Ik ga leven

Het Turkse hemd is nader dan de Nederlandse rok

Dochter noemt haar moeder ‘Khomeini met een Kut’. Ze vertelt waarom.

Büsra is de oudste, haar twee jaar jongere broer heet Halil en de veel jongere zus Defne is een schattig nakomertje. Büsra noemt haar ouders ‘verwekkers’. Ze kan iets anders kennelijk niet uit haar strot krijgen. Oma woont vlakbij in dezelfde soort driekamerflat. Daar is Büsra ingetrokken om van het ouderlijk gezeik af te zijn, ze dol is op haar vaders moeder en omdat oma dan niet alleen is.

 

 

Vader doet ongeschoold werk en moeder zit thuis op de flat. Zoals het hoort. Vader is wat gemakkelijker, maar moeder is van de aartsconservatieve, Turkse, streng-islamitische stempel.

Er heersen pittige voorschriften die vooral voor vrouwen gelden. Muziek mag niet, dansen mag niet, alle buitenechtelijke romantiek is verboden, uitgaan of op vakantie zonder mannelijk familielid is uit den boze, het hebben van vrienden van het andere geslacht is onwettig, je leuk kleden of opmaken is ongepast, ’s avonds buiten zijn is niet toegestaan, foto’s op sociale media zijn niet geoorloofd, vieze, immorele films (dat zijn films waarin wordt gezoend) zijn onaanvaardbaar, op het strand liggen of zwemmen in het bijzijn van mannen is niet gepermitteerd, het afbeelden van levende wezens mag niet, het vieren van verjaardagen en heidense feestdagen mag niet, net als uitgaan en feesten op festivals.

Vakanties betekenden gezinsreizen naar Turkije, naar de streek waar haar verwekkers vandaan kwamen en de ene potentiele verloofde na de andere langskomt. Het waren verschrikkelijke vakanties.

Van haar moeder moet de inmiddels twintigjarige Büsra leven als een toegewijde islamitische kamerplant die op een zeker moment verkocht wordt aan een door de vader goedgekeurde schoonzoon die na huwelijkssluiting de gegarandeerde onbevlekte vagina met aangesloten eierstokken en baarmoeder mag bespringen. Een vrouw is niets meer dan een kut waar je als man van profiteert.

Eer is de slagader van de conservatieve Turk. Wanneer een meisje haar maagdelijkheid (de familie-eer) voor het huwelijk verliest is, zal de omschrijving afgelikte boterham nog het mildst zijn. Zowel het meisje als de familie is volledig geruïneerd. Als je maar diep genoeg in het tribale drijfzand zit dreigen zweepslagen, steniging en eerwraak. Soms is er financiële genoegdoening. Neemt het meisje met haar vriend de benen, of ze nu trouwen of niet, dan zal ze door haar familie worden uitgekotst en verstoten. Hoe dan ook, wie zich niet aan de voorschriften houdt zet heel wat op het spel. Ook en nog steeds in 2021 in Nederland.

Auteur

Lale Gül (1997) geeft een niets ontziend verslag van haar jeugd. Vooral omdat ze (in de persoon van het fictieve personage Büsra) een openbare basisschool bezoekt ziet ze een buitenwereld die haaks staat op de wereld die haar thuis en op de Koranschool wordt voorgeschoteld. Naar mate ze ouder wordt doorziet ze tegenstrijdigheden, leugens en schone schijn van het Turks conservatisme. De botsingen met moeder worden steeds heftiger.

Büsra studeert Nederlands. Ze heeft thuis veel moeten verduren omdat ze al vroeg vragen begon te stellen naar het waarom van al die voorschriften en stiekem haar eigen gang begon te gaan. Büsra leidt uiteindelijk een dubbelleven met een vaste vriend, een Haagse jongen wiens vader op de PVV stemt, maar die na kennismaking zegt dat dat van die buitenlanders natuurlijk niet voor haar geldt.

Ik ga leven is niet alleen een ontmaskering van een behoudende Turkse cultuur die niets moet hebben van Nederlandse normen en waarden, maar geeft ook zicht op de bizarre folklore rond huwelijkssluitingen. Met name de enorme verplichte kosten die daarmee zijn gemoeid doen de buitenstaander verbazen.

Tenslotte roept het virtuoos geschreven boek compassie op met al die kinderen die zich willen ontworstelen aan de angstcultuur van hun ouders, maar hun vader en moeder ondanks alles niet kwijt willen raken. Net als iedereen willen zij dat ook hún kinderen later bij opa en oma op schoot kunnen zitten. Zonder de krampen van een liefdeloze erfenis.

Lale Gül – Ik ga leven. ISBN 978-90-446-4687-0, 349 pagina’s, € 20,00. Amsterdam: Uitgeverij Prometheus 2021.

Dit bericht is geplaatst in Alle Boeken, Cultuur. Bookmark de permalink.