Het oog van de kraanvogel

Verliezen van het verleden

Na elkaar vele jaren uit het oog te hebben verloren kijken twee vrienden terug op hun adolescentie.

Marcus is 43 jaar. Zijn juridisch bedrijf heeft hem naar Japan gestuurd om een conflict tussen een dirigent en een fluitiste op te lossen. Tijdens een werkoverleg op de hotelkamer van de dirigent zou de man grensoverschrijdend gedrag hebben vertoond. Marcus las in zijn documentatie dat de fluitiste had verklaard niet te zijn ingegaan op de avances van de dirigent en dat deze toen verklaarde dat als zij niet wilde meewerken, ze waarschijnlijk zou eindigen als lerares op een muziekschool en haar carrière op het podium wel kon vergeten. Inmiddels had de fluitiste zich opgesloten in haar hotelkamer en regelde de dirigent een vervanger voor haar. De directie van het orkest verlangde van Marcus’ bedrijf een snelle oplossing.

Toch was dit niet dit wat Marcus het meeste bezig hield. In de formulieren stond een naam die hem had getroffen. De naam van zijn contactpersoon in Japan: A.H. Klein Gunnewiek, orkestlid. Dat moest haast wel Arthur zijn. Hij had hem twintig jaar niet gezien of gesproken. Dit ondanks een bijzondere vriendschap in de tijd dat Marcus aan het Sweelinck Conservatorium van Amsterdam als eerstejaars piano studeerde en Arthur in het tweede jaar voor viool zat.

Gek, dacht Marcus, dat ik al die jaren geen moment meer aan hem heb gedacht. Alsof hij zo perfect, uitgekiend of gelijkmatig was, zo egaal, dat je je aan niets bij hem had kunnen stoten en hij ongezien was weggegleden: je moest hem wel vergeten.

Marcus wist nog dat hij destijds een etymologisch woordenboekje van namen had gekocht. Ook al had Arthur hem al tekst en uitleg had gegeven over zijn bijzonder achternaam. Marcus leek er geen genoeg van te krijgen zijn vriend in het geniep steeds nieuwe namen te geven. Naarmate de vriendschap duurde, waren daar Engelblik, Hetebrij, Schuurhannes, Duistermaat of Kleinleugenmors.

Het was soms een ongemakkelijke vriendschap waarbij Arthur, naar wie Marcus aanvankelijk enorm opzag vanwege zijn positie als tweedejaars, steeds hinderlijker in zijn toenaderingen leek te worden. Ongetwijfeld speelde zijn vriendin Carlijn daarbij een rol. Er waren echter ook andere zaken die van invloed waren bij hun verwijdering.

Toen aan het einde van zijn eerste jaar bleek dat Marcus slechts middelmatig talent had en overstapte naar de studie rechten was dat zeker een oorzaak. Bovendien leek Arthur ook genoeg te hebben van zijn studie in Amsterdam. Hij wilde deze liever voortzetten in Utrecht.

In elk geval zou hij na zoveel jaren, zomaar in Japan, met A. H. Klein Gunnewiek ontbijten om met deze kennis te maken. Het kostte Marcus geen enkele moeite om in hem zijn vroegere vriend Arthur te herkennen. Wat was hun vriendschap nog waard?

Auteur

Peter W.J. Brouwer (1965) is schrijver, vertaler en theatermaker. Het Siamees moment (2017) was zijn debuutroman. Het oog van de kraanvogel is een demasqué van hun adolescentie als Marcus en Arthur elkaar beroepshalve treffen. Arthur heeft er een lange relatie met een andere man op zitten en Marcus is inmiddels gescheiden van Carlijn. Ze hebben een dochter. Behalve Carlijn spelen ook andere vrienden en een vriendin een rol wanneer Arthur en Marcus proberen te achterhalen wat er ooit fout ging en of beschuldigingen of schuldgevoelens terecht zijn.

 

De gesprekken tonen de machteloosheid ten aanzien van het verleden dat niet kan worden teruggedraaid of rechtgezet. Daarbij valt de enige oplossing voor terugval in zelfbeklag over onvervulde verlangens, namelijk verzoening met je lot, een lastig te verwerven geestesgesteldheid.

Een mooie roman waarin tintelende gevoelens uit het verleden twee decennia later tot wanhopige gevoelens leiden.

Peter W.J. BrouwerHet oog van de kraanvogel. ISBN 978-94-93214-22-4, 279 pagina’s, € 19,50. Haarlem: In de Knipscheer 2021.

NB Kritische kanttekening. In het boek wordt in januari 1989 winterweer geschetst. Daar was in die maand echter geen sprake van. Voorts is er sprake van een luisterrijke aula in het conservatorium aan de Van Baerlestraat. Die was er helaas niet. Voor concerten werd de Bachzaal aan de Bachstraat gebruikt. Tenslotte ging Arthur in Utrecht muziekgeschiedenis studeren. Z’n studie bestaat niet. Bedoelt de schrijver misschien muziekwetenschappen?

De recensent gaf dertig jaar les aan het conservatorium van Amsterdam.

Dit bericht is geplaatst in Alle Boeken, Fictie, Muziek. Bookmark de permalink.