Vallen is als vliegen

Mijn vader werd een Minotauris

Na jarenlange onderdrukking van haar gevoelens durft een jonge vrouw het verhaal te vertellen over het misbruik door haar vader. Overdag een lieve, zorgzame man, ‘s nachts een minotauris, een fabeldier met een stierenkop.

 

 

 

 

 

Auteur

Manon Uphoff werd in 1962 in Utrecht geboren, de stad waar deze roman zich afspeelt. Haar studietijd verliep rommelig. Aan veel werd begonnen, weinig werd afgemaakt. Uiteindelijk studeerde ze Literatuurwetenschap en voltooide die opleiding wel. Al snel werd ze schrijfster. Haar debuut was de verhalenbundel Begeerte die veel indruk maakte. Ze schreef verhalen, novelles en romans. In verschillende kranten en tijdschriften verschenen columns van haar hand. Haar debuutroman is Gemis. Enkele recente titels zijn De spelers en De zoetheid van geweld.

 

Deze roman is in de autobiografische werkelijkheid geworteld. Het zijn de ervaringen van de schrijfster. Ze gebruikt andere namen. Ze hanteert niet de ik-vorm, maar duidt zichzelf aan als ‘ondergetekende’. Haar vader is Henri Elias Henrikus Holbein, meestal HEHH genoemd. Hij was eerder getrouwd en had uit dit huwelijk vijf kinderen, die in deze roman niet voorkomen. Haar moeder is de elf jaar jongere Anna Alida Steiner. Ook zij was eerder getrouwd. Zij had haar dochters Henne en Toddie meegenomen. Ze waren vier en drie jaar toen er getrouwd werd. Henri en Anna Alida kregen nog vijf kinderen, twee meisje en drie jongens. De vader pleegde ontucht met alle vier de dochters.

Misbruik

De vader misbruikte alle vier de dochters. Het misbruik vond plaats toen de meisjes nog jong waren. Pas veel later kwamen ze tot het besef dat het zeer ongewoon was wat hen werd aangedaan. Pas toen haar oudste halfzus Henne in 2015 van de trap viel ontstond bij de auteur de behoefte zich te uiten over de incest. Henne had zich dood gehongerd. Voor de schrijfster was het duidelijk dat het gedrag van hun vader de oorzaak was van haar dood. Na een jaar begon ze aan dit boek.

Het is geen scheldkanonnade is geworden. Heel onderkoeld probeert de schrijfster de situatie van hun gezin te analyseren. Hoe heeft dit ongehoorde kunnen gebeuren? Vader Holbein was een zeer dominante man. Hij beschouwde zich als de bezitter van zijn kinderen, waarmee hij kon doen wat hij wilde. Vader was een God, niemand was van zichzelf. Door de dood van hun jonge zusje was moeder psychisch zo van de kaart dat ze de opvoeding en verzorging geheel aan de vader overliet.

Vader

De vader wordt neergezet als een getroebleerde diep beschadigde man. Je zou verwachten dat dit boek een grote afrekening zou zijn, maar ze voert zelfs verzachtende omstandigheden aan. Bovendien wisselen gunstige eigenschappen zich af met slechte. Als ze de slechte noemt: strenge straffen, geweld en misbruik dan noemt ze hem de minotauris. Deze stiergod, een stierenkop op een mensenlichaam leerde ze kennen door de tekenlessen van haar vader. De stiergod van Picasso was het voorbeeld. Als ze de vader in zijn ‘normale doen’ beschrijft, wordt hij aangeduid met zijn initialen HEHH. Hij was ook haar weldoener die haar geschenken bracht (poppen, boeken), die de kinderen verzorgde en voor het slapengaan verhalen vertelde en heerlijk kookte voor het gezin. Hij maakte ook grappen. Soms werden  de poppen ’s nachts verplaatst. ’s Ochtends zei hij dan: ‘Wat gingen ze weer tekeer vannacht’.

Afstand

Hoewel we hier met een ik-roman te maken hebben wordt de vertelster vaak aangeduid als ‘ondergetekende’. Dit schept afstand. De schrijfster wilde kennelijk niet als slachtoffer naar voren komen. Het gaat niet om een realistisch verslag van incest. Het eigenlijke misbruik wordt nauwelijks beschreven. In een paar zinnetjes wordt het aangeduid. HEHH stort zijn zaad in de mond van een achtjarige en de rest in een zakdoek. Wat hierna volgt is een uitvoerige uiteenzetting betreffende het gebruik van zakdoeken, van de Romeinen tot het sudarium van Veronica en Jezus. Een heel zakelijke context, geen dramatiek.

Wat deze roman uittilt boven het persoonlijke verslag is het overvloedige, literaire taalgebruik. Ze spreekt vaak in metaforen. Soms overdrijft ze daarmee en wordt de taal wat minder toegankelijk. Het laatste hoofdstuk    Heksensabbat (grandguignol) heeft een heel ander karakter. Het gaat over een bijeenkomst van de drie zussen waarin ze voor het eerst het misbruik bespreken. Ook hier geen dramatiek, maar doldwaze fantasieën over wat ze met het lichaam van hun vader zullen doen. Ze krijgen het idee hem in stukken te snijden, ledemaat voor ledemaat. Laten we een prachtige bloem knippen uit Henri en hem omvormen tot iets geheel anders. Ze hebben dolle pret mede door het drinken van enkele flessen wijn.

Ondanks het scheppen van afstand komt de harde waarheid over de jeugd van de schrijfster heel indringend naar voren. Het is haar gelukt om zo dit beladen onderwerp een volwaardige plaats te geven in de literatuur.

Een indringende en indrukwekkende roman.

Manon Uphoff – Vallen is als vliegen. ISBN 978-90-214-0802-6, 192 pagina’s, € 18,99. Amsterdam: Querido 2019.

Dit bericht is geplaatst in 'Faction', Alle Boeken, Misbruik. Bookmark de permalink.