Het ware verhaal van de donorkinderen van Karbaat

Herkenning en familievreugde.
Als Diane Oostendorp en Roel Moradi samen gaan ontbijten in Rotterdam – ze willen elkaar graag beter leren kennen – realiseren zij zich hoe uniek hun situatie is. Ze zijn halfbroer en halfzus en ze lijken in allerlei kleine details sprekend op elkaar. Dat moeten ze van hun vader hebben geërfd, weten ze nu. Beiden hebben jarenlang niet geweten dat ze een kind van een donor waren. Maar inmiddels weten ze dat ze kinderen zijn van vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat. Hun moeders kwamen bij hém omdat ze dolgraag een kind wilden en hun officiële echtgenoot onvruchtbaar bleek. Jan Karbaat zou hen kunnen helpen. En dat kón hij ook. Hij werkte als arts in het Zuiderziekenhuis in Rotterdam, later in zijn eigen kliniek in Barendrecht. En hij insemineerde de vrouwen die hem om hulp kwamen vragen met zijn eigen zaad. Zo werd hij de donorvader van Diane en Roel. Maar ook van meer dan honderd andere kinderen. Inmiddels is de teller de honderd voorbij, als hun boek uitkomt staat hij op 107, maar er volgen nog meer kinderen: halfbroers en halfzussen, met 113 zijn ze inmiddels. En ze weten dat het niet ondenkbaar is dat er nog meer ‘Karbaat-familie’ tevoorschijn zal komen.
De meesten van de Karbaat-kinderen zijn enig kind. Een enkeling heeft nog een Karbaat-broertje of zusje. Geen van allen zijn ze opgegroeid in een groot gezin, terwijl het ze als kind altijd zo leuk had geleken veel broers en zusjes te hebben. Nu wordt hun wens op merkwaardige wijze vervuld. De eerste Karbaat-kinderen zijn in actie gekomen, hebben een soort club opgericht, vormen een groepsapp of organiseren uitjes, allemaal bedoeld om elkaar beter te leren kennen. Herkenningsbijeenkomsten zijn het, zo blijkt uit hun verhalen. Bijeenkomsten waarin ze elkaar aftasten: veel van hen hebben grote handen – die komen van Jan Karbaat – of een kleiner oog. Ze kiezen hun beroepen vaak in de zorg en de medische sector, hebben een fascinatie voor biologie en statistiek, voorliefde voor paarden, en combineren hun dienstbaarheid met eigenzinnigheid. De ‘kinderen’ kennen elkaar niet allemaal, het is me ook nogal een club, maar als ze elkaar beter leren kennen is er dat vertrouwde gevoel: ik mag jou, ik ben blij dat je familie bent. En ondanks de schok die ze ooit kregen toen ze op latere leeftijd hoorden dat hun zorgvader niet hun biologische vader was, voelen de meesten het nu als een verrijking. Of, zoals Diane zegt: ‘Ik zie alle gevonden broers en zussen oprecht als een verrijking en ik hoop dat we ook de nog niet ontdekte in de club mogen verwelkomen.’ Roel schrijft zelfs: ‘Ik verwijt Karbaat niets. Voor mijzelf is hij een perfecte donor.’
Elf van de kinderen van Karbaat doen hun verhaal. Nu eens zonder dat de pers er met grote letters opduikt (Het verhaal van het Zaad van Karbaat!) omdat de acties van Karbaat zoveel opzien baarden. Wat Jan Karbaat deed was streng verboden. Een zaaddonor mag maar een beperkt aantal kinderen verwekken en dat de arts zélf zijn zaad ervoor gaf was helemaal buiten de wet. Maar de kinderen die elkaar gevonden hebben zijn er geestelijk rijker van geworden. Elf van hen schreven voor dit boek hun verhaal. Een verhaal over geheimen, openbaringen en ontdekkingen. Een verhaal waarin zij antwoord zochten en vonden op de vragen: wie ben ik, wie zijn wij, ben ik blij of verdrietig, wat is de rol van familie, wat betekent familie als ik mijn verwekker niet ken en wat ben ik gelukkig met al deze onverwachte vriendschappen die mij nu als half-familielid van zovelen ten deel vallen.
Samenstellers
Roel Moradi (1983) een van de samenstellers van deze bundel, realiseert zich dat familie niet is wat je bij je geboorte krijgt, maar wat je gaandeweg kiest. Hij verwijt Karbaat dan ook niets. De tweede samensteller, Diane Oostendorp (1978), was een van de kinderen die al vroeg van haar Karbaat donorvader hoorde en zich heel actief betoonde in het leggen van alle contacten tussen de kinderen onderling.
Afkomst, identiteit en de kracht van de waarheid gelden voor iedereen. Hoe beleeft een mens familie? Dat gaat verder dan DNA. Want heel wat mensen voelen zich meer en dieper verbonden met mensen die volgens de stamboom niet tot de familie behoren. Alweer: verwantschap kies je! Dat maakt deze bundel lezenswaardig voor iedereen.
Toch een minpunt. En niet zo’n kleine. Waarom heeft uitgeverij Haystack dit boek in vredesnaam uitgegeven in een klein, dungedrukt en daarmee slecht leesbaar, schreefloos lettertype? Dit boek is beter waard.
Roel Moradi en Diane Oostendorp (redactie) – 107 broers en zussen. Het ware verhaal van de donorkinderen van Karbaat. ISBN 978-94-6126684-2. 173 pagina’s, € 24,50. Barendrecht: Uitgeverij Haystack 2025.

