Een vrolijke ode aan de taal

Taal is rekbaarder als je denkt.
Soms heb je van die boeken die je niet alleen leest, maar die ook een beetje met je spelen. Hebba Nolla is precies zo’n boek: een vrolijke, licht ondeugende ode aan de Nederlandse taal waarbij je jezelf regelmatig betrapt op hardop lachen.
Zoals treffend wordt gezegd: ‘Een vrolijke ode aan de taal.’ En vrolijk is het zeker. Woordkunstenaar Van Pamelen duikt met zichtbaar plezier in alles wat onze taal zo heerlijk vreemd en veelzijdig maakt. Hij neemt de lezer mee langs ‘stoempend wielerjargon, politieke vertroebeltrends en wonderlijk dialect.’ Het is alsof je een rondleiding krijgt door een museum waar elk schilderij ineens begint te praten – en dan ook nog eens met een scherp gevoel voor humor.
Auteur:
Frank van Pamelen (Terneuzen, 1965) is een Nederlandse schrijver, dichter, cabaretier en columnist. Hij schrijft theaterprogramma’s, musicals, columns, dichtbundels en boeken. Ook maakt hij teksten voor tal van radio- en tv-programma’s.
In 2003 debuteerde hij met de dichtbundel Dat lijkt warempel sandelhout, gevolgd door onder meer De Generaalpardondemocratie (2004) en IKEA en andere verzen (2008). Sinds 2006 schrijft hij ook kinderboeken. Zijn debuut Het dierenfeest van Fiep Westendorp bereikte meteen de eerste plaats in De Bestseller 60 van CPNB.
Wat Hebba Nolla zo leuk maakt is dat niets veilig is. Echt niets. ‘Spierballentaal, wartaal, Neandertaal, geen vorm is veilig.’ En gelukkig maar, want juist daardoor blijft het boek verrassend. Van Pamelen heeft een talent om alledaagse taalverschijnselen volledig binnenstebuiten te keren. Voor je het weet zit je serieus na te denken over iets als verkleinwoorden of vraag je je af waarom bepaalde uitdrukkingen eigenlijk totaal nergens op slaan.
Neem bijvoorbeeld deze heerlijke observatie: ‘Honing is een bijwoord, dijkenklei is poëzie en klopt als een bus, dat klopt voor geen meter.’ Dat is precies de toon van het boek: speels, slim en net een tikje absurd. Het zorgt ervoor dat je niet alleen lacht, maar ook anders naar taal gaat kijken. En misschien zelfs een beetje achterdochtig wordt tegenover al die uitdrukkingen die je altijd zonder nadenken gebruikt.
Een van de leukste aspecten is hoe Van Pamelen zijn eigen fascinatie deelt. Hij ‘ventileert zijn palindroomdromen’ en ‘behandelt groentewerkwoorden en graptoniemen’ alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En gek genoeg voelt het ook zo. Voor je het weet zit je zelf te bedenken welke woorden achterstevoren ook nog werken, of hoe je een groente in een werkwoord kunt veranderen (spoiler: dat is lastiger dan je denkt).
Zelfs de titel is een grap op zich: Van Pamelen presteert het om zijn boek bewust van een foute titel te voorzien. Het had natuurlijk ’Hebban olla’ moeten zijn, verwijzend naar die beroemde Oudnederlandse zin: Hebban olla vogala. Maar nee, Van Pamelen kiest voor Hebba Nolla, omdat het simpelweg lekkerder klinkt: ‘Twee woorden met evenveel letters en beide met een dubbele medeklinker.’ Dat soort speelse eigenwijsheid typeert het hele boek.
Het motto Taal is rekbaarder als je denkt’ is dan ook perfect gekozen. Want dat is precies wat Van Pamelen laat zien. Hij rekt, buigt en kneedt taal alsof het een stuk kauwgom is – en het mooie is: het knapt nooit. Sterker nog, het wordt er alleen maar leuker van. En wat ook fijn is: je hoeft geen taalwetenschapper te zijn om dit boek te waarderen. Het is toegankelijk, luchtig en zit vol korte stukken die je makkelijk tussendoor kunt lezen. Ideaal dus voor iedereen die even wil ontsnappen aan zware kost, maar toch iets wil lezen dat slim in elkaar zit. Het boek is alfabetisch ingedeeld, waarbij ieder hoofdstuk begint met een prachtige tekening – gemaakt door een van Van Pamelens dochters – waarin de desbetreffende letter de hoofdrol heeft, maar de bijrolletjes absoluut eveneens een betekenis hebben.
Kortom, Hebba Nolla is een feest voor iedereen die van taal houdt – of nog niet wist dat hij ervan hield. Het is grappig, origineel en zit vol verrassingen. En misschien wel het grootste compliment: na het lezen ga je zelf ook een beetje anders praten, denken en vooral… glimlachen. En wees gewaarschuwd: de kans is groot dat je daarna ineens overal taalgrapjes ziet. Zelfs waar ze er niet zijn. Klopt als een bus? Nee hoor. Maar leuk is het wel.
Frank van Pamelen – Hebba Nolla. Een vrolijke ode aan de taal. ISBN 978-90-38816-72-2. 256 pagina’s. € 21,99. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar 2025.
