Wat we kunnen weten

Zoektocht naar een verdwenen gedicht

Liefde in sonnettenkrans.

Tom Metcalfe reist in het jaar 2119 per nachtboot van Port Marlborough naar Meantwrog-under-Sea. Het is geen vakantietrip, integendeel. Tom is verbonden aan de University of the South Downs en hij gaat naar Meantwrog met een wetenschappelijk missie. Hij is tijdens zijn wetenschappelijke studie gefascineerd geraakt door een – naar zeggen – onwaarschijnlijk mooi gedicht. Het gaat om de sonnettenkrans corona for Vivien.

Vivien was Vivien Blundy, getrouwd met de dichter Francis Blundy. Hij schreef de Lauwerkrans voor Vivien in een ode van vijftien sonnetten voor zijn vrouw toen zij 54 werd.  Om het unieke van zijn cadeau te onderstrepen had de dichter zijn geschenk met piepkleine zwarte letters op een stuk velijn geschreven. De vele kladversies die hij in de maanden ervoor had gemaakt, zo was te lezen in een notitieboekje van 2013, zou hij allemaal vernietigen.

Daarmee gaf hij zijn geliefde Vivien vijfentwintighonderd woorden cadeau die puur en alleen voor haar waren. De gasten op het feestmaal van haar verjaardag zouden de ode mogen aanhoren als hij de sonnetten voordroeg, daarna zou hij de rol velijn plechtig aan Vivien overhandigen.

Wat deed Vivien met haar geschenk? Het is en blijft tot nu toe een mysterie. Want de Lauwerkrans is verdwenen en de sonnetten zijn nooit opgenomen in een verzamelbundel van Francis Blundy.

Tom Metcalfe wil dat raadsel oplossen. Hij hoopt in de bibliotheek van Meantwrog-under-Sea in een van de vele archiefdozen het antwoord te vinden. In de bibliotheek staan tientallen dozen met materiaal van Francis Blundy. Eerder al kwam daar ook plotseling werk van Vivien zelf tevoorschijn, dus waarom dit keer niet? Als hij goed zoekt en geluk heeft?

Metcalfe komt tot wonderbaarlijke ontdekkingen. Vivien hield een dagboek bij en ze schreef e-mails aan haar zus. Tom krijgt ook die onder ogen. In een e-mail schrijft ze dat het betreffende gedicht ‘prachtig was, maar moeilijk om te overdenken’. Ze bewondert haar man als dichter, maar is ook teleurgesteld in haar huwelijk omdat Francis haar eigen dichtwerk ter zijde schuift als onbelangrijk en zichzelf hoog verheven acht boven de rest van de maatschappij.

‘Francis wil geprezen worden’ schrijft ze in haar e-mail en Vivien wordt die houding enigszins beu, al formuleert ze dat slechts zijdelings. Metcalfe concludeert wel dat ze Francis’ werk bewondert en dat ze daarom de Lauwerkrans van vijftien sonnetten nooit zal hebben vernietigd. Maar wat heeft ze er dan mee gedaan?

Auteur

Ian McEwan (1948) genoot zijn opleiding aan Eton College en studeerde daarna Engels aan de University of Sussex. Daarna werd hij de eerste masterstudent in de richting Creative Writing aan de University of East Anglia, opgezet door beroemde schrijvers als Malcolm Bradbury en Angus Wilson.

McEwan is lid van de Royal Society of Literature en de Royal Society of Arts. In 2000 werd hij benoemd tot Commandeur in de Orde van het Britse Rijk en in 2023 benoemde King Charles III hem tot een van de 65 leden van de Orde van de Eregezellen.

Ian McEwan debuteerde in 1975 met een bundel korte verhalen First Love, Last Rites. Daarmee werd hij in één klap beroemd. Een jaar later won hij al de prestigieuze literaire prijs de Somerset Maugham Award. In Nederland werd de bundel uitgebracht onder de titel De laatste dag van de zomer.

Er volgden vele romans. Ze waren allemaal even succesvol. Een opvallend boek was The Comfort of Strangers (De troost van vreemden), dat McEwan door de enigszins bizarre aard van de verhalen de bijnaam Ian Macabre bezorgde.

McEwan houdt van Amsterdam, hij bezoekt er graag zijn vrienden: uitgever Jaco Groot en Freek de Jonge. In een van zijn boeken, Amsterdam (1998), behandelt de auteur het thema euthanasie. Hij kreeg op vijftigjarige leeftijd de Booker Prize voor dit boek.

McEwans werk verschijnt wereldwijd in meer dan dertig talen. Veel van zijn boeken werden verfilmd, waaronder De Kinderwet, met Emma Thompson in de hoofdrol.

Er zit een eeuw tussen de Lauwerkrans en Toms speurwerk. In die tijd is een deel van Engeland door de stijgende zeespiegel onder water komen te staan. En als hij zich dát realiseert krijgt Tom Metcalfe plotseling de sleutel in handen die leidt tot een doorbraak in zijn zoektocht.

Omdat het boek een eeuw-na-nu verschijnt kan de auteur de gelegenheid te baat nemen terug te blikken op de problemen van nu. Hij pakt daarbij sociale, politieke en technologische onderwerpen op en voorziet die subtiel van commentaar. Als je wilt dat je geheimen bewaard blijven, fluister ze dan in het oor van iemand die je kunt vertrouwen. En niet aan het toetsenbord. Tom Metcalfe leest Viviens e-mails, hij voelt zich als iemand die het briefgeheim schendt maar wil toch – omwille van zijn speurtocht – haar persoonlijke brieven lezen. Dat was vast nooit Viviens bedoeling geweest.

Dit is een schitterend boek. Hoe kan het anders bij deze grootmeester van de literatuur.

Wie Ian McEwan liefheeft, mag deze ode aan de liefde voor de taal, het leven en de vriendschap niet missen.

Het is opnieuw een wonder van schoonheid waarin het hele leven passeert en geheimen van de toekomstige eeuw gezicht krijgen door de ogen van Tom Metcalfe, die terugkijkt op onze tijd.

Ian McEwanWat we kunnen weten. Vertaald uit het Engels (What We Can Know) door Harm Damsma en Niek Miedema. ISBN 978-94-633-6246-7. 395 pagina’s, € 27,50. Amsterdam: Uitgeverij De Harmonie 2025.

Dit bericht is geplaatst in Alle Boeken, Diversen. Bookmark de permalink.