liefde wordt opgeslokt door de zorg

Dochter Noes als trait-d’union.

Ooit waren Evert de Heer en Anja Verver een liefdespaar. Ze kregen een dochter, Anouska, die Noes werd genoemd. Maar na de geboorte van het kleine meisje gaat er iets mis. Anja is geobsedeerd door het idee dat ze een goede moeder moet zijn. Haar vroegere carrière als actrice telt niet meer, ze verslonst haar charmante verschijning, ze krijgt steeds meer mysterieuze kwalen die geen arts benoemen, laat staan behandelen kan. Anja verliest de greep op haar leven. Vader Evert, een succesvol schrijver, ziet het aan, maakt zich zorgen, wil als man van de regelmaat en organisatie een helpende hand uitsteken, maar Anja weert hem af. Uiteindelijk scheiden de twee, maar Anja krijgt niet de zorg van Noes, zij is psychisch niet meer in staat voor haar dochter te zorgen. Noes gaat bij vader Evert wonen, die een nieuwe relatie aangaat en een nieuw gezin sticht. Anja ziet Noes via een bezoekregeling. Maar zelfs die werkt niet goed want in die schaarse uren leunt zij zwaar op de zorg van haar dochter.

Anja wordt aangetroffen met een dosis pillen. ‘Poging tot zelfdoding’, concludeert men. En vanaf dat moment komt zij terecht in de medische molen, het stelsel van sociale hulpverlening, zorginstellingen voor hulp bij opvoeding, onderwijskrachten, buren en ga zo maar door. Vader en ex-echtgenoot Evert krijgt in zijn contacten over Anja, tenslotte de moeder van hun beider kind, te maken met meer dan twintig ‘betrokkenen’, die ieder vanuit hun eigen deskundigheid menen te weten hoe de vrouw benaderd moet worden. Allemaal maken zij zich zorgen over Anja, en in daaropvolgende lijn over Noes. Apps, brieven, gesprekken, mails, gesproken berichten en hulpverzoeken leiden tot de diagnose dat Anja echt wel een goede moeder wil zijn. Maar dat dit wordt bemoeilijkt door een waslijst aan psychische kwalen. En ieder vindt daar het zijne van.

Auteur

Jan van Mersbergen (1971) heeft inmiddels tien romans en novellen op zijn naam staan. Drie ervan verschenen onder het pseudoniem Frederik Baas. Van Mersbergen won de BNG Nieuwe Literatuurprijs en de F. Bordewijkprijs. Hij werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs, de Gouden Uil en de Libris Literatuurprijs. Zijn laatste boek De onverwachte rijkdom van Altena won in 2019 de NRC Lezersprijs. Zijn werk is vertaald in het Engels, Frans, Spaans, Duits en Turks.

Achterin het boek verklaart de auteur met nadruk dat Een goede moeder een roman is. ‘Alle personages, organisaties, plaatsen en gebeurtenissen komen voort uit de gedachtekronkels van de schrijver of zijn, als ze werkelijk bestaan, fictief gebruikt.’ Desondanks vertelt de auteur in de diverse interviews die volgden op het verschijnen van deze roman dat dit ‘zijn meest persoonlijke boek tot nu toe is’. Zijn eigen ex-vrouw leed aan psychische problemen, zoals hij in het boek beschreef. Hij wilde geen afrekening schrijven, maar een roman over wat er gebeurde in dergelijke situaties. En inderdaad, hij was natuurlijk zelf de vaderfiguur Evert de Heer. Het verhaal was een reconstructie van de gebeurtenissen van de afgelopen vijf jaar.

Kortom, de roman is gefictionaliseerde werkelijkheid. Waarmee schrijnend duidelijk wordt dat iemand die psychisch in de problemen geraakt daar niet zomaar uit komt. Zeker niet als Jan en Alleman, vrijwilligers en betaalde krachten van overheidswege zich daar tegenaan bemoeien.

Dat maakt het boek het schrijnendst. De beklemmende wetenschap dat er duizenden Anja’s zijn, die allemaal ten onder dreigen te gaan in de oceaan van hulpverleners die geen echte hulp bieden kunnen.

Een liefdevol en toch gruwelijk boek.

Jan van Mersbergen – Een goede moeder. ISBN 978-90-5936-970-2. 285 pagina’s, €22,99. Amsterdam: Uitgeverij Cossee 2021.

Geplaatst in Alle Boeken, Diversen | Reacties uitgeschakeld voor Een goede moeder

Geen spat veranderd

Een oude vriendschap vol mysteries

Hoe kunnen kinderen van een vriendin er na  twaalf jaar nog steeds uitzien als peuters? Lees verder

Geplaatst in Alle Boeken, Detective / Thriller | Reacties uitgeschakeld voor Geen spat veranderd

Met of zonder?

Over de betekenis van religie op privé en publiek terrein

Voor velen is religie een randverschijnsel. Martien Brinkman pleit voor een prominentere plaats van religie in het publieke terrein en in het leven van de individuele mens. Lees verder

Geplaatst in Alle Boeken, Theologie | Reacties uitgeschakeld voor Met of zonder?

De erfgename van Paus Johanna

Avonturen in het Europa van de vroege Middeleeuwen

Het verhaal van Freya en Aristide.

De hoofdpersoon van dit boek is Freya, geboren in Denemarken als dochter van een in Dorestad gevangen en tot slaaf gemaakte christelijk vrouw. Zij en haar zuster Asta zijn verwekt door hun Deense meester Björn, een bruut. Als de laatste zich aan Asta wil vergrijpen en hun moeder vermoordt vluchten de meisjes. Onderweg verkleedt Feya zich als jongen. Uiteindelijk bereiken ze Dorestad. Lees verder

Geplaatst in Alle Boeken, Fictie, Geschiedenis | Reacties uitgeschakeld voor De erfgename van Paus Johanna

In de voetsporen van Zarafa

Op reis met de eerste giraffe in Frankrijk

Van Marseille naar Parijs, nu met modern vervoer. Lees verder

Geplaatst in Alle Boeken, Europa, Reizen | Reacties uitgeschakeld voor In de voetsporen van Zarafa