Waarom blijven mensen bij elkaar?

Zes jaar van onophoudelijke strijd.
Hermine is nog jong als ze Berend ontmoet. Hij heeft mooie woorden, hij imponeert haar door het feit dat hij studeert terwijl ze zelf nog aan het begin van haar studie staat. Eigenlijk is ze nogal onzeker. Maar tot haar grote verrassing nodigt hij haar uit om wat te gaan drinken. En die ontmoeting wordt een verrassing, ze wordt verliefd op hem en hij op haar. Ze hebben al snel verkering. Er is alleen één probleem. Berend heeft vrienden die net als hij van drinken en uitgaan en drugs houden en hij steekt veel tijd in die genoegens. Hermine moet mee, óók als ze eigenlijk moet studeren. En als ze dat argument te berde brengt, kan Berend flink uit zijn slof schieten en denigrerend zeggen dat Surinaamse vrouwen als Hermine het nu eenmaal belangrijk vinden om goed te studeren. Onzin natuurlijk, zegt hij, ze doet het alleen voor haar familie. Dergelijke woorden kwetsen Hermine enorm. Ze is erg gesteld op haar familie en kan het niet verdragen dat Berend zo racistisch praat over iedereen die Surinaams is. Hij houdt toch ook van háár? Alsof zíjn familie zo fijn is, met zijn continu drinkende moeder die duidelijk laat merken dat ze niets van haar schoondochter moet hebben, haar Berend verdient beter!
De sfeer tussen de twee gaat op en af. Berend kan vreselijk tekeer gaan. Daarna moet Hermine haar excuses maken omdat zij de scènes zou hebben uitgelokt. En als zij dat deemoedig heeft gedaan, neemt Berend haar weer genadig in zijn armen. Dan houdt hij weer van haar. Hermine gaat zich zo stil mogelijk gedragen om maar niet te zorgen voor giftige scènes thuis. Met haar medestudenten voelt zij zich op haar gemak, Berend maakt haar bang. Zo hoort een relatie toch niet te zijn? En waarom neemt hij het nooit voor haar op, als zijn moeder, en zijn familie haar als een hondsvot bejegenen? Hermine piekert en denkt.
Auteur
Diana Tjin (1961) is in Amsterdam geboren. Haar ouders zijn van Surinaamse afkomst. Ze studeerde Klassieke Talen aan de Universiteit van Amsterdam en werkt als Erfgoed catalograaf bij de Universiteitsbibliotheek. Haar Surinaamse afkomst speelt een grote rol in de vijf romans die Tjon inmiddels geschreven heeft. Ze debuteerde in 2017 met Het geheim van mevrouw Grunewald, een verhaal over de Surinaamse Duitsers in en na de Tweede Wereldoorlog. Daarna volgden Een Bijlmerliedje (2018) en De catalograaf (2022). In datzelfde jaar (2022) schreef ze het boek Noem me Calimero of Carmen zo je wilt, dat boek droeg ze op aan haar Surinaamse vader.
Tjins romans hebben een sterk autobiografische tint. Als dit ook bij dit boek het geval is, dan heeft zij een betreurenswaardige relatie achter de rug die haar veel leed heeft bezorgd. Ik vrees dat dit inderdaad het geval is, want Tjin draagt haar boek op aan ‘iedereen die erbij was en niet weg heeft gekeken’, een uitdrukking die ze ook in haar boek gebruikt voor haar familieleden die haar terzijde stonden toen ze de moed had na zes jaar uit haar relatie te vluchten.
De ‘scènes uit deze giftige relatie’ zijn zo levensecht en beklemmend geschreven, dat de lezer de adem soms in de keel stokt. En tegelijk speelt bij de lezer de vraag: waarom heb je dit zes jaar volgehouden? Angst? Fatsoen?
Een mooi en tegelijkertijd angstaanjagend boek waaruit velen leer kunnen trekken: kijk niet opzij als je vermoedt dat iemand wordt mishandeld, maar reik haar/hem de hand en help haar opstaan. Alleen dán red je mensenlevens, dan is een leven het leven weer waard.
Een schitterend boek. Tjin groeit en blijft groeien.
Diana Tjin – Scènes uit een giftige relatie. ISBN 978-94-93368-24-8. 222 pagina’s. € 22,00. Haarlem: In de Knipscheer 2025.
