Verloren vertrouwen.

Afgetreden bewindslieden 1967-2002 

Niet elke bewindspersoon zit de rit van het kabinet uit. Soms wordt hij of zij voortijdig opstappen of geeft zelf de pijp aan Maarten.

Wat hebben Leo de Block, Adriaan van Es, Jan Glastra van Loon, Roelof Kruisinga, Frans Andriessen, Hayo Apotheker, Gerrit Brokx, Gerrit Braks, Elske ter Veld, Ernst Hirsch Ballin, Ed van Thijn, Robin Linschoten, Charles Schwietert, Albert Jan Evenhuis, Roel in ’t Veld en Bram Peper met elkaar gemeen? Zij waren allemaal ooit bewindspersoon, maar moesten het kabinet waarvan zijn deel uitmaakten voortijdig verlaten. Vaak werden zijn daartoe gedwongen, maar een enkele keer gaven ze er zelf de brui aan.

Voor een minister-president is een ministerscrisis nooit leuk. Impliciet blijkt hij de desbetreffende persoon verkeerd heeft ingeschat toen diens benoeming in het laatste stadium van de kabinetsformatie aan de orde kwam. Een en ander leidt over het algemeen tot niet altijd even welkome media-aandacht. Het is dan ook zaak de desbetreffende bewindspersoon snel te vervangen, zodat er over kan worden gegaan tot business as usual. Na het aftreden van Kruisinga zei premier Dries van Agt: de honden blaffen, maar de karavaan trekt verder.

Auteur

Anne Bos (1977) is sinds 2001 als onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis van de Nijmeegse Radboud Universiteit. Dit boek is haar proefschrift. Ze onderscheidde bewindspersonen die aftraden na een conflict in het kabinet, na een vertrouwensbreuk of conflict met de Tweede Kamer en vanwege een persoonlijk feit.

Het is helaas ondoenlijk in deze recensie in te gaan op elk door de auteur uitvoerig besproken geval. Hieronder een samenvatting in chronologische volgorde die, noodgedwongen, wel eens kort door de bocht kan zijn.

Kabinet-De Jong

1970 – Leo de Block (KVP), minister van Economische Zaken. Een zwakke minister die uiteindelijk het kabinet niet achter zich kreeg.

1972 – Adriaan van Es (ARP), staatssecretaris van Defensie. Was het oneens met de reorganisatie van het ministerie.

Kabinet-Den Uyl

1975 – Jan Glastra van Loon (D66), staatssecretaris van Justitie. Werd na kritische uitlatingen in de media over de ambtelijke top van met ministerie en de secretaris-generaal Albert Mulder door zijn minister Dries van Agt weggestuurd.

Kabinet-Van Agt I

1978 – Roelof Kruisinga (CHU/CDA), minister van Defensie. Bleek als atoompacifist totaal ongeschikt voor deze functie. Zo verklapte hij dronken staatsgeheimen en wendde hij zich op eigen houtje tot de president van de Verenigde Staten.

1980 – Frans Andriessen (KVP/CDA), minister van Financiën. Kreeg onvoldoende steun voor zijn bezuinigingsstreven, hoewel de VVD-ministers het met hem eens waren. Hij had gelijk, maar kreeg het niet.

Kabinet-Lubbers I

1982 – Charles Schwietert (VVD), staatssecretaris van Defensie. Nadat bleek dat hij ten onrechte de doctorandustitel voerde en ook nog gejokt had over zijn militaire rang was zijn positie reeds na enkele dagen onhoudbaar geworden.

Kabinet-Lubbers II

1986 – Gerrit Brokx (CDA), staatssecretaris van Volkshuisvesting. Verloor het vertrouwen van ‘zijn’ fractievoorzitter Bert de Vries, die vond dat zijn positie onhoudbaar was geworden na de zogenaamde ABP-affaire.

1988 – Wim van Eekelen (VVD), minister van Defensie en René van der Linden, staatssecretaris Buitenlandse Zaken. Zij vielen over de zogenaamde ‘paspoortaffaire’, een stammenstrijd tussen de ambtenaren van Binnenlandse Zaken en van Buitenlandse Zaken. Het begin speelde zich af toen Van Eekelen staatssecretaris van Buitenlandse Zaken was. Er was zware kritiek van een parlementaire enquêtecommissie over het hele besluitvormingsproces en de communicatie tussen beide ministeries.

