Race tegen de klok

Kleine Berg blijft spitse heuvel

‘Belgen-eerst’ leidt tot strijd tegen dood.

Als Thomas Berg, hoofdinspecteur bij de Federale Politie van Leuven, een brief in handen krijgt met op z’n minst alarmerende inhoud – gericht aan hem, het hoofd van de Dienst Geweld – bekruipt hem een onaangenaam gevoel. De afzender is anoniem, zoals altijd als er gedreigd wordt, maar de inhoud van de brief wijst op een zeker intellect. De afzender beklaagt zich erover dat het aantal buitenlandse studenten in Leuven zo stijgt. Het gevolg daarvan is dat er aan diverse faculteiten – zeker die met een numerus clausus – veel minder plaats is voor Belgische studenten. Daarnaast wordt er, door die studenten-import, veel vaker college gegeven in het Engels, terwijl Belgische studenten college dienen te krijgen in het Vlaams, hun moedertaal. Hij, de briefschrijver, zou actie daartegen ondernemen. En om te laten zien dat het hem ernst was, zou hij beginnen drie buitenlandse studenten te ontvoeren en ze op te sluiten in een vertrek met slechts voor drie uur zuurstof. Het was aan de politie deze studenten te vinden en te bevrijden. Hij zat echt niet op doden te wachten.

De actie, aldus de scribent, moest maximale aandacht genereren. Daarom had hij deze brief breed met de diverse media gedeeld. Thomas Berg krijgt het Spaans benauwd. Dit was geen uit de hand gelopen grap, geen misselijke streek van ongeletterde rechtsextremisten, het was een weloverwogen actie van een helder formulerend mens. En dat maakte het dubbel gevaarlijk.

Hij besluit de zaak even aan te zien. Maar al spoedig bereikt hem een sms’je. Daarin wordt via een bijna poëtische tekst verteld dat de actie begonnen is. De ontvoerde student ligt ‘vlak bij de put van de hel en voorafgegaan door ontelbare doden, onder bescherming van de aartsengel. Hij wacht op verlossing. Drie uur nog, dan zoeft de zeis, scherp als een scalpel.’ Deze woorden zetten het team van Thomas Berg op scherp. Wat betekenen ze, waar moeten zij gaan zoeken, welke aanwijzingen moeten zij volgen… De engel, welke engel? Is er in Leuven een gebouw naar een engel genoemd, een poort, een gebouw, beeld, een begraafplaats… Gaat het om Michaël, Rafaël, Gabriël, Uriël? Wie kan in Leuven een engel vinden? De klok begint te tikken. De race tegen de klok is begonnen.

Auteur

Jo Claes (1955) is tot zijn pensionering docent Nederland en Engels geweest. Hij debuteerde in 1986 met De stenen toren. Claes is groot deskundige in iconografie, katholiek erfgoed en hagiografie. Hij schrijft sinds 2002 ook over de Bijbel, Griekse en Romeinse mythen. Deze kennis komt ook tot uiting in zijn misdaadromans. Hij schreef er al vijftien met Thomas Berg en zijn assistent Lou als hoofdpersonen. De eerste ervan was De zaak Torfs, die in 2008 verscheen.

Deze Berg is een uitzonderlijke Berg, een kleine Berg, een heuvel, maar daarom niet minder scherp als de voorgaande dikke Bergs. Claes schreef het verhaal in het kader van een bijzondere boekhandelscampagne. Hij noemt het een ‘Tussen-Berg’. Een klant die twee romans kocht kreeg dit boek cadeau. De actie was een succes. Maar omdat veel mensen de actie misliepen besloot de uitgeverij tot een herdruk. Dat is dit exemplaar. Voor mensen die Claes en Berg niet kennen is het een kennismaking, voor anderen een kers op de taart.

De Race tegen de klok is een echte misdaadroman. En dus, zo is het nu eenmaal, er zal een dode vallen. Wie daarover in detail treedt verraadt wat niet gezegd mag worden.

Daarom laat ik het bij deze aanbeveling: het is weer een échte Jo Claes / Thomas Berg.

En die mag u natuurlijk niet missen.

Jo Claes – Race tegen de klok. ISBN978-90-8924-933-3, 160 pagina’s, €17,99. Antwerpen: Houtekiet 2021.

Dit bericht is geplaatst in Alle Boeken, Deel van een reeks, Detective / Thriller. Bookmark de permalink.