Loop nooit weg zonder helm

Opgroeien tussen genieën

De gewoonste, maar wel de liefste.

Isidore Mazal is de jongste in een gezin met zes kinderen. Zijn familie noemt hem ‘Dory’, zelf geeft hij de voorkeur aan ‘Izzie’. Hij neemt als elfjarige benjamin niet alleen om zijn leeftijd een bijzondere plaats in binnen het gezin.

Zijn geniale vader, die door zijn moeder steevast wordt aangeduid als ‘de vader’, is weinig thuis. Hij heeft helaas niet het spannende beroep van spion maar reist wel veel. Moeder is aardig maar wat gesloten tenzij ze bij de slager staat en om diens grapjes lacht. Izzies broers en zussen Bernice, Aurore, Jeremy, Leonard en Simone zijn stuk voor stuk genieën. Ze hebben al op jonge leeftijd klassen overgeslagen, waren in alle vakken altijd het beste, begonnen al jong met het leren van extra talen en studeerden alsof hun leven ervan af hing. Nerds? Nou nee, gewoon geniaal, zo lang Izzie ze kende. De jongen deelt een kamer met Simone en zijn intelligente zus staat hem genadig toe later haar biografie te gaan schrijven. Ze besluiten vast te beginnen. Avond aan avond zitten ze bij elkaar en voeren geweldige gesprekken. Toch voelt de jongen zich vaak eenzaam en hij onderneemt regelmatig pogingen om weg te lopen. Maar zelfs dat mislukt steeds.

Izzie besluit later leraar Duits te worden. De vader spreekt vloeiend Duits en geeft zijn broers en zusters extra aandacht als zij Duits gaan leren. Die aandacht wil Izzie ook van hem, vandaar deze beroepskeuze. Maar dan komt er een dag dat ze ’s middags aan tafel zitten en dat moeder zegt dat de vader niet thuis komt. Niet omdat hij op reis is, maar omdat hij dood is. Hij heeft een hartinfarct gehad. Iedereen zit verstijfd van schrik te luisteren.

En dan verandert het leven. Alle geniale hoog- en zeer hoogbegaafde leden van de familie zitten opgesloten in hun hersens, hun intellect, hun ratio en hun studie en daarmee draaien alle radertjes in hun hoofd vast. Ze rouwen niet, ze huilen niet, ze weten niet hoe dat moet, ze gunnen zich geen gevoelens en ze worden, zonder dat ze het kunnen uiten, allemaal doodongelukkig.

Alleen Izzie niet. Izzie is een gewone jongen. Hij is lief, een beetje te dik, erg empathisch, attent, medelevend. Izzie voelt het leed van de anderen aan. Hij is de enige van de familie die in staat is troost te bieden. Hij kan dat omdat hij weet wat verdriet is en dus ook hoe belangrijk troost is.

Auteur

Camille Bordas (1987) is geboren in Frankrijk en deels opgegroeid in Mexico. Ze leerde zichzelf op haar twaalfde Engels doordat ze veel naar Frans-ondertitelde Engelse films keek. Ze schreef twee romans in het Frans. Ze verhuisde in 2012 naar de VS en begon in het Engels te schrijven. Ze won onder meer de Chicago Review of Books en de New York Lit rangschikte haar in 2028 tot de 50 belangrijkste schrijvers. Ze is hoogleraar Creative Writing aan de Universiteit van Florida in Gainesville. Haar romans worden in tien landen uitgegeven.

Dit is een echte coming of age- roman. De twaalfjarige Izzie ontdekt het leven in alle grote en kleine vreugdes en verdriet, maakt kennis met zichzelf in relatie tot jongens en meisjes en bepaalt voorzichtig zijn plaats in het leven. Waar hij aanvankelijk erg opkeek naar zijn hoogst intelligente broers en zussen ontdekt hij nu dat hij beschikt over een ander, een eigen talent. Dankzij hem leren anderen uit hun schulp te kruipen, hij helpt anderen hun emoties en verdriet hanteerbaar te maken. Zijn moeder wijst hem erop dat dit een belangrijk talent is. Zijn broers en zussen, die vroeger vonden dat Izzie wel een aardige maar simpele jongen was, realiseren zich dankzij hem dat het leven meer heeft te bieden dan universitaire graden.

Een hartveroverend boek. Bij vlagen erg grappig, bij evenveel vlagen ontroerend en steeds weer verrassend in woordkeus. Zo heb ik bijvoorbeeld genoten van de vermakelijke discussies die Izzie voert met zijn zusje Simone. Hij moet haar biografie schrijven, maar zij wenst zijn vragen te sturen. ‘Ik weet zeker dat jij een unieke kijk op mijn leven hebt, een interessant perspectief.’ ‘Is dat een compliment?’ reageert haar broer onzeker. Ach, als hij dat nodig vindt… Ze vertelt over haar herinneringen, over hoe goed ze altijd was, en dat ze zich niet wil verlagen om te zijn als haar klasgenoten, het zou aan hén zijn zich te verheffen door te zijn als ik.’ Het gesprek meandert op en neer. Is Simone nu wel of niet pretentieus? Izzie vindt van wel. Maar Simone vindt dat normaal. Ze doet graag uit de hoogte tegen iedereen én tegen Izzie want haar broer moet tegen haar opzien. Zo gaan ze door. Izzie is niet stom, daarvan is hij overtuigd. Maar die verdraaid slimme familieleden van hem duwen hem soms naar beneden. En als híj iets letterlijk neemt, noemen zij dat ironie. En zie daar maar eens groot mee te worden….

Een heerlijke, slimme en vermakelijke roman.

Camille Bordas – Loop nooit weg zonder helm. Vertaald uit de Franse versie (Isidore et les autres) van het Engelse origineel (How to Behave in a Crowd) door Gertrud Maes. ISBN 978-90-4682-550-1, 318 pagina’s, €22,99. Amsterdam: Nieuw Amsterdam 2020.

Dit bericht is geplaatst in Alle Boeken, Fictie. Bookmark de permalink.