Jaarboek Oranje-Nassau 2017

Oranjebomen, militairen en Wilhelmina’s manusje-van-alles

Onzichtbaar op bezoek bij een lastige koningin.

Iedere zichzelf respecterende vereniging komt met een jaarverslag. Zou wij daar aandacht aan besteden dan zou er een aparte site voor moeten worden opgezet. Maar voor sommige jaarboeken maken we een uitzondering, zoals het Jaarboek Oranje-Nassau. Want wie van vaderlandse geschiedenis houdt kan zijn hart ruimschoots ophalen. Het Jaarboek bevat ieder jaar een aantal rijk-geïllustreerde artikelen. Zo staan dit jaar bij voorbeeld de oranjebomen – in groen en in prent – in de belangstelling. De oranjeboom vormt een symbool van meer dan vier eeuwen oud en wordt uitgebreid beschreven.

Andere onderwerpen uit deze editie dit zijn ‘Het testimonium van bijna 500 jaar Nederlandse militaire inzet’, ‘Militaire erecommando’s van de tsaren voor de Oranjeprinsen in de 19e eeuw’ en een bijdrage over Katinka van Rood, de kunstenares die prinses Beatrix op haar tiende boetseerlessen ging geven.

Het mooist – maar dat is persoonlijk – vind ik het uitgebreide verhaal ‘Tonia van Rijn van Alkemade (1882-1970), verpleegster en lectrice van koningin Wilhelmina’. Tonia was 37 jaar in dienst van Wilhelmina, week al die jaren nauwelijks van haar zijde en heeft daardoor met haar neus bovenop het hofleven gestaan. Ze was full time in dienst, 24 uur per dag oproepbaar en altijd beschikbaar. Hoewel ze daarmee hofdiensten draaide behoorde zij niet echt tot de hofhouding omdat ze niet van adel was. Daarom bedacht men voor haar de titel ‘lectrice’.

Redactie

Arjan Nobel (1978 is de hoofdredacteur van dit jaarboek. Hij is historicus en promoveerde op ‘Besturen op het Hollandse platteland’. De vijf auteurs die bijdragen leverden, zijn allen historicus of kunsthistoricus. Pieter Klein Beernink (1964), kunsthistoricus, journalist en koningshuis-expert, smeedde als eindredacteur het geheel aan teksten tot een fraaie, zeer lezenswaardige eenheid.

Tonia

De lectrice deed meer dan voorlezen. Ze ging over de garderobe, over de sieraden – zij sliep zelfs met de parels van de majesteit om haar onedele hals omdat parels mooier gaan glanzen van aanraking op de huid – verpleegde de koningin na haar miskramen, hield contact met leveranciers, deed boodschappen, ontving mensen en onderhield correspondentie met nooddruftige familieleden. Tussendoor verdroeg zij Wilhelmina’s nukken en grillen zoals het een ondergeschikte betaamde. Ze was Wilhelmina’s manusje-van-alles. Het verhaal over haar leven vol hof-wel-en-wee kwam naar buiten nadat Paleis Het Loo in 2006 van Tonia’s nicht een houten kist ontving vol met herinneringen aan tantes leven. Manusje had alles, iedere snipper papier, al die jaren bewaard tot aan de sinterklaasgedichten aan toe. De gevarieerde  inhoud vormde een bron van studie naar het dagelijks leven aan het hof tussen 1914 en 1945 ten tijde van koningin Wilhelmina.

Het boek – en vooral het verhaal over Tonia – leest als een ware ‘konings-roman’. Van harte aanbevolen.

Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau – Jaarboek Oranje-Nassau 2017. ISBN 978-90-8174-387-7, 152 pagina’s, €24,95. Den Haag: Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau 2017.

Dit bericht is geplaatst in Alle Boeken, Geschiedenis. Bookmark de permalink.