1989 – Albert Jan Evenhuis (VVD), demissionair staatssecretaris van Economische Zaken. Was in financiële problemen gekomen en had een dubieuze lening afgesloten.

Kabinet-Lubbers III

1990 – Gerrit Braks (CDA), minister van Landbouw en Visserij. Aan hem zijn twee hoofdstukken gewijd, die allebei te maken hebben met de visfraude. Deze werd hem uiteindelijk noodlottig.

1993 – Elske ter Veld (PvdA), staatssecretaris van Sociale Zaken. Zij struikelde over het dringend noodzakelijke saneren van de sociale zekerheid, wat niet geaccepteerd door haar ‘eigen’ fractie.

1993 – Roel in ’t Veld (PvdA), tussentijds aangetreden staatssecretaris van Onderwijs. Was voor die tijd een ‘bijklussende hoogleraar’ geweest die het briefpapier van zijn universiteit voor privézaken gebruikte. Zijn partij bleek hier bij nader inzien niet van gecharmeerd en na tien dagen werd deze ‘zakkenvuller’ weer tot aftreden gedwongen.

1994 – Ernst Hirsch Ballin (CDA), demissionair minister van Justitie en Ed van Thijn, tussentijds toegetreden en demissionair minister van Binnenlandse Zaken. De IRT-affaire, rondom het opheffen van het opheffen van het Interregionaal Recherche Team in 1993, kostte hen beide de kop.

Kabinet-Kok I

1996 – Robin Linschoten (VVD), staatssecretaris Sociale Zaken. ‘Robin de ritselaar’ loog tegen het parlement en kreeg onvoldoende vertrouwen van de Kamer na een debat over de bestuurlijke problemen bij het College van Toezicht Sociale Verzekeringen.

Kabinet-Kok II

1999 – Hayo Apotheker (D66), minister van Landbouw. Deze succesvolle carrièreburgemeester had niets met landbouw en faalde bij het uitvoeren van de varkenswet. Diep ongelukkig diende hij zijn ontslag in.

2000 – Bram Peper (PvdA), minister van Binnenlandse Zaken. Kreeg te maken met een onderzoek van de Rotterdamse gemeentelijke accountantsdienst naar zijn declaraties als burgemeester van de stad. Kaasje voor de media. Toen de negatieve publiciteit niet ophield nam hij ontslag.

Verder wordt ook Gijs van Aardenne sproken, minister van Economische Zaken kabinet-Lubbers I, die in 1985 niet aftrad na vernietigende kritiek van een parlementaire enquêtecommissie, maar aanbleef als aangeschoten wild. Hij werd overigens aangesproken op zijn functioneren als minister van Economische Zaken tijdens het kabinet-Van Agt I over staatssteun aan het verloren gegane Rijn-Schelde-Verolme concern.

De auteur concludeert dat het niet volledig openbaren van gegevens, of zelfs liegen, de geloofwaardigheid van de bewindspersonen en die van hun partijen schaadde. Ze noemt als voorbeelden Schwietert, Evenhuis, in ’t Veld en Peper.

Verkeerde keuze

In haar Slotbeschouwing laat ze zien dat er onder de tijdsdruk van de laatste fase van de kabinetsformaties nogal een verkeerde keuze worden gemaakt. Voor diverse suggesties om het anders te doen ontbreekt echter tot nog toe voldoende draagvlak.

Een bijzonder boeiend boek over een intrigerende materie. Philomena Bijlhout, Ard van der Scheur en anderen kunnen vast niet wachten op het vervolg 😊.

Anne Bos – Verloren vertrouwen. afgetreden bewindslieden en staatssecretarissen 1967-2002. ISBN 978-90-8953313-5, 544 pagina’s, € . Amsterdam: Boom 2018.

Dit boek werd tevens besproken in het programma Puur Cultuur van MeerRadio op 23 mei 2018. Het geluidsbestand vindt u hieronder. 

Dit bericht is geplaatst in Alle Boeken, Geschiedenis, Non Fictie, Politiek. Bookmark de permalink.