Op het spoor van Etty Hillesum

Een kennismaking met haar gedachtewereld

Vergaande solidairiteit met het Joodse volk.

Al weer een boek over Etty Hillesum. Nog maar een jaar geleden verscheen de zeer uitgebreide biografie van de hand van Judith Koelemeijer. Klaas Smelik koos echter voor een andere aanpak. Zijn boek gaat niet zo zeer over het leven van Etty, hij brengt de ideeën van haar in beeld en ook de omstandigheden waaronder ze zijn ontstaan, niet chronologisch, maar per onderwerp. Zo bespreekt hij onder andere onderwerpen als Joodse wortels, Vrouw zijn, Collectief lot, Haat en vijandschap, Leven en dood, God en lot. Toch handelen nog veel gedeeltes over haar leven, dat al uitvoerig behandeld is door Koelemeijer. De thematische gedeeltes over de genoemde onderwerpen zijn zeker verhelderend.

Auteur

Klaas A.D. Smelik (1950) studeerde theologie, Semitische talen, oude geschiedenis en archeologie. In 1977 promoveerde hij. Hij doceerde aan verschillende universiteiten en was hoogleraar in Brussel en Leuven. In Gent was hij professor Hebreeuws en Joodse studies. Van 2006 tot 2019 was Smelik directeur van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum, eerst in Gent en later in Middelburg. In 1986 gaf hij de integrale editie van Hillesums nagelaten geschriften uit. Zijn vader had een relatie met haar.

In het hoofdstuk Joodse wortels wordt besproken in hoeverre Etty joods was. Dat blijkt een gecompliceerde kwestie. Ze had een Joodse moeder. Volgens deze regels is zij dus Joods. Etty heeft echter geen orthodox-joods leven geleid. Zij hield zich niet aan de sjabbat en de joodse spijswetten. Haar ouders hadden haar geen joodse opvoeding gegeven. Ze had wel kennis van het joodse geloof. Regelmatig gebruikt ze in haar dagboeken joodse termen. Zo heeft zij het bijvoorbeeld over sjeimes, het gebed uitspreken bij een stervende. Het is duidelijk dat zij behoorde bij het Joodse volk, maar niet bij de joodse godsdienst. Haar solidariteit met haar volk ging heel ver.

Een apart hoofdstuk gaat over het vrouw zijn. Smelik noemt haar op en top vrouw: vrijgevochten, zinnelijk, een verleidster die bij geen man bleef. In haar dagboek zegt zij: Ik heb mijn lichaam gebroken als brood en het uitgedeeld onder de mannen. Ze voelde niets voor het huwelijk en het moederschap. Ze wilde niet de mensheid met nog een ongelukkig creatuur vermeerderen.

Veel aandacht besteedt Smelik, aan de vraag waarom Etty niet wilde onderduiken. Ze spreekt over een Massenschicksal, een lot dat het hele Joodse volk had getroffen en waaraan men zich als individu niet mocht onttrekken. Haar opvatting was ook: Joden dienen solidair met elkaar te zijn. Dat het geen loze woorden waren laat ze duidelijk zien als ze in Westerbork gaat werken als lid van de Joodsche raad voor de afdeling Sociale verzorging doortrekkenden. Met veel liefde wijdt ze zich aan de zorg voor haar lotgenoten.

Een logisch gevolg van de oorlog is dat de vijand gehaat wordt. Etty had totaal andere opvattingen over het haten van de vijand: Haat is contraproductief, want haat tast jezelf aan. Eigenschappen die je bij de vijand haat, zijn ook te vinden bij je eigen mensen. Er bestaan geen slechte mensen. Elk mens heeft het goede en het slechte in zich. De vijand is ook een mens. Niemand heeft schuld, een systeem gaat over onze hoofden heen. Als ze geconfronteerd wordt met een schreeuwende Gestapo voelt ze medelijden met hem, ze is niet bang van hem. In Westerbork verandert ze enigszins. Ze moet constateren dat ook onder Joodse mensen beulen en slechte mensen voorkomen. Een felle opmerking maakt ze over de Ordnungspolizei die de Joden begeleiden in de trein. Ze ziet botte, honende koppen zonder enige menselijkheid.

Heel uitgebreid bespreekt Smelik de geloofsontwikkeling van Etty. Voor mensen die weinig van theologie weten is dit gedeelte niet altijd helder. In de dagboeken is een geloofsontwikkeling te zien. Als ze het woord God gebruikt, bedoelt ze steeds iets anders. Het was haar therapeut Julius Spier die haar begeleidde en leerde. Ze leert van hem wat bidden is en ook leest hij met haar in de bijbel. Bidden zag zij aanvankelijk als een manier om met jezelf te praten, een dialoog met het aller diepste in jezelf dat ze gemakshalve God noemt. Van Spier leert ze om knielend te bidden.

Een moeilijk stuk gaat over de immanente versus de transcendente God. Bij een immanente God zoekt de biddende mens naar de God in zichzelf. Bij de transcendente God wordt gezocht naar de God buiten jezelf. Etty komt uiteindelijk uit bij de transcendentie. Ze spreekt tot God als tot een persoon. Ze heeft zoveel vertrouwen in God dat zelfs als ze zich in de klauwen van de Duitsers zou bevinden ze zich toch geborgen zou voelen in Gods armen.

Een goede aanvulling op de boeken over Etty Hillesum.

Klaas A.D. SmelikOp het spoor van Etty Hillesum. Een kennismaking met haar gedachtewereld. ISBN 978-94-6456-072-5, 246 pagina’s, € 29,99. Zutphen: Walburg Pers 2023.

Dit bericht is geplaatst in Alle Boeken, Diversen. Bookmark de permalink.