De wortels van een veelzijdig kunstenaar

Museumbezoek in een boek.
‘Singer Laren’ is een museum om lief te hebben. Gevestigd in het centrum van een prachtige kleine stad waar al in de tweede helft van de negentiende eeuw kunstenaars uit allerlei landen zich vestigden om elkaar te ontmoeten, inspireren en te schilderen, verrast het befaamde museum keer op keer met bijzondere tentoonstellingen. Dat is ook nu weer het geval. Tot en met 10 mei 2026 kan de bezoeker zich verlustigen in De werelden van Jan Toorop (1858 – 1928). Schilderijen, werken op papier, beelden en brieven en daarbij – verrassend gecombineerd – werk van tijdgenoten en navolgers. Daarmee biedt de tentoonstelling een nieuw perspectief op een van de belangrijkste en meest veelzijdige kunstenaars in Nederland uit de periode rond de vorige eeuwwisseling.
Toorop is niet een ‘puur’ Hollandse kunstenaar, dat maakt hem en zijn werk extra interessant. Jan Toorop werd in 1858 geboren in Purworejo op Midden-Java, de toenmalige Nederlands-Indische kolonie. Zoals de meeste kinderen van Nederlandse ambtenaren in koloniale dienst – zoals ook vader en grootvader Toorop – werd de kleine Jan voorbereid op een schoolloopbaan in Nederland. Daar zou hij geschoold worden om later óók in de kolonie te werken. Maar zover kwam het nooit. Jan werd op 9-jarige leeftijd naar een kostschool in Batavia gestuurd om zich daar voor te bereiden op zijn opleiding in Nederland. Op 10-jarige leeftijd was het zover. Jan Toorop zou nooit meer terugkomen in zijn geboorteland. Maar ‘Indië’ had zich wél voorgoed in hem genesteld. En toen hij als kunstenaar ging werken ademde heel veel van zijn werk een Javaanse en Chinese achtergrond, het Indonesische cultureel erfgoed waarin hij was opgegroeid.
De bezoekers van de indrukwekkende tentoonstelling in Singer Laren krijgen er in veel van Jans werk mee te maken. Al op jonge leeftijd schildert Toorop een Zelfportret met Javaans gewaad, waarop de 23-jarige kunstenaar zich een batik-kleed voorhangt. In 1881 schildert hij in een atelier een zelfportret waar opnieuw Javaanse sarongs en een rebab, een Indonesisch muziekinstrument de boventoon voeren. Het is fascinerend om te zien, hoezeer het Verre Oosten hem geestelijk nabij is.
Natuurlijk is het niet al Oost wat de klok slaat. Toorop ontwikkelt zich. Op vele fronten. Waarschijnlijk kent iedereen – zonder daar direct Toorops naam aan te verbinden – de beroemde litho Delftsche Slaolie uit 1894. Singer Laren leende deze van het Rijksmuseum Amsterdam.
Later verdiepte Jan zich in het symbolisme, en nog weer later via vrienden in het katholicisme wat weer geheel eigen kunstwerken voortbracht, de etherische uitgemergelde figuren die zichtbaar zijn op bijvoorbeeld zijn beroemde ingetogen schilderij De Sphinx (eigendom van het Kunstmuseum Den Haag) en de kruiswegstaties van St. Bernulphus (te leen van de kerk van St. Bernulphus in Oosterbeek).
Auteur
Suzanne Veldink is senior conservator bij het Singer Laren. Zij was eerder ook verantwoordelijk voor de succesvolle Breitner Tentoonstelling. Ze heeft een speciale voorliefde voor kunst uit de negentiende eeuw en werkte eerder als conservator en tentoonstellingsmaker bij Glasgow Museums, het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum. Ze was daarvoor hoofd museale zaken bij Museum Panorama Mesdag in Den Haag. Ze schreef een respectabel aantal boeken over kunst en kunstenaars. Haar eerste boek kwam uit in 2008: Vluchten in schoonheid. Andere boeken gingen – dit is slechts een keus – over Seurat, Breitner, Mesdag en Matthijs Maris.
Medewerkers aan het boek zijn Laura Prins en Petra Timmer.
Het is natuurlijk altijd het mooist om een tentoonstelling zélf te gaan bekijken. Maar niet iedereen is daartoe in staat, om fysieke of andere redenen. Bovendien is het tegenwoordig veelal noodzakelijk om vooraf kaarten met een tijdslot te kopen. En dan val je als bezoeker niet bepaald met je neus in de boter: rustig kijken is dan vaak onmogelijk. (onder meer door de merkwaardige wens van bezoekers om zichzelf pal voor een kunstwerk te posteren om dan een selfie te maken: als een soort bewijs ‘ik wás er’). Ook fotografeert de bezoeker vaak de kunstwerken zelf en neemt daarvoor breeduit de ruimte.
Voor hen, maar vooral voor degenen die willen nagenieten of de fraaie expositie op papier willen bekijken is er dit mooie boek Veldink heeft een mooie stijl van schrijven. Je leeft mee met het leven van Jan Toorop, krijgt uitleg over ’s mans doen, denken en filosofieën, en ziet met die opgedane kennis tot welke kunstwerken die hebben geleid.
Een schitterend boek.
Suzanne Veldink – De werelden van Jan Toorop. ISBN 978-94-625-8743-4, 175 pagina’s vol beeldmateriaal, € 32,50. Zwolle: WBOOKS 2026.



