Een Drents dorp, de koude Oorlog en de lange arm van de CIA

Antropologisch onderzoek in de jaren 50.
De auteur van dit boek is een Drent. In zijn geboorteplaats Gieten verbleef in de vroege jaren 50 het Amerikaanse antropologenechtpaar John en Dorothy Keur. Een plaatselijk hotel was hun uitgangsbasis voor onderzoek in het nabijgelegen dorp Anderen.
Dat onderzoek resulteerde in het boek The deeply rooted. A Study of a Drents community in The Netherlands (1955), dat vele jaren later in een Nederlandse vertaling (Diepgeworteld, 2018) verscheen.
Later zou hetzelfde echtpaar ook nog de Nederlandse Bovenwindse eilanden bestuderen.
Dit boek behandelt de totstandkoming van het boek en de rol die deze studie speelde in de Amerikaanse antropologie en hoe de CIA geïnteresseerd was in bepaalde uitkomsten van het onderzoek.
Auteur
Emiel Hakkenes (1977) is als journalist verbonden aan Trouw. Eerder verschenen van zijn hand God van de gewone mensen en Polderkoorts en En het brandde als een fakkel, waarvoor hij werd onderscheiden met de prijs voor het Beste Groninger boek.
Het eerste deel van het boek is gewijd aan de beginjaren van de Amerikaanse antropologie met saillante details en pikante roddels over de grondlegger Franz Boas en zijn leerlingen Ruth Benedict en Margaret Mead. Knap hoe een niet-antropoloog zich zo in de materie heeft verdiept.
Tijdens mijn studie culturele antropologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht werd vooral aandacht besteed aan de Britse grondleggers van het vak, zoals Bronislaw Malinowski en Edward Evans-Pritchard. Van Boas en Margaret Mead kende ik alleen de naam (onder andere uit de opdracht To my wife Margaret Mead in de klassieker The Socerers of Dobu van Reo Fortune). Mead had de reputatie een mannenverslindster te zijn. Pas door het lezen van dit boek kwam ik er achter dat ze er ook vriendinnen op nahield. Voor de volledigheid: Patterns of Culture van Ruth Benedict stond ook op de literatuurlijst voor mijn kandidaatsexamen.
Van de studie van de Keurs en hun boek had ik tot voor kort nog nooit gehoord, evenals van het feit dat de CIA tijdens de Koude Oorlog bijzonder geïnteresseerd was in de Nederlandse mentaliteit en met name de houding van de Nederlanders ten opzichte van de Verenigde Staten. Dat laatste land speelde namelijk een dwingende rol in de dekolonisatie van Nederlands Indië. Daar lag niet zozeer idealisme aan ten grondslag, maar koude oorlogspolitiek. Voorkomen moest worden dat Indonesië communistisch zou worden.
In dit boek lezen we, soms wel erg gedetailleerd, welke verbanden (Marshallhulp, steun na de Watersnood van 1953) de schrijver legt. En dat is in ieder geval behoorlijk boeiend om te lezen. Er wordt soms wel erg veel bijgehaald, zoals de destijds bekritiseerde lezingentournee van de toenmalige koningin Juliana in de Verenigde Staten. Desalniettemin is ook amusant leesvoer. Hilarisch is het verhaal over het aan de USA te schenken carillon als dank voor de bevrijding in 1945. Drenthe droeg nauwelijks bij, uit rancune over het verlies van Nederlands Indië en omdat men daar niet de Amerikanen als bevrijders had meegemaakt.
Ik heb nooit geweten dat een van de coryfeeën van de Nederlandse sociologie, Piet Bouman, een voormalig NSB-er was. Dat verhinderde overigens de Amerikanen niet hem een Fulbright scholarship toe te kennen voor een uitgebreid bezoek aan hun land. Ook onderhield hij contacten met Koningin Juliana. Bouman trad op een raadgever van het echtpaar Keur bij het voorbereiden en uitvoeren van en publiceren over hun onderzoek.
Voor wie over een van de vele aangesneden onderwerpen meer wil weten: het boek wordt afgesloten met een lijst van bronnen.
Een fascinerend boek, en niet alleen voor antropologen.
Emiel Hakkenes – Anderen. Een Drents dorp tijdens de Koude Oorlog en de lange arm van de CIA. ISBN 978-90-213-4082-1, 288 pagina’s, € 24,99. Amsterdam: Alfabet Uitgevers 2025.

