Verhalen en beelden uit de collecties van het Noord-Hollands Archief

Tijdreizen door archiefdozen en -laden.
Stel je voor: je staat in de serene koelte van een gewelfd gebouw in het hart van Haarlem. Voor je staan eenvoudige, grijsbruine archiefdozen. Op het eerste gezicht saaie objecten. Maar dan gaat het deksel open en komt er een wereld tevoorschijn die eeuwenlang verborgen bleef tussen de plooien van de tijd.
Op reis door Noord-Holland: verhalen en beelden uit de collecties van het Noord-Hollands Archief ontsluit die wereld van weleer. Het is een schitterend vormgegeven uitgave. Het boek is lekker groot, vol met prachtige afbeeldingen en voorzien van een goede uitleg.
Redactie
Myrthe Krom is kunsthistoricus gespecialiseerd in de negentiende eeuw. Zij is werkzaam bij de beeldcollecties van het Noord-Hollands Archief, in het bijzonder de prenten en tekeningen. Patrick Vlegels is historicus gespecialiseerd in de middeleeuwen en enthousiast schrijver over Haarlems erfgoed. Hij is hoofd Archieven en Collecties bij het Noord-Hollands Archief.
Onder redactie van Krom en Vlegels stelde een elftal gepassioneerde auteurs een ‘levendig mozaïek’ samen.
Het is een papieren tijdmachine die kraakt van de verhalen: of het nu gaat om een middeleeuws document of een hypermoderne foto van de zeesluis in IJmuiden, elk object getuigt van menselijke ambities, angsten en triomfen. Daarmee staat de schatkamer achter de Janskerk in Haarlem op een kier; dit boek is de uitnodiging om naar binnen te stappen en de historie in al haar glorie te omarmen.
Wat komt er zoal aan bod? De reis begint bij de geschiedenis van het Noord-Hollands Archief zelf. Daarna reizen we naar de abdij van Egmond en via de bloementeelt in de provincie komen we bij een mozaïek van het archief zelf terecht. We gaan dus kriskras door de tijd: nu eens middeleeuwen, dan weer een stukje meer moderne geschiedenis, zoals de geschiedenis van de badplaatsen in de negentiende eeuw.
Wie iets speciaals heeft met Noord-Holland komt goed aan z’n trekken. Zoals uw recensent, die blij verrast werd door het deel over de droogmaking van de Waterwolf, oftewel de Haarlemmermeerpolder. Om de polder geschikt te maken voor bewoning waren veel handen nodig, die in het hele land werden geworven. Zo ook in Noord-Brabant, waar een van mijn voorvaderen het hele boeltje oppakte en met vrouw en kinderen in ‘De Meer’ neerstreek. Polderjongens werden ze genoemd.

Een van de meest inspirerende personen in dit boek is de beroemde cultuurhistoricus Johan Huizinga (1872–1945). Voordat hij internationale roem verwierf met Herfsttij der Middeleeuwen, werkte hij als geschiedenisleraar in Haarlem. Huizinga was een pionier in de beleving van geschiedenis. Hij trok er in de late negentiende eeuw regelmatig op de fiets op uit om de ‘geheimen van Noord-Holland boven het IJ’ te ontraadselen. Het boek besteedt bijzondere aandacht aan zijn concept van de ‘historische sensatie’: dat plotselinge moment waarop de barrière van de tijd wegvalt en men direct, onbemiddeld contact maakt met het verleden. Voor Huizinga kon dit getriggerd worden door een saillant detail in een brief of de specifieke lichtinval op een oude prent. Hij zocht de authenticiteit in de kleine dingen:
Ik heb nooit zoo iets vreemds gezien als die Zaandorpen Assendelft en Krommenie, met al die grasgroene bruggen en huizen… Dat is heel eigenaardig: opeens houden de duinen op en begint de lange rechte dijk en daarachter ligt veilig en plat het echte Noordhollandsche landschap. Toen terug langs de duinrand, over Schoorl en Bergen; daar is het toch zoo bijzonder mooi.
Zijn fietstocht in december 1897 naar Hoorn, waarbij hij de ‘grasgroene bruggen’ van de Zaanstreek beschreef, illustreert hoe Huizinga het landschap las als een geschiedenisboek. Hij bewees dat het verleden niet weg is, maar verscholen ligt in en achter het heden, wachtend op de aandachtige toeschouwer die bereid is de details op te merken.

Naast het boek was er ook een tentoonstelling in de Janskerk te Haarlem. Deze kerk is niet louter de bewaarplaats van het archief, maar zelf een van de meest fascinerende objecten uit de collectie. Het gebouw is een schoolvoorbeeld van historische transformatie en herbestemming. Eerst een kloosterkerk, daarna een protestantse kerk, vervolgens een krijgsgevangenis en vanaf 1936 een publiekscentrum. Bij de restauratie tussen 1975 en 1980 en de uitbreiding in 1993 kwamen prachtige architectonische geheimen aan het licht. Zo bleek dat de huidige studiezaal voor de helft bestaat uit de voormalige sacristie van de kloosterkapel, herkenbaar aan de aanzetten van de kruisgewelven in het pleisterwerk. De andere helft van de zaal ligt op het terrein van het oude kerkhof. Zo zitten onderzoekers vandaag de dag letterlijk bovenop de lagen van het verleden.
Op reis door Noord-Holland is meer dan een boek; het laat zien dat ons gedeelde geheugen relevant is, omdat het doorwerkt tot in het nu. De auteurs zijn daarin geslaagd en hebben negen eeuwen aan menselijk streven naar boven gehaald en tot een toegankelijk en visueel overweldigend werk gesmeed. Het laat zien dat geschiedenis geen droge verzameling jaartallen is, maar een levend proces waar dagelijks aan wordt ge- en verbouwd.
Of je nu gegrepen wordt door de middeleeuwse mystiek van de abdij van Egmond, de sociaaleconomische realiteit van migratie, of de geografische grillen van onze waterrijke provincie, dit boek biedt de kans om het met nieuwe ogen te bekijken. Voor iedereen die ook maar iets heeft met geschiedenis of Noord-Holland, een absolute aanrader. Om uren mee zoet te zijn, heerlijk gluren in de schatkamer.
Myrthe Krom, Patrick Vlegels (red) – Op reis door Noord-Holland. Verhalen en beelden uit de collecties van het Noord-Hollands Archief. ISBN 978-94-625-8718-2, 256 pagina’s, € 29,95. Zwolle: Uitgeverij WBOOKS 2025.