Moederpijn

Herinneringen aan een moeder verslaafd aan pillen en aandacht

Dochter van een dramaqueen.

De telefoon gaat. Als actrice Karin Jacobs opneemt klinkt de stem van haar moeder. Zuchtend: ‘Zoeteke? Uw moeder is stervende…’ Dat hoort de dochter niet voor het eerst. Ze schrikt er dan ook niet van, maar antwoordt rustig: ‘Oei. Dat is wel een lange doodsstrijd die gij doormaakt moeder! Gij zegt al veertig jaar dat ge gaat sterven.’ En zo is het. Karin weet niet beter of haar moeder is op sterven na dood, lijdt de vreselijkste pijnen die ze bestrijdt met grote ladingen medicijnen. Moeder slikt alles door elkaar, krijgt medicatie van talloze dokters. Haar lichaam raakt daarvan overhoop, zodat ze regelmatig in het ziekenhuis terechtkomt. En dát is de plaats waar ze graag vertoeft: onder de witte dekens, in de volle glorie van haar overtuigend gespeelde kwaal, met de geduldige zorg van artsen en verpleegkundigen.

Niemand is zo ziek als zij, ze zwelgt in haar vreselijk lijden. Deelt ze de kamer met een kankerpatiënte die op de rand van de dood zweeft? Die heeft het dan lang niet zo zwaar als zíj, zij lijdt immers aan meerdere kwalen. Vanuit haar bed regeert ze intussen haar dochter, als die – een bekend en veelgevraagd actrice – tussen repeteren en voorstellingen door, haar moeder komt bezoeken.

Karin Jacobs schrijft na moeders overlijden haar herinneringen op. De laatste jaren van moeders leven hield ze een dagboekje bij. Op basis van die notities schreef ze ‘Moederpijn’. Ze wil het taboe doorbreken dat rust op medicijnverslaving bij ouderen: mensen die levenslang pillen stapelen, nooit minderen met slikken maar altijd meerderen. Als ze weer eens naast het bed staat en keer op keer van moeder hoort hoezeer zij ligt te lijden, constateert ze met cynische humor: ‘Voor een stervende heeft moeder nog flink wat noten op haar zang.’ De jarenlange geschiedenis van het toeschouwer-zijn bij moeders ziekten – tenzij zij naar een concert toe kon of een ander aangenaam uitje, want dan knapte ze onmiddellijk op – heeft de dochter gehard. Ze voelt zich niet schuldig als ze de deur uitgaat of een feestje heeft als kind, terwijl moeder liefst zou zien dat haar dochter thuis bleef om haar te verzorgen.

Auteur

Karin Jacobs (1960) studeerde in 1982 af aan Studio Herman Teirlinck. Sindsdien speelde zij in verschillende theatergezelschappen en tv-series. Ook ‘leent’ ze haar stem voor animatiereeksen. Jacobs’ passie is het schrijven van kindergedichten. In 2019 verscheen Bibbervlees, een vrolijk boek over kinderangsten.

 

 

 

De moeder lijdt, daar komt de ene na de andere arts achter, een psychosomatische kwalen. Het gevolg is dat de ziekenhuisopnames nooit lang duren. Als onderzoeken hebben uitgewezen dat haar niets mankeert wordt ze naar huis gestuurd met het advies dat ze alleen maar hoeft af te kicken van haar bulk aan medicijnen. Ze wordt daartoe viermaal opgenomen in een psychiatrische kliniek, maar zodra de behandeling begint neemt moeder weer de benen: ze nemen haar niet serieus anders zouden ze haar pillen toch niet afpakken? En wéér belt ze dan haar dochter op om puin te komen ruimen.

Karin Jacobs heeft met deze getuigenis niet alleen een aanklacht geschreven tegen het taboe rond medicijnmisbruik en -verslaving bij ouderen. Zij heeft zich ook afgevraagd hoe moeder zo werd, hoe ze veranderde van een vrolijke vrouw in een dramaqueen, verslaafd aan pillen en aandacht.

Dit is een wrang, humoristisch, ontroerend, vrolijk en ook treurig boek. De moederpijn zit bij moeder, maar evenzeer bij Karin die nooit een gewone moeder had.

Kleurrijk, prachtig geschreven, door een actrice die de taal zó beheerst dat zij ook als schrijfster schittert.

Karin JacobsMoederpijn. ISBN 978-90-2233-716-5, 299 pagina’s, € 19,99. Antwerpen: Standaard Uitgeverij / Manteau 2020.

Dit bericht is geplaatst in Alle Boeken, Ziekte. Bookmark de permalink.