Onder ons

Achter de schermen bij de genootschappen van de Nederlandse elite

Gezellige beslotenheid.

Wat hebben Britse private clubs, het vermaarde Casino Maltese en Marten Toonders ‘Kleine Club’ en vele andere genootschappen in de westerse wereld met elkaar gemeen? Je kunt er niet zo maar lid van worden, maar moet worden gevraagd. Er vindt ballotage plaats. En meestal wordt het niet op prijs gesteld wanneer informatie over de bijeenkomsten worden gedeeld met niet-ingewijden. Het regelmatig voorkomen van deze organisaties wijst erop dat ze kennelijk in een behoefte voorzien, de behoefte om met gelijkgestemden informeel van gedachte te wisselen, zonder de nabijheid van pottenkijkers.   

De auteurs hebben een vijftal toonaangevende Nederlandse gezelschappen geselecteerd voor een diepergaande studie. Het betreft De Pijp, De Tafelronde, De Schoorsteen, De Haagse Schouw en Club Rotterdam. Een dergelijke studie bleek nog niet zo eenvoudig. De archieven waren niet bestaand, zoek of moeilijk te achterhalen en veel leden reageerden uiterst summier, ontwijkend of helemaal niet op de gestelde vragen. Daarom is het bijvoorbeeld moeilijk om vast te stellen welke leidende figuren uit het bedrijfsleven in het belang van het overleven van hun onderneming tijdens de bezetting meewerkten met de Duitsers of hen juist tegenwerkten.

Desalniettemin kwam men achter voldoende interessante informatie voor dit boek.

Hieronder een kort overzicht van de bestudeerde ‘clus’.

De Tafelronde, opgericht in het begin van de twintigste eeuw, bevat (oud-) politici, CEO’s, en bankiers.

De Pijp, opgericht in 1926, bevat Nederlandstalige bestuursvoorzitters van beursgenoteerde bedrijven.

De Schoorsteen, opgericht tijdens de Tweede Wereldoorlog, bevat industriëlen.

De Haagse Schouw, opgericht tijdens de Tweede Wereldoorlog, probeert een mix te maken van openbaar bestuur, bedrijfsleven en cultuur.

Club Rotterdam, opgericht in 1928, werd opgericht door kopstukken uit de Rotterdamse handel, scheepvaart en industrie. Tegenwoordig zijn ook andere belangrijke Rotterdammers welkom, maar actieve politici niet.

Auteurs

Onderzoeksjournalist Dr. Birte Schohaus (1983) promoveerde op de relatie tussen politici en journalisten op televisie. Ze schreef De wereld aan je voeten en werkte als freelancejournalist voor onder meer De Groene Amsterdammer.

Bas van Beek is onderzoeksjournalist en specialist Wet open overheid (Woo) bij Follow the Money.

Alle geselecteerde genootschappen hebben de behoefte om kennis uit te wisselen en benadrukken de gezellige sfeer. Ze hebben geen politieke of religieuze affiliatie en geen eigen gebouw, hoewel ze vaak op een vaste plaats bijeenkomen, zoals Club Rotterdam bij de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging De Maas. Hoewel de leden deze exclusieve gezelschappen soms bagatelliseren als een ‘eetclub’, doet dit tekort aan het belang ervan. Wanneer de kwaliteit van het eten tegenvalt, leidt dit overigens regelmatig tot gemor.

Oorspronkelijk rekruteerden de gezelschappen zeer zorgvuldig uit de top van ons nationale bedrijfsleven. Die zorgvuldigheid is gebleven, maar de criteria zijn verruimd. Tegenwoordig zijn ook vrouwen welkom. Het stapelen van lidmaatschappen wordt niet aangemoedigd, maar getolereerd. Rasstapelaar was ooit Prins Bernhard, die zo nu en dat met zijn vrouw, de toenmalige Koningin Juliana, een ladies night bezocht.

Veruit het meest interessante genootschap is de Club Rotterdam, waarvan de leden moesten werken en vroeger ook wonen in Rotterdam (tegenwoordig geldt Wassenaar als Rotterdam-Noord). Verschillende leden speelden een prominente rol bij de wederopbouw van hun in 1940 gebombardeerde stad en de totstandkoming van het huidige Manhattan aan de Maas. Een vooraanstaande rol werd hierbij gespeeld door havenbaron Daniel George van Beuningen, die voor de Tweede Wereldoorlog reeds een belangrijke rol speelde bij de totstandkoming van het thans iconische Stadion Feyenoord (‘de Kuip’)  en bankier Karel Paul van der Mandele, bijgenaamd KP, en jarenlang voorzitter van de Rotterdamse Kamer van Koophandel.

Het was en is niet de bedoeling dat tijdens de bijeenkomsten wordt gelobbyd. Wel kwamen en komen de leden elkaar in talrijke andere verbanden vaak tegen en dan is het natuurlijk een pré dat men elkaar al kent. Zo stond de Twentse ondernemer Dirk Willem Stork niet alleen aan de wieg van De Tafelronde, maar ook van de werkgeversvereniging VNW (voorloper van de huidige VNO-NCW) en van De Nieuwe Courant, spreekbuis van de ondernemers.

Al lezende kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat de auteurs op zoek waren naar saillante verhalen over belangenverstrengeling, maar daar niet de vingers achter konden krijgen vanwege de geslotenheid en/of onvolledigheid van hun bronnen of misschien wel omdat die er gewoon niet zijn. Desalniettemin blijven er nog voldoende interessante feiten en feitjes over in dit goed leesbare en boeiende boek. En aan het eind worden de voor- en nadelen van deze clubs in de ogen van de auteurs netjes uiteengezet.

Wel mis ik inzicht in de hoogte van de contributies. Waren en zijn die all-in of moest er apart voor de ‘etentjes’ worden betaald. Om wat voor bedragen ging en gaat het? Moest / moet er bij toetreden een inschrijfgeld worden betaald? Declareerden/declareren de leden hun contributies bij het eigen bedrijf of trekken ze ze af als onkosten? Dat had ik eigenlijk wel van Follow the Money verwacht.

Birte Schohaus & Bas van Beek – Ons ons. Achter de schermen bij de genootschappen van de Nederlandse elite. ISBN 978-90-8339-865-5, 222 pagina’s, € 23,60. Amsterdam: Follow the Money, derde druk 2025.

Dit bericht is geplaatst in Alle Boeken, Cultuur, Economie, Non Fictie. Bookmark de permalink.