Zilte windsels suikerwier

Lief en leed in Grauwegeest

De oorlog kent zoveel gezichten.

Duifje Derkje Engerling zoekt naar rupsen op het landje achter de bouwval Celblok waar ze sinds kort als kraker met haar moeder Francien samen woont. Daar, in het groen, ontmoet ze Rayan bin Anas, 14 jaar oud. Ze raken aan de praat, mogen elkaar meteen wederzijds. Ze gaan binnenkort allebei naar het gymnasium, zullen bij elkaar in de klas komen. Weliswaar is Rayan twee jaar ouder dan zij, maar hij liep een achterstand op door zijn vlucht uit ‘het Midden-Oosten’- zoals hij vaag zegt – , zijn verblijf in een AZC en nu zijn verhuizing hierheen, eindelijk statushouder.

Rayan heeft gruwelijke dingen meegemaakt. Ze fladderen bij tijd en wijlen opnieuw zijn hoofd binnen, en dan speelt zich een vreselijke film af, waarin zijn kleine vriendinnetje verdrinkt, waarin hij wordt aangevallen en gewond raakt, mensen dood ziet gaan. Hij praat er niet over, maar hij beleeft het, iedere keer opnieuw.

Duifje beleeft ook vreselijke dingen. Ze komt niet als vluchteling uit oorlogsgebied, maar er woedt een oorlog in haar lijf en die duwt haar steeds opnieuw het levenspad af, zodat ze vleugellam blijft liggen. Dan slaat ze wartaal uit, maakt mensen uit voor van alles en nog wat, verliest het besef van leven, van horen, zien en bewegen. De enige manier om haar dat oorlogsgebied uit te halen is door haar suiker toe te dienen. Want dat is het probleem: Duifje heeft diabetes 1, een ernstige ziekte. Houdt ze zich niet aan uiterst strakke leef- , eet- en drinkregels dan kan ze een hypo krijgen, of erger nog: in coma raken.

Maar Duifje wil niet dat iedereen dit van haar weet. Ze vindt het zelf al rot genoeg. Haar ouders weten het – ook haar vader die onlangs voorgoed de benen nam – en haar tante Iris, die dezelfde ziekte heeft.

Nu vertrouwt ze het zowaar ook Rayan toe. En als toppunt van vertrouwen neemt ze hem ook nog mee naar huis om hem Lottie te laten zien. Lottie is een axolotl, ook wel een ‘Mexicaanse loopvis’ genoemd ‘terwijl hij geeneens een vis is!’, maar een amfibie. Duifje is dol op haar huisdier. Een huisdier, zoals ook Rayan had in zijn verre kinderhuis. Maar zijn dier is dood. Net als het kleine meisje Jahan en de zuigeling die uit de vluchtboot viel en zó in de golven verdween. Verbaasde kijkers had zij. Haar ogen blijven Rayan achtervolgen. Maar Duifje weet dat niet. Wat durft en wat kan hij vertellen?

Auteur

Foto Francine Bak

Inge Nicole (1968) is het pseudoniem van Inge Bak. Ze debuteerde 1994 onder die naam met de dichtbundel Nachtbloem. Ook haar daarop volgende romans verschenen onder die naam.In 2004 verscheen Zon in het haar. Als Inge Nicole maakte zij indruk met haar novelle De  tranen van de zeegans. Dat boek werd in 2012 bekroond met de Rabobank Cultuurprijs Letteren. In 2014 verscheen de novelle Aardappelbloed, in 2017 de roman De blauwdruk van Capgras. In 2020 kwam de dichtbundel Maanbrief aan het getij uit.

Naast schrijfster is Inge Nicole actief als recensente voor Meander, het literair magazine voor Nederlandstalige poëzie. Ze is ook beeldend kunstenaar. Voorbeelden daarvan vormen de fijnzinnige illustraties in dit boek.

Op en af krijgt de lezer de hersenspinsels, de verleden-tijd-beelden, de hypo’s en de dromen en angsten van de twee jonge vrienden te zien. Duifje kan niet meer zonder Rayan, Rayan niet zonder Duifje. Maar de wereld zit de jonge buitenstaanders dwars en hun geest geeft niet mee. Zij worden langzaamaan volwassen en dat is geen eenvoudige weg want zij torsen, zo jong als ze zijn, al een zware last op de schouders.

Ademloos heb ik dit boek uitgelezen. Ontroering strijdt om voorrang met medeleven, de lach met de traan.

Grote complimenten voor dit fijnzinnige boek. Het laat zien – en voelen – wat het is om diabetes te hebben, om vluchteling te zijn. Om anders te zijn dan een ander, tegen wil en dank. Van beide kan een (jong) mens zich immers nooit en te nimmer meer losmaken.

Neem de tijd voor dit boek. Het is het meer dan waard.

Inge Nicole – Zilte windsels suikerwier. ISBN 978-94-93368-25-5, 312 pagina’s, € 22,00. Haarlem: In de Knipscheer 2025.

Dit bericht is geplaatst in Alle Boeken, Vluchtelingen, Ziekte. Bookmark de permalink.