Godinnen van de art nouveau

Kunstzinnige zweeplagen

Van het laatste decennium van de Negentiende Eeuw tot de Grote Oorlog gaf een nieuwe kunststroming beeld aan emanciperende vrouwen.

 

 

 

 

 

De art nouveau is een kunststroming die ongeveer tussen 1890 en 1914 overal in Europa populair was. Zowel kunstenaars als ontwerpers zochten naar een nieuwe vormentaal die zich met name ontwikkelde in toegepaste kunst. De enorme verspreiding via reclame en papieren toepassingen als boekomslagen, leidde tot de eerste vorm van mediakunst. Zie illustratie van de boekband van de roman Psyche van Louis Couoerus, een ontwerp van Jan Toorop uit 1898.

 

 

Het tijdperk van de art nouveau, de belle époque en het fin de siècle wordt in 1914 bruut afgesloten met het begin van de Eerste Wereldoorlog. Daarmee eindigde definitief de culturele revolutie van rond 1900. Dit gold niet alleen voor de beeldende kunst, maar ook voor de muziek van de Tweede Weense School. De première van de Sacre du Printemps van Igor Stravinsky in 1913 liet de laatste opzwepende ritmes horen voor het grote knallen aan de Somme.

De art nouveau ging samen met de emancipatie van de burgervrouw. Het was aan het begin van de vorige eeuw een mix van individualisme en massaliteit waarin man en vrouw bezig waren hun eigen plaats te zoeken. De wereldoorlog bleek een aanjager van dit proces en leidde daarna tot bijvoorbeeld vrouwenstemrecht.

Zover was het nog niet in de belle époque. De nieuwe kunst of Jugendstil laat in het vrouwelijk beeld dualisme zien. Enerzijds de goddelijke zwierigheid van de vrouw in de voorstelling van de man, maar ook de lange zweepslagen van een vrouw die niet met zich laat spotten.

Tijdens de fin de siècle waren vrouwen met status, meestal vanwege de bankrekening van vader of echtgenoot, letterlijk gekluisterd aan inperkende kleding. Opdat niemand op de gedachte zou komen dat een dame hoefde te werken of zich bij bepaalde sportieve activiteiten in het zweet zou werken, was korsetgebonden kleding vereist. Het was zelfs zo geregeld dat dames onmogelijk zichzelf konden aankleden. Zij hadden daarbij altijd hulp nodig.

Onder invloed van medische adviezen en de zogenaamde reformbewegingen veranderde dit.

Zonder dat ook maar iemand dit had voorzien, bleek de tweewieler, de fiets, het vehikel dat wellicht meer bijdroeg tot de emancipatie van de vrouw uit de burgerij dan alle inspanningen van de vrouwenbeweging bij elkaar. Juist door te fietsen onderstreepten vrouwen hun hang naar vrijheid, zelfstandigheid en gelijkwaardigheid met mannen. Immers de fiets bevorderde de bloomer, de lange poffige broek voor vrouwen. Zie illustratie Anoniem, Cycles Gladiator 1895-1900.

Een aspect van de emancipatie waar wij thans anders tegenaan kijken, was de sigaret als ‘statement’ voor de geëmancipeerde vrouw.

Zie illustratie blz. 39: Advertentie voor een merk vloei van Alphonse Mucha, 1896-1897.

 

 

Zie illustratie bladzijde 101: Le chalet du cycle au bois de Boulogne van Jean Béraud, ca. 1900.

 

 

 

 

Godinnen van de art nouveau is een schitterende uitgave bij de gelijknamige tentoonstelling die tot 21 maart 2021 is te bezichtigen in het Allard Pierson te Amsterdam. In samenwerking met musea in Karlsruhe en Braunschweig werden expositie en boek samengesteld.

Behalve talloze illustraties wordt het indrukwekkende boek gecomplementeerd door zeven essays, onder andere over de emancipatorische ontwikkelingen waarover in deze bespreking aandacht werd besteed.

Zeker in het licht van de sterk vermeerderde aandacht voor de aanloop tot de eerste Wereld is deze uitgelezen verzameling van becommentarieerde ‘kunstzinnige zweepslagen’, een bijna gebiedende uitnodiging.

Godinnen van de art nouveau, samengesteld door Wim Hupperetz (Allard Pierson in Amsterdam), Eckart Köhne (Badisches Landesmuseum in Kralsruhe) en Heike Poppelmann (Braunschweigisches Landesmuseum in Braunschweig). ISBN 978-94-625-8404-4, 192 pagina’s, € 34,95 (Engelse uitgave € 24,99), Zwolle: Uitgeverij WBOOKS 2020.

Dit bericht is geplaatst in Alle Boeken, Cultuur, Kunst. Bookmark de permalink.